3.3.2Bewijsoverwegingen
De verdachte wordt verweten dat hij betrokken is geweest bij de invoer van cocaïne door verschillende koeriers. Ter beantwoording van de vraag of dit wettig en overtuigend bewezen kan worden, gaat de rechtbank eerst in op de vraag of sprake is van invoer van cocaïne. Daarna bespreekt zij de aan de verdachte toegeschreven telefoonnummers en of kan worden vastgesteld dat hij die heeft gebruikt en vervolgens gaat zij in op de rol van de verdachte. Aansluitend komt de rechtbank toe aan de vraag of deze rol de kwalificatie van medeplegen rechtvaardigt. De rechtbank bespreekt de feiten gezamenlijk.
3.3.2.1 Invoer cocaïne
Koerier [naam 1]
Op 25 juni 2024 is [naam 1] aangehouden op de luchthaven Schiphol. [naam 1] reisde vanuit Ghana naar Nederland. In zijn rugtas zijn pakketten met het opschrift Harmoint & Blaine aangetroffen. Na onderzoek is gebleken dat [naam 1] in totaal bijna zes kilogram cocaïne heeft ingevoerd.
Koerier [naam 7]
Op 28 juni 2024 is [naam 7] door de Belgische autoriteiten aangehouden op de luchthaven Zaventem in Brussel, België. [naam 7] reisde vanuit Ghana. In zijn rugtas werden zes pakketten aangetroffen met het opschrift Harmoint & Blaine. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze pakketten cocaïne bevatten. [naam 7] is terzake hiervan door de Belgische rechter op 6 januari 2025 veroordeeld voor het invoeren van ruim zes kilogram cocaïne in België. Uit informatie van de Belgische autoriteiten is voorts gebleken dat [naam 7] op doorreis was met als eindbestemming Amsterdam.
Koerier [naam 2]
Op 20 augustus 2024 is [naam 2] aangehouden op de luchthaven Schiphol met zes pakketten in haar handbagage. [naam 2] reisde vanuit Ghana naar Nederland. Na onderzoek van de pakketten in haar handbagage is gebleken dat [naam 2] in totaal ruim zes kilogram cocaïne heeft ingevoerd.
Koerier [naam 3]
Op 8 augustus 2024, zes dagen voordat zij, evenals [naam 2] naar Ghana vloog, heeft [naam 3] een geldbedrag van € 1.600,- op haar rekening gestort. Diezelfde dag heeft zij € 1.599,10 overgemaakt naar luchtvaartmaatschappij KLM. De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat zij contant geld heeft ontvangen ten behoeve van de aankoop van een vliegticket naar Ghana.
Verder stelt de rechtbank vast dat [naam 3] samen reisde met [naam 2]. Op de dag van vertrek naar Ghana maakt de telefoon van [naam 2] op Schiphol gebruik van het draadloze netwerk “iPhone van [naam 3]”. [naam 3] heet voluit [naam 3]. Daarnaast is in de telefoon van [naam 2] een afbeelding aangetroffen van een clubreservering in Ghana op naam van [naam 3]. Daar komt bij dat [naam 2] en [naam 3] dezelfde heen- en terugvlucht hadden en dat zij na aankomst op Schiphol samen op camerabeelden in de bagagehal te zien zijn.
Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat binnen organisaties die zich bezighouden met de invoer van cocaïne veelal wordt gewerkt met koeriers die samen reizen. De onderhavige reisomstandigheden sluiten dan ook aan bij de uiterlijke verschijningsvorm van dergelijke organisaties.
Op 20 augustus 2024 heeft [naam 3] na aankomst op Schiphol haar ruimbagage achtergelaten en heeft zij deze ook later niet opgehaald. [naam 3] heeft de luchthaven verlaten met enkel haar handbagage (een koffer). Vlak nadat zij is geland, straalt haar telefoon aan op een basisstation nabij de Jumbo in het winkelcentrum Reigersbos te Amsterdam. Deze locatie komt overeen met het adres waar de koerier [naam 1] naar eigen zeggen zijn beloning moest ophalen. Op 21 augustus 2024 om 01:47 uur stort [naam 3] € 4.050,- op haar rekening. De rechtbank is op basis van deze feiten en omstandigheden van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat [naam 3] een beloning heeft ontvangen voor een succesvolle invoer van een hoeveelheid cocaïne.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat ook [naam 3] een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd in Nederland.
3.3.2.2 De gebruiker van de telefoonnummers
Algemeen
In het onderzoek zijn onder meer de volgende telefoonnummers in beeld gekomen als betrokken bij de organisatie van de invoer van cocaïne door bovengenoemde koeriers:
- [telefoonnummer 1] (hierna 894)
- [telefoonnummer 2] (hierna 886)
- [telefoonnummer 3] (hierna 870)
De gebruiker van de telefoonnummers
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte de gebruiker is geweest van deze telefoonnummers en betrekt hierbij de volgende feiten en omstandigheden.
Het telefoonnummer 894 is gekoppeld aan de telefoon met het IMEI-nummer eindigend op 7664. De telefoon met dat IMEI-nummer, te weten een iPhone 12 pro, is tijdens zijn aanhouding bij de verdachte aangetroffen en in beslag genomen. Deze iPhone 12 pro maakt in de nachtelijke uren in de periode van 16 januari 2024 tot en met 9 juli 2024 voornamelijk verbinding met het basisstation dat het dichtst gelegen is bij het GBA-adres van de verdachte. Uit onderzoek naar voornoemd IMEI-nummer is voorts gebleken dat de iPhone 12 pro een aantal reisbewegingen heeft gemaakt. Op 29 januari 2024 is met deze telefoon van Engeland naar Eindhoven gereisd en op 20 april 2024 van Ghana naar Schiphol. Uit de passagierslijsten van vluchten op deze dagen uit Engeland respectievelijk Ghana volgt dat de verdachte op beide vluchten zat. Gelet op deze bevindingen is de rechtbank van oordeel dat het telefoonnummer 894 van de iPhone 12 pro met IMEI-nummer eindigend op 7664 aan de verdachte kunnen worden toegeschreven.
Het telefoonnummer 886 is eveneens gekoppeld aan de iPhone 12 pro met het IMEI-nummer eindigend op 7664. De simkaart met dit telefoonnummer is dus gebruikt in de iPhone 12 pro, waarvan reeds is vastgesteld dat dit toestel kan worden gekoppeld aan de verdachte. De rechtbank is daarom van oordeel dat ook het telefoonnummer 886 aan de verdachte kan worden toegeschreven.
De rechtbank stelt voorts vast dat de iPhone 14 pro in combinatie met het telefoonnummer 870 aan de verdachte toegeschreven kan worden. Gelet op de verklaring van de verdachte dat dit zijn telefoon en ook zijn telefoonnummer is, behoeft deze vaststelling geen nadere bespreking.
Verweer verdachte
De verdachte heeft verklaard dat hij niet de gehele ten laste gelegde periode de gebruiker van de hiervoor genoemde telefoons en telefoonnummers is geweest omdat hij regelmatig op verzoek (en tegen betaling) zijn telefoons heeft uitgeleend aan andere personen. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk geworden. De verdachte heeft op geen enkel moment kunnen specificeren wie welke telefoon zou hebben gebruikt en wanneer. De verdachte heeft weliswaar namen van personen genoemd aan wie hij de telefoons zou hebben uitgeleend, maar deze personen bestaan niet, zoals blijkt uit het nadere onderzoek dat is verricht. Het dossier biedt verder ook geen steun voor de verklaring van de verdachte dat hij de telefoons/telefoonnummers heeft uitgeleend. Het dossier bevat – zoals hierboven vastgesteld – daarentegen wel aanknopingspunten voor de conclusie dat de verdachte in de ten laste gelegde periode de gebruiker was van de telefoons en de telefoonnummers. Daarvoor ziet de rechtbank ook steun in de zendmasten die het telefoonnummer 870 heeft aangestraald. In de nachtelijke uren maakt dit telefoonnummer namelijk gebruik van een basisstation in de buurt van de woning van de verdachte. Daarbij komt dat de iPhone 14 pro met het telefoonnummer 870 regelmatig verbinding maakt met een zendmast op dezelfde locatie als waar een pintransactie wordt verricht vanaf het bankrekeningnummer van de verdachte. Dit vormt een bijkomend aanknopingspunt voor de conclusie dat de verdachte op die momenten zelf de gebruiker was van die telefoon en dat telefoonnummer. De rechtbank gaat er in het navolgende dan ook van uit dat de verdachte ononderbroken de gebruiker is geweest van telefoonnummers 894, 886 en 870 en daarmee tevens de gebruiker van de iPhone 12 pro en de iPhone 14 pro.
3.3.2.3 De rol van de verdachte
Invoer door [naam 1]
Uit de telefoonbewegingen van de iPhone 12 pro en de iPhone 14 pro blijkt dat de verdachte zich op Schiphol bevindt op zowel de dag dat [naam 1] naar Ghana vertrekt alsook op de dag dat [naam 1] weer landt op de luchthaven Schiphol. Op de dag dat [naam 1] wordt aangehouden, heeft de verdachte met het telefoonnummer 894 twaalf keer proberen te bellen naar [naam 1]. Het telefoonnummer 894 staat in een notitie van de telefoon van [naam 1], waarover hij heeft verklaard dat dit het contactnummer betrof voor het ophalen van zijn beloning. Rond het tijdstip dat [naam 1] wordt aangehouden, blijkt uit de telefoonbewegingen van de iPhone 12 pro en de iPhone 14 pro dat de verdachte zich bij de Jumbo Reigersbos bevindt. Dit wordt ondersteund door de pintransacties van de bankrekening van de verdachte op diezelfde locatie. Het adres van de Jumbo Reigersbos stond ook in de notitie van [naam 1] vermeld. Hierover heeft [naam 1] verklaard dat hij op dat adres zijn beloning kon ophalen.
De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat de verdachte naar Schiphol is gereden om daar [naam 1] dan wel de cocaïne te halen en een rol heeft gehad bij de verstrekking van de beloning aan [naam 1].
Voorbereiding invoer door [naam 7]
[naam 1] en [naam 7] zaten op dezelfde vlucht van Amsterdam naar Ghana en hebben in dat vliegtuig bovendien één stoel van elkaar verwijderd gezeten. De verdachte heeft verklaard dat hij op 28 juni 2024, de dag dat [naam 7] werd aangehouden in Brussel, op de luchthaven Zaventem was. Het telefoonnummer 866, dat is toegeschreven aan de verdachte, staat als contact in de telefoon die bij [naam 7] is aangetroffen. Op de dag dat [naam 7] wordt aangehouden, heeft de verdachte op zijn iPhone 14 pro een chatgesprek met ‘[naam 4]’. Hij vraagt in dat chatgesprek “wat is nu de status”. ‘[naam 4]’ antwoordt 1,5 uur nadat [naam 7] is aangehouden: “hij is geklemd denk ik”. De rechtbank duidt dit gesprek als dat de verdachte aan [naam 4] vraagt waar [naam 7] is en dat [naam 4] antwoordt dat hij denkt dat [naam 7] aangehouden, gepakt, is.
De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat de verdachte naar België is gereden om daar [naam 7] dan wel de cocaïne van de luchthaven te halen en mee te nemen naar Nederland. Daarnaast heeft de verdachte contact onderhouden met een onbekend gebleven medeverdachte over de voortgang van de reis van [naam 7]. Daarmee acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen die zien op de invoer van cocaïne in Nederland.
Invoer door [naam 2] en [naam 3]
Op 14 augustus 2024, de dag dat [naam 2] en [naam 3] naar Ghana vertrekken, heeft de verdachte op zijn iPhone 14 pro een chatgesprek met ‘[naam 6]’. De verdachte vraagt aan ‘[naam 6]’: “joune is geregeld toch?” en ‘[naam 6]’ antwoordt met “ze is ingecheckt zei ik”. In dit gesprek zegt de verdachte ook “no ze moesten doen alsof ze geen matties zijn, snap je”. Op de iPhone 14 pro van de verdachte wordt daarnaast een afbeelding aangetroffen waarop de boekingsgegevens van [naam 2] te zien zijn en een afbeelding met de vluchtinformatie van een vlucht richting Ghana, met op de achtergrond de handbagagekoffer waar [naam 3] mee heeft gereisd. Verder is met diezelfde telefoon van de verdachte op Google gezocht naar het vluchtnummer van de vlucht van [naam 2] en [naam 3] van Ghana naar Nederland. Vier dagen voor de aankomst van [naam 2] en [naam 3] op Schiphol wordt op 16 augustus 2024 een videofragment waarbij een deel van de luchthaven Schiphol wordt gefilmd, gestuurd door de verdachte. Op dit fragment wordt gesproken over een zogenaamde spot plek. De rechtbank duidt dit als dat de verdachte in overleg met ‘[naam 6]’ een plek zoekt op de luchthaven Schiphol om op 20 augustus 2024 de koeriers [naam 2] en [naam 3] te onderkennen.
Op 20 augustus 2024 maakt de iPhone 14 pro van de verdachte gebruik van het basisstation dat dicht gelegen is bij de Jumbo Reigersbos. Zoals eerder vastgesteld, is dit de locatie waarover [naam 1] heeft verklaard dat hij daar zijn beloning kon ophalen en waar [naam 3] ook haar beloning heeft ontvangen.
De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat de verdachte nauw betrokken is geweest bij zowel de heen- als de terugvlucht van [naam 2] en [naam 3], de voorverkenning met betrekking tot het zoeken van een ‘spotplek’ een aantal dagen voordat zij terug naar Nederland reizen en dat de verdachte de beloning heeft verstrekt aan [naam 3].
3.3.2.4 Medeplegen
Toetsingskader medeplegen
Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het verrichten van de ten laste gelegde gedraging. Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van de voor de kwalificatie medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan onder meer rekening worden gehouden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Conclusie medeplegen
De rechtbank stelt voorop dat een nauwe en bewuste samenwerking is vereist om bagage met cocaïne vanuit het buitenland Nederland in te voeren. Bij de beoordeling van de vraag of in het onderhavige geval ten aanzien van de verdachte sprake is van medeplegen van de invoer van cocaïne en het medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandelingen die zien op de invoer van cocaïne, moet worden gekeken naar het geheel van de gedragingen van de verdachte en het gewicht van de rol van de verdachte.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte verantwoordelijk is geweest voor het ophalen van [naam 1] en [naam 7] dan wel voor het ophalen van de door hen ingevoerde cocaïne. Daarnaast heeft de verdachte contact gehad met een onbekend gebleven medeverdachte over de voortgang van de reis van [naam 7], de heen- en terugvlucht van [naam 2] en [naam 3] en het vinden van een ‘spotplek’ enkele dagen voordat [naam 2] en [naam 3] terugvlogen naar Nederland. Verder heeft de verdachte een rol gehad bij de verstrekking van de beloning aan [naam 3] en [naam 1]. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de verdachte nauw betrokken is geweest bij de invoer van in ieder geval minstens twaalf kilogram cocaïne en de voorbereidingshandelingen die zagen op de invoer van zes kilogram cocaïne via België. De verdachte heeft daarbij een organisatorische en faciliterende rol gehad die cruciaal is geweest op verschillende momenten bij (de voorbereiding van) de invoer van de cocaïne. Immers is de verdachte betrokken geweest bij de voorbereiding van de invoer, bij de invoer zelf en in de periode aansluitend op de invoer. Al deze gedragingen maken dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking die leidt tot de bewezenverklaring van de onder feit 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten.