Op 15 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, uitspraak gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening van een verzoeker uit Den Helder. Het verzoek was gericht tegen het besluit van de burgemeester van Den Helder om de woning van verzoeker te sluiten per 5 december 2025 voor de duur van drie maanden. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen, waarbij hij oordeelde dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. Dit oordeel is gebaseerd op de vondst van ongeveer 300 gram cocaïne in de woning en een bedrag van € 1.480,00 aan contant geld, wat duidt op handel in harddrugs. Daarnaast zijn er meerdere meldingen van overlast en drugshandel in de periode van 2022 tot november 2025, wat het vermoeden van drugshandel versterkt. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de sluiting van de woning een geschikt, noodzakelijk en evenwichtig middel is om de overlast te bestrijden. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij en zijn dieren dakloos zullen worden door de sluiting, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat er vooralsnog geen aanleiding is om te concluderen dat de sluiting onevenwichtig is. De burgemeester heeft toegezegd verzoeker te ondersteunen in zijn zoektocht naar opvang. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen zijn erop gewezen dat er geen hoger beroep of verzet openstaat tegen deze mondelinge uitspraak.