Verzoekster, afkomstig uit Oekraïne, verzocht de gemeente Wormerland om opvang op grond van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne. De gemeente weigerde opvang te bieden vanwege gebrek aan beschikbare plaatsen en verwees naar een inspanningsverplichting in plaats van een resultaatsverplichting. Verzoekster verbleef tijdelijk op eigen kosten in een hotel, wat zij niet langer kon betalen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente op grond van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne en de Europese Richtlijn 2001/55 een resultaatsverplichting heeft om opvang te bieden. De gemeente kan opvang niet weigeren enkel omdat er geen reguliere opvangplekken beschikbaar zijn, aangezien de Regeling alternatieve opvangmogelijkheden biedt. De inspanningsverplichting van de gemeente ziet op de relatie met het Rijk, niet op de opvangplicht jegens ontheemden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om een voorlopige voorziening toe. De gemeente moet verzoekster opvang bieden tot een week na de beslissing op het bezwaar. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.