ECLI:NL:RBNHO:2025:14647

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
371737
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kort geding over het niet verlengen van een raamovereenkomst naar aanleiding van een Europese aanbestedingsprocedure tussen gemeente en aannemer

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 16 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen [eiser] B.V. en de Gemeente Schagen. De zaak betreft het niet verlengen van een raamovereenkomst die tot stand is gekomen naar aanleiding van een Europese aanbestedingsprocedure. [eiser] vorderde dat de Gemeente de raamovereenkomst zou nakomen tot eind 2026, maar de vorderingen zijn afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat in de raamovereenkomst of andere aanbestedingsstukken niet was vastgelegd wat de maximumhoeveelheid en -waarde is van nadere overeenkomsten die onder de raamovereenkomst kunnen worden gesloten. Hierdoor voldeed de raamovereenkomst niet aan de eisen van het aanbestedingsrecht. De rechter kwam niet toe aan de vraag of de Gemeente in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld, omdat de vorderingen op andere gronden werden afgewezen. Ook het gevorderde verbod om opdrachten uit de raamovereenkomst aan derden te gunnen werd afgewezen wegens gebrek aan belang. De Gemeente had bovendien voldoende gemotiveerd dat zij de raamovereenkomst niet wenste te verlengen en dat er geen toezegging tot verlenging was gedaan. De vordering tot uitnodiging voor een nieuwe aanbestedingsprocedure werd eveneens afgewezen, omdat [eiser] niet voldoende had aangetoond dat zij aan de selectiecriteria voldeed. De proceskosten werden toegewezen aan de Gemeente.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/371737 / KG ZA 25-726
Vonnis in kort geding van 16 december 2025
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. K.G.O. Afriyieh,
tegen
GEMEENTE SCHAGEN,
te Schagen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Gemeente,
advocaat: mr. H. van Lingen.

1.De zaak in het kort

1.1.
Deze zaak betreft een geschil tussen [eiser] en de Gemeente over het niet verlengen van de raamovereenkomst die tussen hen tot stand is gekomen naar aanleiding van een Europese aanbestedingsprocedure. Volgens [eiser] heeft de Gemeente in maart 2025 het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat de overeenkomst nog een keer zou worden verlengd tot eind 2026. Door in september 2025 zonder motivering mee te delen dat de Gemeente de raamovereenkomst niet verlengt, heeft zij in strijd gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Voor het geval de vordering tot nakoming van de raamovereenkomst wordt afgewezen, moet de Gemeente [eiser] als zittende contractant uitnodigen als zij een meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure houdt. De Gemeente heeft een en ander gemotiveerd betwist.
1.2.
De vorderingen worden afgewezen. In de raamovereenkomst of andere aanbestedingsstukken is niet vastgelegd wat de maximumhoeveelheid en -waarde is van de nadere overeenkomsten die onder de raamovereenkomst kunnen worden gesloten. Daarmee voldoet de raamovereenkomst niet aan de eisen die daaraan in het aanbestedingsrecht worden gesteld. Toewijzing van de vorderingen tot nakoming van de raamovereenkomst en het terugdraaien van het besluit tot niet verlengen zou daarom in strijd zijn met het aanbestedingsrecht.
Aan de vraag of de Gemeente in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld wordt dus niet toegekomen en of er een toezegging tot verlenging is gedaan, kan ook in het midden blijven. Wegens gebrek aan belang wordt ook het gevorderde verbod om opdrachten uit de raamovereenkomst aan anderen dan [eiser] te gunnen, afgewezen. Ten slotte heeft [eiser] onvoldoende gesteld dat zij had moeten worden uitgenodigd voor de nieuwe aanbestedingsprocedure omdat zij aan de selectiecriteria voldoet, zodat ook de subsidiaire vordering wordt afgewezen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 14
- de vrijwillige verschijning van Gemeente
- vervangende producties 6.1 en 6.2 van [eiser]
- de akte overlegging producties met productie 1 tot en met 10 van de kant van de Gemeente
- de conclusie van antwoord met productie 11
- de akte houdende indienen producties met productie 15 tot en met 17 van de kant van [eiser]
- de mondelinge behandeling van 10 december 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van Gemeente.

3.De feiten

3.1.
Naar aanleiding van een Europese aanbestedingsprocedure is tussen de Gemeente en [eiser] een raamovereenkomst tot stand gekomen (hierna: de raamovereenkomst).
3.2.
De werkzaamheden die [eiser] op grond van de raamovereenkomst uitvoert zien, kort samengevat, op onderhoudswerkzaamheden/herstelwerkzaamheden
van de bestrating binnen de gemeente Schagen.
3.3.
De raamovereenkomst is met ingang van medio januari 2023 aangegaan voor de duur van twee jaar, met de optie tot verlenging met 2 keer 12 maanden. Artikel 3 ‘Duur van de raamovereenkomst’ onder 0.2 en 03. luidt (onderstreping voorzieningenrechter):
02. De Overeenkomst loopt af op 31 december 2024 waarbij de Overeenkomst automatisch is beëindigt.
03. De Opdrachtgever kan de Overeenkomst, onder dezelfde voorwaarden, 2 maal verlengen met een periode van maximaal 12 maanden. De Opdrachtgever zal deze beslissing, per verlengingsoptie, 3 maanden voor verstrijken van de actieve looptijdschriftelijkaan Aannemer kenbaar maken.
3.4.
In de nota van inlichtingen ‘Vraag en Antwoord - Gepubliceerd’ staat over de te verwachten omzet:
De gemiddelde omzet per jaar is ongeveer 225.000 euro.
Op de vraag of inzicht gegeven kan worden in de te verwachten deelopdrachten en de omvang van de deelopdrachten, is in de nota van inlichtingen als antwoord gegeven:
Het te verwachte aantal locaties volgt uit de weginspectie van dat jaar. Voor het jaar 2022 waren dit 1300 locaties die voor dat jaar moeten worden afgehandeld.
Ook zullen het gehele jaar rond diverse meldingen uit ons meldingssysteem moeten worden afgehandeld. Hiervoor zal continue een ploeg stratenmakers beschikbaar moeten zijn onder aansturing van de directie.
Voor beide geldt dat de grootte maximaal 50 m² per locatie zal zijn.
Op de vraag wat de globale waarde van deze raamovereenkomst is gedurende de gehele looptijd, is als antwoord gegeven:
De gemiddelde omzet per jaar is ongeveer 225.000 euro.
3.5.
Op een overzicht van betalingen van de Gemeente aan [eiser] in de periode begin 2023 tot medio november 2025 staat een totaalbedrag vermeld van € 2.321.043,01 inclusief btw.
3.6.
Op 24 september 2025 heeft de Gemeente per aangetekende brief aan [eiser] laten weten dat zij geen gebruik maakt van de laatste verlengingsmogelijkheid en dat de raamovereenkomst daarom per 31 december 2025 zal eindigen.
3.7.
De Gemeente heeft eind oktober 2025 een aanbesteding uitgeschreven voor een ‘raamovereenkomst elementenverhardingen 2026-2029’. In het bijbehorende werkbestek staat dat het werk in hoofdzaak zal bestaan uit:
  • grondwerken en funderingen;
  • rioleringswerkzaamheden, o.a. verwijderen en plaatsen kolken en kolkleidingen;
  • terreininrichting, o.a. verwijderen en aanbrengen bebording en straatmeubilair;
  • klein onderhoud: herstraten elementenverhardingen;
  • groot onderhoud: herstraten elementenverhardingen;
  • vervangen verharding in combinatie met onderhoudswerkzaamheden;
  • aanbrengen nieuwe verharding in combinatie met onderhoudswerkzaamheden;
  • diverse leveranties;
  • bijkomende werkzaamheden

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert – samengevat – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair
de Gemeente te gebieden de raamovereenkomst binnen 3 werkdagen na het te wijzen vonnis na te komen tot en met 31 december 2026, conform afspraak uitsluitend met zes mensen als vaste ploeg, op straffe van een dwangsom van € 20.000 per dag tot maximaal € 260.000 als de Gemeente in gebreke blijft;
de beslissing van 25 september 2025 om de raamovereenkomst niet te verlengen in te trekken binnen drie werkdagen na het te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 20.000 per dag tot maximaal € 260.000 als de Gemeente in gebreke blijft;
de Gemeente te verbieden opdrachten uit de raamovereenkomst – onvoorwaardelijk – aan een derde te gunnen [anders] dan aan [eiser], op straffe van een dwangsom van € 20.000 per dag tot maximaal € 260.000 als de Gemeente in gebreke blijft;
de Gemeente te verbieden om een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure te houden / voort te zetten / te gunnen aan een derde voor werkzaamheden die binnen de scope van de raamovereenkomst vallen, op straffe van een dwangsom van € 20.000 per dag tot maximaal € 260.000 als de Gemeente in gebreke blijft;
subsidiair
5. de Gemeente te gebieden [eiser] uit te nodigen indien het om een opdracht gaat vanaf 2027 en het een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure zal houden, op straffe van een dwangsom van € 20.000 per dag tot maximaal € 260.000 als de Gemeente in gebreke blijft;
primair en subsidiair
6. de Gemeente te veroordelen in de proceskosten.
4.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat de Gemeente in maart 2025 het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat zij de raamovereenkomst voor een tweede keer zou verlengen en dat zij in strijd heeft gehandeld met de algemene beginselen van bestuur door in september 2025 mee te delen niet voor een tweede keer te verlengen. De Gemeente heeft haar besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel niet gemotiveerd en verstrekt opdrachten uit dezelfde raamovereenkomst aan derden. Hoewel er in beginsel contractsvrijheid bestaat, is deze ten aanzien van een aanbestedende dienst niet onbegrensd, omdat zij op grond van artikel 3:14 BW is gebonden aan de publiekrechtelijke beginselen. Daarnaast heeft de Gemeente in strijd gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel, het aanbestedingsrechtelijke transparantiebeginsel en het gelijkheidsbeginsel door opdrachten binnen de scope van de raamovereenkomst aan een derde te gunnen. De termijn van de raamovereenkomst was nog niet voorbij en de Gemeente heeft niet medegedeeld dat het gehele budget verbruikt is, terwijl zij ook niet kenbaar heeft gemaakt wat het maximum budget is. Door het gunnen aan een derde is sprake van willekeur, aldus [eiser].
Het feit dat de Gemeente een meervoudig onderhandse procedure voor dezelfde raamovereenkomst is gestart in samenhang met het besluit om de raamovereenkomst niet te verlengen, betekent dat de Gemeente de opdrachten binnen de raamovereenkomst ten onrechte niet aan [eiser] gunt. Als de Gemeente de opdracht wel meervoudig onderhands aan een derde zou mogen gunnen, dient [eiser] gelet op de lopende raamovereenkomst die zonder reden niet verlegd wordt, ook uitgenodigd te worden, aldus nog steeds [eiser].
4.3.
Gemeente voert verweer. Gemeente concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Gemeente voert aan dat zij de (contract)vrijheid heeft om de raamovereenkomst niet te verlengen. Ook heeft zij tijdig melding gemaakt van het niet verlengen. Er zijn volgens haar geen goede gronden die aan de contractvrijheid in de weg staan. De Gemeente betwist dat er een toezegging tot verlenging is gedaan. Voor zover die zou zijn gedaan, mocht [eiser] daar niet op vertrouwen en bindt die toezegging de Gemeente niet, omdat deze in dat geval niet door een daartoe bevoegde vertegenwoordiger van de Gemeente is gedaan. [eiser] heeft bovendien ruimschoots de omzet kunnen maken die verwacht mocht worden.
De Gemeente meent dat zij haar keuze voor een andere wijze van aanbesteden alsnog voldoende heeft gemotiveerd. Zij heeft gekozen voor een nieuwe aanbestedingsronde vanwege a) de wens om ook groot onderhoud elementen verhardingen via die weg uit te zetten met grote raamcontracten b) de behoefte dat de communicatie rondom projecten meer uit handen wordt genomen door ervaring met- en inzet van een omgevingsmanager en c) het steeds meer sturen op duurzaamheid door inzet van elektrisch materieel. Deze selectiecriteria waren geen onderdeel van de aanbesteding waaruit de raamovereenkomst is voortgevloeid. Vanwege deze selectiecriteria richt de Gemeente zich in de nieuwe procedure meer op grotere aannemers.
De Gemeente erkent ten slotte dat zij onterecht een opdracht aan een derde partij heeft gegund terwijl die onder de raamovereenkomst valt. Baron-Verberne heeft echter geen belang bij een verbod om opdrachten uit de raamovereenkomst aan derden te gunnen, omdat de Gemeente al heeft aangegeven dat niet nogmaals te zullen doen.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Spoedeisend belang
5.1.
Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing in een bodemprocedure. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
5.2.
[eiser] heeft een spoedeisend belang omdat de raamovereenkomst op 31 december 2025 eindigt en de Gemeente deze niet wil verlengen.
Beoordelingskader verlenging raamovereenkomst
5.3.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de raamovereenkomst is aangegaan voor twee jaar en dat het aan de Gemeente is of zij de overeenkomst al dan niet wil verlengen (artikel 03. van de raamovereenkomst, hiervoor onder 3.3 geciteerd). Ook uit de algemene inleiding en omschrijving van de opdracht volgt expliciet dat het gaat om een optie tot verlenging:
Wij willen een Overeenkomst afsluiten met één Opdrachtnemer voor 2 (twee) jaar met twee keer een optie voor verlenging van 1 jaar.
Dit neemt niet weg dat de Gemeente ook bij een beslissing om niet tot verlenging over te gaan, niet in strijd mag handelen met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (artikel 3:14 BW). Aan de vraag of de Gemeente in strijd heeft gehandeld met algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt echter niet toegekomen vanwege het volgende.
Raamovereenkomst is niet verlengd
5.4.
Vast staat dat de raamovereenkomst niet is verlengd voor het jaar 2026. De gestelde mondelinge toezegging, als deze zou zijn gedaan, is daarvoor niet voldoende. De raamovereenkomst schrijft immers voor dat een besluit tot verlenging 3 maanden voor het verstrijken van de actieve looptijd
schriftelijkaan de aannemer kenbaar moet worden gemaakt. Dat is niet gebeurd. In plaats daarvan heeft de Gemeente schriftelijk kenbaar gemaakt dat zij de raamovereenkomst niet gaat verlengen. Alleen al om deze reden kan de vordering de Gemeente te gebieden de raamovereenkomst na te komen tot 31 december 2026 niet worden toegewezen.
Verlenging raamovereenkomst verhoudt zich niet tot het aanbestedingsrecht
5.5.
[eiser] vordert ook dat de Gemeente haar besluit om de raamovereenkomst niet te verlengen moet intrekken. De voorzieningenrechter begrijpt de vordering zo dat op de intrekking van dat besluit dan een verlenging van de raamovereenkomst tot 31 december 2026 zou moeten volgen. Ook die vordering kan niet worden toegewezen. [eiser] stelt namelijk in de dagvaarding dat in de raamovereenkomst geen maximumhoeveelheid en maximumwaarde is opgenomen voor de opdrachten die onder de raamovereenkomst kunnen worden verstrekt. Die stelling is juist. Daarnaast is niet gesteld of gebleken dat deze maximumhoeveelheid of -waarde wel uit andere aanbestedingsstukken kunnen worden afgeleid. Dit betekent dat de raamovereenkomst niet voldoet aan de eisen die daaraan op grond van het aanbestedingsrecht moeten worden gesteld. De beginselen van transparantie en gelijke behandeling van de ondernemers die interesse hebben in de sluiting van de raamovereenkomst, zoals deze beginselen met name in artikel 18, lid 1, van richtlijn 2014/24 zijn neergelegd, zouden immers in het gedrang komen indien de aanbestedende dienst de maximumwaarde of -hoeveelheid waarop de raamovereenkomst betrekking heeft, niet vermeldt. [1] Ook om die reden kan de Gemeente niet worden geboden om de raamovereenkomst tot 31 december 2026 na te komen en/of om haar besluit om de raamovereenkomst niet te verlengen in te trekken met het doel om de (ongeldige) raamovereenkomst nog met een jaar te verlengen.
5.6.
Ook als de maximumhoeveelheid en -waarde voldoende zouden kunnen worden afgeleid uit het antwoord op de vraag naar de omvang van de deelopdrachten en de globale waarde in de Nota van Inlichtingen (zie hiervoor onder 3.4), leidt dit niet tot een ander oordeel. In dat geval zou voor de gehele raamovereenkomst immers moeten worden uitgegaan van een globale waarde van € 900.000,- (4 x € 225.000,-), terwijl de Gemeente onbetwist heeft aangevoerd dat zij in de contractperiode ruim 2,3 miljoen euro aan [eiser] heeft betaald. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat in dat geval de raamovereenkomst geen effect meer sorteert [2] en daarom ook niet meer verlengd kan worden. Weliswaar heeft [eiser] ter zitting verklaard dat in genoemd bedrag ook opdrachten zitten die buiten de scope van de raamovereenkomst vallen, maar zij heeft niet gesteld dat dit financieel gezien het grootste deel van haar werkzaamheden betrof en dat vindt de voorzieningenrechter gelet op het ter zitting benadrukte belang bij verlenging van de raamovereenkomst ook niet aannemelijk.
5.7.
Uit het voorgaande volgt dat in deze procedure in het midden kan blijven of aan [eiser] namens de Gemeente een rechtsgeldige toezegging is gedaan dat de raamovereenkomst met nog een jaar zou worden verlengd.
Geenv
erbod om opdrachten uit de raamovereenkomst aan derden te gunnen
5.8.
[eiser] vordert ook een verbod om opdrachten uit de raamovereenkomst aan anderen dan [eiser] te gunnen. De Gemeente erkent dat zij onterecht een opdracht aan een derde partij heeft gegund terwijl die opdracht onder de raamovereenkomst valt. In de e-mail van 12 november 2025 van haar advocaat is aangegeven dat dit niet had gemogen en dat de Gemeente dit niet nogmaals zal doen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om die toezegging in twijfel te trekken. Daarbij is niet gesteld of gebleken dat de Gemeente nog andere opdrachten aan een derde partij heeft gegund. In elk geval kan dat niet worden afgeleid uit het feit dat de Gemeente – naast het lopende onderhoud – geen nieuwe (deel)opdrachten aan [eiser] heeft gegund. Baron-Verberne heeft daarom geen belang bij het gevorderde verbod, zodat die vordering zal worden afgewezen.
Geen verbod op een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure voor werkzaamheden binnen de scope van de raamovereenkomst
5.9.
Het gevorderde verbod om een onderhandse aanbestedingsprocedure te houden voor werkzaamheden die binnen de scope van de raamovereenkomst vallen, zal worden afgewezen. Hiervoor is immers geconcludeerd dat de raamovereenkomst niet is verlengd en dat de Gemeente die beslissing niet hoeft terug te draaien. Het staat de Gemeente daarom vrij om een aanbestedingsprocedure te houden voor (onder meer) werkzaamheden die per ultimo 2025 niet meer aan [eiser] kunnen worden gegund.
De Gemeente hoeft [eiser] niet uit te nodigen voor een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure
5.10.
[eiser] heeft subsidiair gevorderd de Gemeente te gebieden haar uit te nodigen voor een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure bij een opdracht vanaf 2027. De voorzieningenrechter begrijpt de vordering zo dat Verberne dit vordert als haar primaire vorderingen worden afgewezen en dus ook als het gaat om een opdracht vanaf 2026. Ook deze vordering zal worden afgewezen.
Als uitgangspunt geldt namelijk dat een aanbestedende dienst niet kan worden verplicht een bepaalde partij uit te nodigen. Het aanbestedingsrecht is gebaseerd op de fundamentele beginselen van gelijke behandeling, transparantie en non-discriminatie. Deze beginselen vereisen dat de aanbestedende dienst objectieve criteria hanteert in een meervoudige niet-openbare procedure. [3] Een partij die zich gepasseerd voelt, moet aantonen dat de aanbestedende dienst in strijd met het aanbestedingsrecht heeft gehandeld. Dat heeft [eiser] naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet, althans onvoldoende gedaan. [eiser] heeft immers niet voldoende gesteld dat zij had moeten worden uitgenodigd omdat zij aan de selectiecriteria voldoet. Het enkele feit dat zij een huidige contractant van de Gemeente is en interesse heeft, is onvoldoende. Dat zij, anders dan de Gemeente aanvoert, in staat is om grote opdrachten te doen zoals de Gemeente die per 2026 in de markt wil zetten, had [eiser] nader moeten onderbouwen gelet op de conclusie van de Gemeente waarin ook duurzaamheid en het ontzorgen op het gebied van communicatie als belangrijke criteria worden genoemd voor de selectie van partijen voor deze nieuwe aanbesteding. Dat [eiser] kennelijk naar volle tevredenheid al jaren werkzaamheden uitvoert voor de gemeente Alkmaar, zoals zij ter zitting heeft verklaard, is onvoldoende omdat daarmee geen inzicht is gegeven in hoeverre voor die opdrachten dezelfde eisen gelden als de gemeente Schagen nu voor de nieuwe aanbesteding aan partijen stelt.
Proceskosten
5.11.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Gemeente worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.999,00

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
wijst de vorderingen af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskosten veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
1621

Voetnoten

1.HvJ 17 juni 2021, C-23/20, ECLI:EU:C:2021:490, punt 62.
2.HvJ 19 december 2018, C-216/17, ECLI:EU:C:2018:1034, punt 61.
3.Artikel 1.4 lid 1 Aanbestedingswet 2012.