ECLI:NL:RBNHO:2025:14558

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
HAA 25/4229 en HAA 25/4228
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag leerlingenvervoer op basis van de Wet primair onderwijs en de Verordening leerlingenvervoer

In deze zaak heeft eiseres een aanvraag ingediend voor leerlingenvervoer naar de Amsterdam International Community School (AICS). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede heeft deze aanvraag afgewezen met het besluit van 19 februari 2025, en dit besluit is in een later stadium bevestigd na bezwaar. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op 4 december 2025 de zaak behandeld en geconcludeerd dat de AICS niet onder de Wet primair onderwijs valt, waardoor de Verordening leerlingenvervoer niet van toepassing is. De voorzieningenrechter heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is openbaar gedaan op dezelfde dag door mr. M. Jurgens, in aanwezigheid van griffier F. Voskamp. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 25/4229 en HAA 25/4228
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 december 2025 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: L.P.E. van Milaan),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede, het college
(gemachtigden: mr. L. van der Hoeff en T Goosens).

Inleiding

1.1.
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor leerlingenvervoer. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 19 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres (gerectificeerd op 9 oktober 2025) is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
Het college heeft op het beroep en het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] (de moeder van eiseres), de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.
1.5.
Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eiseres. [1]
1.6.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Motivering van de voorzieningenrechter

2.1.
Namens eiseres is leerlingenvervoer aangevraagd voor haar vervoer naar de Amsterdam International Community School (AICS) in Amsterdam.
2.2.
Bij het primaire besluit heeft het college deze aanvraag op grond van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Heemstede 2022 (Verordening) afgewezen, omdat de AICS niet de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school is.
2.3.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt.
2.4.
Het bezwaar is ongegrond verklaard. Onder meer is geconcludeerd dat de AICS geen school is voor SBO, maar een als B4 geregistreerde internationale school.
3.
3.1.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college de aanvraag van eiseres voor leerlingenvervoer naar de AICS mogen afwijzen. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
3.2.
De Verordening - op grond waarvan eiseres haar aanvraag voor leerlingenvervoer heeft ingediend - vindt, onder meer, zijn grondslag in artikel 4 van de Wet primair onderwijs (Wpo). Om op grond van deze Verordening in aanmerking te kunnen komen voor leerlingenvervoer is allereerst de vraag van belang of de AICS onder de in de Wpo bedoelde scholen valt. De voorzieningenrechter is, met het college, van oordeel dat dit niet het geval is. Uit artikel 9, van de Wpo in samenhang met het Besluit vernieuwde kerndoelen Wpo en de daarop gegeven toelichting [2] volgt dat de Wpo specifiek bedoeld is voor het Nederlandse reguliere basisonderwijs, dat werkt met Nederlandse kerndoelen en Nederlandstalige instructie en toezicht door de Inspectie van het Onderwijs. De AICS is een B4 geregistreerde school. Dit zijn internationale scholen, gericht op kinderen van expats of tijdelijk verblijvende gezinnen. Ze bieden onderwijs in een andere taal (meestal Engels) en volgen internationale curricula.
3.3.
Gelet op het voorgaande valt de AICS dan ook niet onder de Wpo en is de Verordening in het onderhavige geval niet van toepassing. De vraag of al dan niet voldaan is aan de voorwaarden genoemd in artikel 12, van de Verordening en of er aanleiding is om op grond van de in der Verordening genoemde hardheidsclausule desondanks tot toewijzing over te gaan, zijn dan ook niet (meer) relevant.

Conclusie en gevolgen

Het college heeft de aanvraag van eiseres mogen afwijzen. Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit kan in stand blijven. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Voetnoten

1.Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.zie Staatsblad 2005, 551