ECLI:NL:RBNHO:2025:14534

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
15-176595-24
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Meervoudige strafzaak met explosies en afpersingen in Alkmaar en Medemblik

In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Holland op 18 november 2025 uitspraak gedaan in een meervoudige strafzaak tegen een verdachte die betrokken was bij een reeks ernstige strafbare feiten, waaronder explosies en afpersingen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte op 1 februari 2024 in Alkmaar samen met anderen een ontploffing heeft teweeggebracht bij een woning, wat gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor omwonenden met zich meebracht. Daarnaast heeft de verdachte op 13 februari 2024 in Medemblik een explosie veroorzaakt bij een andere woning, waarbij ook levensgevaar voor aanwezigen was te duchten. De rechtbank heeft de verdachte verder schuldig bevonden aan het bezit van MDMA, verduistering van een rijbewijs, en afpersing van meerdere slachtoffers in Amsterdam en Hoorn. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een jeugddetentie van 431 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, en heeft bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder begeleiding door de jeugdreclassering en een avondklok. De rechtbank heeft ook schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelde partijen, die schade hebben geleden door de daden van de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie & Jeugd
Locatie Alkmaar
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummers: 15/176595-24, 15/318697-23 (gev.), 13/065920-24 (gev.), 15/332665-23 (gev.), 15/029527-22 (TUL) en 15/055208-23 (TUL)
Uitspraakdatum: 18 november 2025
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen met gesloten deuren van 22 januari 2025 en 4 november 2025 in de zaak tegen:
[de verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ( [land] ),
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] .
De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, op de pro-forma zitting van 5 september 2024 gevoegd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
  • de vordering van de officier van justitie [officier van justitie] ,
  • wat de verdachte en zijn raadsman, mr. G.M. Terlingen, advocaat te Hoorn,
  • wat [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en
  • wat [vertegenwoordiger van de GI] van Jeugdbescherming (Regio Amsterdam) te Amsterdam (hierna: de jeugdreclassering)
naar voren hebben gebracht.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 4] . [benadeelde partij 5] , [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] en wat namens hen naar voren is gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Ten aanzien van parketnummer 15/176595-24:
Feit 1:
hij op of omstreeks 1 februari 2024 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen en/of brand te stichten, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand gelegen aan de [straat] [nummer] te Alkmaar en/of aangrenzende panden en/of de in voornoemde panden aanwezige goederen en/of,
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten (een) aanwezige(n) in voornoemde panden en/of (een) passant(en) en/of hulpverleners te duchten was met dat opzet
- met een of meer anderen met een auto naar Alkmaar is gereden en/of
- met een zogenaamde vuurwerk-brandstof-combinatie, te weten (een fles met) snel ontbrandende vloeistof en/of een explosief (een cobra en/of een rookbom) naar de woning aan de [straat] ( [nummer] ) is gelopen en/of (vervolgens)
- deze vuurwerk-brandstof-combinatie voor de deur/in de nabijheid van voornoemd pand heeft neergezet en/of (vervolgens)
- een tegel tegen voornoemde woning heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer anderen op of omstreeks 1 februari 2024 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen en/of brand te stichten, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand gelegen aan de [straat] [nummer] te Alkmaar en/of aangrenzende panden en/of de in voornoemde panden aanwezige goederen en/of,
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten (een) aanwezige(n) in voornoemde panden en/of (een) passant(en) en/of hulpverleners te duchten was met dat opzet
- met een of meer anderen met een auto naar Alkmaar is gereden en/of
- met een zogenaamde vuurwerk-brandstof-combinatie, te weten (een fles met) snel ontbrandende vloeistof en/of een explosief (een cobra 6 en/of een rookbom) naar de woning aan de [straat] ( [nummer] ) is gelopen en/of (vervolgens)
- deze vuurwerk-brandstof-combinatie voor de deur van voornoemd pand heeft neergezet en/of (vervolgens)
- een tegel tegen voornoemde woning heeft gegooid
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
bij het plegen van welk voorgenomen misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- het plan van aanpak en/of de wijze van communicatie (mede) te bepalen/af te stemmen/te coördineren en/of het doorgeven van informatie/instructies en/of
- een of meer personen te zoeken/benaderen voor de uitvoering van de voornoemde (poging tot) brandstichting en/of het teweegbrengen van de ontploffing en/of
- het (al dan niet door tussenkomst van anderen) verstrekken van cobra’s/explosieven ten behoeve van de voornoemde (poging tot) brandstichting en/of het teweegbrengen van de ontploffing;
Feit 2:
hij op of omstreeks 1 februari 2024 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht bij een pand (woning), gelegen aan de [straat] [nummer] te Alkmaar door bij voornoemd pand een zogenaamde vuurwerk-brandstof-combinatie, te weten een explosief (een rookbom en/of cobra 6) en/of (een flesje met) snel ontbrandende vloeistof tot ontsteking en/of ontbranding te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten een pand gelegen aan de [straat] [nummer] te Alkmaar en/of aangrenzende panden en/of de in voornoemde panden aanwezige goederen, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten (een) aanwezige(n) in voornoemde panden en/of (een) passant(en) te duchten was
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer anderen op of omstreeks 1 februari 2024 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht bij een pand (woning), gelegen aan de [straat] [nummer] te Alkmaar door bij voornoemd pand een zogenaamde vuurwerk-brandstof-combinatie, te weten een explosief (een rookbom en/of cobra 6) en/of (een flesje met) snel ontbrandende vloeistof tot ontsteking en/of ontbranding te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten een pand gelegen aan de [straat] [nummer] te Alkmaar en/of aangrenzende panden en/of de in voornoemde panden aanwezige goederen, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten (een) aanwezige(n) in voornoemde panden en/of (een) passant(en) te duchten was
bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- het plan van aanpak en/of de wijze van communicatie (mede) te bepalen/af te stemmen/te coördineren en/of het doorgeven van informatie/instructies en/of
- een of meer personen te zoeken/benaderen voor de uitvoering van de voornoemde (poging tot) brandstichting en/of het teweegbrengen van de ontploffing en/of
- het (al dan niet door tussenkomst van anderen) verstrekken van cobra’s/explosieven ten behoeve van de voornoemde (poging tot) brandstichting en/of het teweegbrengen van de ontploffing;
Feit 3:
hij op of omstreeks 13 februari 2024 te Medemblik, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning aan de [straat] [nummer [nummer] ] door een zogenaamde vuurwerk-brandstof-combinatie, te weten een explosief (een cobra) en/of (een flesje met) snel ontbrandende vloeistof tot ontsteking en/of ontbranding te brengen en vervolgens naar die woning te gooien terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten genoemde woning en/of belendende panden en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de in de woning aanwezige personen, waaronder onder andere [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer anderen op of omstreeks 13 februari 2024 te Medemblik, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning aan de [straat] [nummer [nummer] ] door een zogenaamde vuurwerk-brandstof-combinatie, te weten een explosief (een cobra) en/of (een flesje met) snel ontbrandende vloeistof tot ontsteking en/of ontbranding te brengen en vervolgens naar die woning te gooien terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten genoemde woning en/of belendende panden en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de in de woning aanwezige personen, waaronder onder andere [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] te duchten was
bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- het plan van aanpak en/of de wijze van communicatie (mede) te bepalen/af te stemmen/te coördineren en/of het doorgeven van informatie/instructies en/of
- een of meer personen te zoeken/benaderen (al dan niet door tussenkomst van anderen) voor de uitvoering van het teweegbrengen van de ontploffing en/of
- het (al dan niet door tussenkomst van anderen) verstrekken van cobra’s/explosieven ten behoeve van het teweegbrengen van de ontploffing;
Ten aanzien van parketnummer 15/318697-23:
Feit 1 (hierna feit 4):
hij op of omstreeks 24 september 2023 te Hoorn, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1.48 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Feit 2 (hierna feit 5):
hij op of omstreeks 24 september 2023 te Hoorn, althans in Nederland, opzettelijk een Nederlands rijbewijs op naam van [benadeelde partij 6] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als gevonden voorwerp wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
Feit 3 (hierna feit 6):
hij op of omstreeks 24 september 2023, te Hoorn, althans in Nederland, een voorwerp te weten een geldbedrag van 1310 euro, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
Ten aanzien van parketnummer 13/065920-24 (hierna feit 7):
hij op of omstreeks 27 november 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 7] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas en/of Louis Vuitton tas (met inhoud: een Louis Vuitton portemonnee en/of een Earpods case en/of een aansteker en/of handschoenen en/of sleutel(s)), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde partij 7] en/of een derde toebehoorde(n) door
- die [benadeelde partij 7] (in zijn rug) vooruit te duwen en/of
- zich dreigend naar die [benadeelde partij 7] te begeven en die [benadeelde partij 7] te omsingelen en/of
- aan die [benadeelde partij 7] de woorden toe te voegen "Je moet niet liegen. Anders ga ik je steken !" en/of "Geef die jas en tas anders ga ik je steken!", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- meermalen, althans eenmaal (met kracht) met gebalde vuist op het (achter)hoofd van die [benadeelde partij 7] te slaan en/of
- het hoofd van die [benadeelde partij 7] vast te pakken en/of vast te houden en/of (vervolgens) met snelheid weg te rennen.
Ten aanzien van parketnummer 15/332665-23:
Feit 1 (hierna feit 8):
hij op of omstreeks 14 december 2023 te Hoorn, op/aan de openbare weg de Nieuwe Noord, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde partij 5] en/of een derde toebehoorde door
- die [benadeelde partij 5] te volgen en/of
- die [benadeelde partij 5] zijn jas uit te laten trekken en/of af te laten geven onder dreiging van geweld, door te zeggen dat één van hen een mes had en/of dat ze die [benadeelde partij 5] anders zouden slaan, althans woorden van gelijke strekking en/of
- die [benadeelde partij 5] meermaals, althans eenmaal, in het gezicht te slaan en/of
- die [benadeelde partij 5] de dreigende woorden toe te voegen dat hij zijn telefoon moest afgeven anders zouden ze hem slaan;
Feit 2 (hierna feit 9):
hij op of omstreeks 14 december 2023 te Hoorn, op/aan de openbare weg het Stationsplein, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere telefoons en/of een jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] te omsingelen en/of
- hen de dreigende woorden toe te voegen dat zij mee moeten lopen anders zouden zij problemen krijgen en/of
- door een hand om hun schouders te leggen en/of hier enige druk op uit te oefenen en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] hun zakken te laten legen door hen de dreigende woorden toe te voegen ‘leeg jullie zakken, niet dingen verstoppen of liegen anders sla ik jullie’ en/of ‘als jullie gaan liegen of dingen gaan doen dan schiet ik jullie’, althans woorden van gelijke strekking en/of
- de case met oordopjes van die [benadeelde partij 8] uit zijn jaszak te pakken en/of
- tegen die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] te zeggen dat zij hun telefoons moesten pakken en hun Iclouds moesten resetten en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] meermaals, althans eenmaal, in het gezicht te slaan en/of
- de telefoon en/of de oplader van die [benadeelde partij 8] af te pakken en/of
- die [benadeelde partij 9] zijn jas uit te laten trekken en/of de jas van die [benadeelde partij 9] af te pakken door die [benadeelde partij 9] de dreigende woorden toe te voegen ‘mooie schoenen, trek ze uit, trek je jas ook uit en geef me je tas’.
- die [benadeelde partij 9] zijn tas te laten legen op de grond en/of
- de muts van die [benadeelde partij 9] af te pakken en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen ‘open je bank app, hebben jullie pinpas bij jullie’, althans woorden van gelijke strekking en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen ‘jullie gaan ons niet snitchen anders zoek ik jullie op’, althans woorden van gelijke strekking en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] mee te laten lopen naar het perron op het station en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen: ‘jullie doen nu alsof we vrienden zijn, als jullie iets tegen mensen zeggen of de politie dan komen we jullie halen in Purmerend’ en/of ‘dan gaan we aan jullie adres komen en dan maakt het niet uit of jij het bent of je ouders, maar dan gaan wij schieten’, althans woorden van gelijke strekking en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de trein in te laten stappen;
Feit 3 (hierna feit 10):
hij op of omstreeks 14 december 2023 te Hoorn, op/aan de openbare weg het Stationsplein tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere telefoons en/of een jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] en/of een derde toebehoorde(n) door
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] te omsingelen en/of
- hen de dreigende woorden toe te voegen dat zij mee moeten lopen anders zouden zij problemen krijgen en/of
- door een hand om hun schouders te leggen en/of hier enige druk op uit te oefenen en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] hun zakken te laten legen door hen de dreigende woorden toe te voegen ‘leeg jullie zakken, niet dingen verstoppen of liegen anders sla ik jullie’ en/of ‘als jullie gaan liegen of dingen gaan doen dan schiet ik jullie’, althans woorden van gelijke strekking en/of
- de case met oordopjes van die [benadeelde partij 8] uit zijn jaszak te pakken en/of
- tegen die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] te zeggen dat zij hun telefoons moesten pakken en hun Iclouds moesten resetten en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] meermaals, althans eenmaal, in het gezicht te slaan en/of
- de telefoon en/of de oplader van die [benadeelde partij 8] af te pakken en/of
- die [benadeelde partij 9] zijn jas uit te laten trekken en/of de jas van die [benadeelde partij 9] af te pakken door die [benadeelde partij 9] de dreigende woorden toe te voegen ‘mooie schoenen, trek ze uit, trek je jas ook uit en geef me je tas’.
- die [benadeelde partij 9] zijn tas te laten legen op de grond en/of
- de muts van die [benadeelde partij 9] af te pakken en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen ‘open je bank app, hebben jullie pinpas bij jullie’, althans woorden van gelijke strekking en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen ‘jullie gaan ons niet snitchen anders zoek ik jullie op’, althans woorden van gelijke strekking en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] mee te laten lopen naar het perron op het station en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen: ‘jullie doen nu alsof we vrienden zijn, als jullie iets tegen mensen zeggen of de politie dan komen we jullie halen in Purmerend’ en/of ‘dan gaan we aan jullie adres komen en dan maakt het niet uit of jij het bent of je ouders, maar dan gaan wij schieten’, althans woorden van gelijke strekking en/of
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de trein in te laten stappen.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden
vrijgesproken van de onder 3 primair en subsidiair, 5, 6, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Ten aanzien van de feiten 1 en 2, de explosies in Alkmaar, heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. De verdachte heeft op de zitting een bekennende verklaring afgelegd, echter uitsluitend wat betreft het faciliteren van adressen en dat is het enige wat de verdachte kan worden verweten. De verdediging heeft gesteld dat bij beide feiten sprake was van gemeen gevaar voor goederen en heeft partiële vrijspraak bepleit van het onderdeel “levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander”.
Ten aanzien van feit 4, het aanwezig hebben van MDMA, en feit 7, de straatroof in Amsterdam, heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Vrijspraak feit 8Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte onder 8 ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De verdachte wordt betrokkenheid verweten bij de beroving van slachtoffer [benadeelde partij 5] . Voor medeplegen moet sprake zijn van een nauwe en bewuste samenwerking en daarbij moet de bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht zijn. Vast staat dat de verdachte niet bij de beroving aanwezig was en dat dus geen sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering. Uit het dossier blijkt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende dat de verdachte op een andere wijze een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan deze straatroof, die is gepleegd vóórafgaand aan de straatroven die ten laste zijn gelegd onder de feiten 9 en 10. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van feit 8.
3.3.2.
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6, 7, 9 en 10 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen.
3.3.3.
Bewijsmotivering
Ten aanzien van feit 1 en 2 primair:
De rechtbank is van oordeel, in lijn met het standpunt van de officier van justitie, dat de verdachte ook kan worden veroordeeld voor het onder feit 1 tenlastegelegde onderdeel “levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander”, te weten voor de bewoners van de woning aan de [straat] [nummer] . De rechtbank overweegt hierbij dat uit de inhoud van de vakbijlage van het NFI volgt dat bij het ontsteken van een vuurwerk brandstof combinatie onder andere het risico ontstaat op een drukgolf, scherfwerking en gevaar dat samenhangt met de brandstof (waaronder het ontstaan van brand). Daarnaast betrekt de rechtbank bij dit oordeel ook de bevindingen van het forensisch onderzoek bij en in de woning aan de [straat] en de omstandigheid dat de bewoners ten tijde van het feit in de woning aanwezig waren en lagen te slapen. Onder deze omstandigheden was naar algemene ervaringsregels levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van de [straat] [nummer] voorzienbaar.
Uit forensisch onderzoek dat bij de woning aan de [straat] [nummer] is verricht, blijkt dat als gevolg van de ontploffing bij de voordeur van die woning materiële schade is ontstaan en dat gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Uit dat onderzoek is niet gebleken van potentieel (levens)gevaar voor andere personen dan de medeverdachte. Omdat het dossier geen aanwijzingen bevat voor potentieel (levens)gevaar voor andere personen, zal de verdachte voor feit 2 primair van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 3 primair:
Op 13 februari 2024 vond er een explosie plaats bij de woning aan de [straat] [nummer] te Medemblik, het adres van slachtoffer [benadeelde partij 5] . Er werd een baksteen door een ruit van de woning gegooid en vervolgens is zwaar vuurwerk afgestoken en richting deze ruit gegooid, waarna de explosie volgde. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de verdachte de opdrachtgever van de explosie was. Uit de telefoon van een van de uitvoerders, [medeverdachte 1] , blijkt immers dat hij ongeveer 45 minuten voor de explosie een chatgesprek heeft met account ‘ [account] ’. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft hierover verklaard dat hij toen op dat moment contact had met de opdrachtgever. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit zijn account is. Bovendien ondersteunen ook de verklaring van slachtoffer [benadeelde partij 5] en de tapgesprekken in het dossier de betrokkenheid van de verdachte. De bewoners waren op het moment van de explosie thuis. Slachtoffer [benadeelde partij 4] zat op de bank in de woonkamer, dichtbij de explosie die in de voortuin plaatsvond. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat naast gemeen gevaar voor goederen eveneens levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van deze woning te duchten was. De rechtbank zal dit feit wettig en overtuigend bewezen verklaren.
Ten aanzien van feit 5:
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat het rijbewijs vanaf 19 augustus 2023 als gestolen geregistreerd staat en de verdachte het rijbewijs op 24 september 2023 in zijn bezit heeft. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij het rijbewijs op 22 september 2023 heeft gevonden op straat en ter terechtzitting van 22 januari 2025 dat hij het rijbewijs diezelfde dag, dus op 24 september 2023, op de grond had gevonden. Het was volgens de verdachte de bedoeling om het rijbewijs naar de politie te brengen. Gelet op de wisselende verklaringen en de omstandigheden waaronder het rijbewijs bij de verdachte is aangetroffen, namelijk tussen het contante geld op zijn borst, acht de rechtbank de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig en zal dit feit ook wettig en overtuigend bewezen verklaren.
Ten aanzien van feit 6:
Op 24 september 2023 is de verdachte, in het bezit van een groot geldbedrag, in kleinere coupures, aangetroffen in een auto waarin een aanzienlijke hoeveelheid drugs is gevonden. Dit levert een vermoeden van witwassen op. De verdachte heeft geen concrete en verifieerbare verklaring afgelegd over de herkomst van het geldbedrag. Bovendien zijn de verklaringen die de verdachte hierover heeft afgelegd wisselend en tegenstrijdig. De rechtbank stelt dan ook vast dat de verdachte een geldbedrag voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat dit van misdrijf afkomstig was. Ook dit feit zal de rechtbank wettig en overtuigen bewezen verklaren.
Ten aanzien van feiten 9 en 10:
De verdachte wordt betrokkenheid bij de straatroof van slachtoffers [benadeelde partij 8] en [benadeelde partij 9] verweten. De verdachte ontkent dat hij hierbij een actieve rol heeft gespeeld. Hij heeft ter zitting van 22 januari 2025 verklaard dat hij wel zag dat één van zijn vrienden de jongens aan het beroven was. De slachtoffers hebben echter verklaard dat zij bij het treinstation van Hoorn zijn beroofd door drie jongens en hebben ook de rol van deze jongens benoemd. Zo zijn zij omsingeld door de drie jongens en de verdachte heeft [benadeelde partij 8] vastgepakt en tegen [benadeelde partij 9] gezegd dat hij zijn bankapp moest openen. Ook medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij naar twee personen zijn gegaan om deze te beroven. De rechtbank ziet geen enkele reden om te twijfelen aan de verklaringen van de slachtoffers en de medeverdachte en acht een eendaadse samenloop van de onder 9 en 10 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6, 7, 9 en 10 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
15/176595-24:
Feit 1 primair:
hij op 1 februari 2024 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand gelegen aan de [straat] [nummer] te Alkmaar en aangrenzende panden en de in voornoemde panden aanwezige goederen en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten aanwezigen in voornoemd pand [straat] [nummer] te duchten was
met dat opzet
- met een ander met een auto naar Alkmaar is gereden en
- met een zogenaamde vuurwerk-brandstof-combinatie, te weten een fles met snel ontbrandende vloeistof en een explosief (een cobra) naar de woning aan de [straat] [nummer] is gelopen en vervolgens
- deze vuurwerk-brandstof-combinatie in de nabijheid van voornoemd pand heeft neergezet en vervolgens
- een tegel tegen voornoemde woning heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 2 primair:
hij op 1 februari 2024 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een pand (woning), gelegen aan de [straat] [nummer] te Alkmaar door bij voornoemd pand een zogenaamde vuurwerk-brandstof-combinatie, te weten een explosief (een cobra 6) en een flesje met snel ontbrandende vloeistof tot ontsteking en/of ontbranding te brengen, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand gelegen aan de [straat] [nummer] te Alkmaar en de in voornoemd pand aanwezige goederen, te duchten was;
Feit 3 primair:
hij op 13 februari 2024 te Medemblik, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning aan de [straat] nummer [nummer] door een zogenaamde vuurwerk-brandstof-combinatie, te weten een explosief (een cobra) en een flesje met snel ontbrandende vloeistof tot ontsteking en/of ontbranding te brengen en vervolgens naar die woning te gooien terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten genoemde woning en belendende panden en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de in de woning aanwezige personen, [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5] te duchten was;
15/318697-23:
Feit 4:
hij op 24 september 2023 te Hoorn, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1.48 gram, van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Feit 5:
hij op 24 september 2023 te Hoorn, opzettelijk een Nederlands rijbewijs op naam van [benadeelde partij 6] , toebehorende aan [benadeelde partij 6] , en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als gevonden voorwerp, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
Feit 6:
hij op 24 september 2023 te Hoorn, een geldbedrag van 1310 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
13/065920-24:
Feit 7:
hij op 27 november 2023 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde partij 7] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas en tas (met inhoud: portemonnee en Earpods case en aansteker en handschoenen en sleutel(s)), die aan die [benadeelde partij 7] toebehoorden door
- die [benadeelde partij 7] (in zijn rug) vooruit te duwen en
- zich dreigend naar die [benadeelde partij 7] te begeven en die [benadeelde partij 7] te omsingelen en
- aan die [benadeelde partij 7] de woorden toe te voegen "Je moet niet liegen. Anders ga ik je steken." en "Geef die jas en tas anders ga ik je steken." en
- meermalen met gebalde vuist op het achterhoofd van die [benadeelde partij 7] te slaan en
- het hoofd van die [benadeelde partij 7] vast te pakken en vast te houden.
15/332665-23:
Feit 9:
hij op 14 december 2023 te Hoorn, op de openbare weg het Stationsplein, tezamen en in vereniging met anderen, een telefoon en een jas die aan [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 8] en [benadeelde partij 9] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] te omsingelen en
- hen de dreigende woorden toe te voegen dat zij mee moeten lopen anders zouden zij problemen krijgen en
- door een hand om hun schouders te leggen en hier enige druk op uit te oefenen en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] hun zakken te laten legen door hen de dreigende woorden toe te voegen ‘leeg jullie zakken, niet dingen verstoppen of liegen anders sla ik jullie’ en ‘als jullie gaan liegen of dingen gaan doen dan schiet ik jullie’ en
- tegen die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] te zeggen dat zij hun telefoons moesten pakken en hun Iclouds moesten resetten en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] meermaals in het gezicht te slaan en
- de telefoon en de oplader van die [benadeelde partij 8] af te pakken en
- die [benadeelde partij 9] zijn jas uit te laten trekken en de jas van die [benadeelde partij 9] af te pakken door die [benadeelde partij 9] de dreigende woorden toe te voegen ‘trek je tas ook uit’ en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen ‘open je bank app, hebben jullie pinpas bij jullie’, althans woorden van gelijke strekking en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen ‘jullie gaan ons niet snitchen anders zoek ik jullie op’, althans woorden van gelijke strekking en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] mee te laten lopen naar het perron op het station en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen: ‘jullie doen nu alsof we vrienden zijn, als jullie iets tegen mensen zeggen of de politie dan komen we jullie halen in Purmerend’ en ‘dan gaan we aan jullie adres komen en dan maakt het niet uit of jij het bent of je ouders, maar dan gaan wij schieten’, althans woorden van gelijke strekking en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de trein in te laten stappen.
Feit 10:
hij op 14 december 2023 te Hoorn, op de openbare weg het Stationsplein tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde partij 8] en [benadeelde partij 9] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en een jas, die aan die [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] toebehoorde(n) door
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] te omsingelen en
- hen de dreigende woorden toe te voegen dat zij mee moeten lopen anders zouden zij problemen krijgen en
- door een hand om hun schouders te leggen en hier enige druk op uit te oefenen en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] hun zakken te laten legen door hen de dreigende woorden toe te voegen ‘leeg jullie zakken, niet dingen verstoppen of liegen anders sla ik jullie’ en ‘als jullie gaan liegen of dingen gaan doen dan schiet ik jullie’ en
- tegen die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] te zeggen dat zij hun telefoons moesten pakken en hun Iclouds moesten resetten en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] meermaals in het gezicht te slaan en
- de telefoon en de oplader van die [benadeelde partij 8] af te pakken en
- die [benadeelde partij 9] zijn jas uit te laten trekken en die [benadeelde partij 9] de dreigende woorden toe te voegen ‘trek je jas ook uit’.
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen ‘open je bank app, hebben jullie pinpas bij jullie’, althans woorden van gelijke strekking en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen ‘jullie gaan ons niet snitchen anders zoek ik jullie op’, althans woorden van gelijke strekking en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] mee te laten lopen naar het perron op het station en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de dreigende woorden toe te voegen: ‘jullie doen nu alsof we vrienden zijn, als jullie iets tegen mensen zeggen of de politie dan komen we jullie halen in Purmerend’ en ‘dan gaan we aan jullie adres komen en dan maakt het niet uit of jij het bent of je ouders, maar dan gaan wij schieten’, althans woorden van gelijke strekking en
- die [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 8] de trein in te laten stappen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1 primair:
Medeplegen van een poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Feit 2 primair:
Medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
Feit 3 primair:
Medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Feit 4:
Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Feit 5:
Verduistering.
Feit 6:
Witwassen.
Feit 7:
Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
De eendaadse samenloop van
Feit 9:
Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen:
en
Feit 10:
Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6.Motivering van de sancties

6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft aangegeven dat zij bij haar strafeis rekening heeft gehouden met de Pro Justitia rapportages, de jonge leeftijd van de verdachte, de samenloop van feiten, de duur van de voorlopige hechtenis, het feit dat de verdachte een lange tijd een enkelband heeft gedragen en dat de verdachte nu in een begeleid wonen traject vanuit Multiplus Zorg woont. De officier van justitie heeft gelet hierop, in tegenstelling tot de eis op de zitting van 22 januari 2025, geen langere onvoorwaardelijke jeugddetentie gevorderd dan de verdachte al in voorarrest heeft gezeten.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 425 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van twee jaren, onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit en onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte
  • op geen enkele wijze contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 1] ;
  • op geen enkele wijze contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers [benadeelde partij 7] , [benadeelde partij 8] , [benadeelde partij 9] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 4] ;
  • zal meewerken aan begeleiding vanuit IFA (Levvel) of soortgelijke begeleiding;
  • verblijft in een instelling voor begeleid wonen zoals Multi Plus Zorg of een soortgelijke instelling;
  • onderwijs volgt of deelneemt aan dagbesteding zoals wordt aangewezen door de jeugdreclassering;
  • zich zal houden aan een avondklok zoals besloten wordt door de jeugdreclassering, waarbij de verdachte in het weekend op gezette tijden de mogelijkheid heeft om naar zijn moeder of oma (mz) te gaan, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht tot een maximum van een jaar;
  • zich zal houden aan een locatieverbod voor de gehele [straat] in Alkmaar, de gehele [straat] in Alkmaar en de gehele [straat] in Medemblik;
met dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden.
De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen jeugddetentie.
6.2.
Standpunt van de verdachte/de verdediging
De raadsman heeft ter terechtzitting van 4 november 2025 aangegeven dat hij blijft bij zijn standpunt, zoals dat is opgenomen in het proces-verbaal van de zitting van 22 januari 2025. De raadsman kan zich vinden in de eis van de officier van justitie en bepleit de verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest, maar wel een geheel voorwaardelijke straf met daaraan verbonden de voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad. Daarbij heeft de raadsman verzocht de avondklok te beperken tot een maximale duur van 6 maanden. Tenslotte heeft de raadsman bepleit om de duur van de werkstraf te minderen.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Inleiding
Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
De ernst van de feiten
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich (samen met anderen) in een vrij korte periode schuldig gemaakt aan een tiental ernstige strafbare feiten.
Op 24 september 2023 had de verdachte 1.48 gram MDMA bij zich. De verdachte heeft verklaard dat hij de pillen van zijn vriendin had en weer zou doorgeven aan iemand anders. Hierdoor heeft hij een bijdrage geleverd aan de verspreiding van harddrugs. Ook heeft de verdachte zich die dag schuldig gemaakt aan verduistering van een rijbewijs en het witwassen van een geldbedrag.
Op 27 november 2023 heeft de verdachte in Amsterdam met anderen een 13-jarige jongen gedwongen zijn jas en tas af te geven door hem onder andere te slaan en te dreigen om hem te steken. Op 14 december 2023 heeft de verdachte in Hoorn samen met anderen een straatroof gepleegd, waarbij twee jongens het slachtoffer zijn geworden. De verdachte heeft tijdens het plegen van deze ernstige feiten op geen enkele manier rekening gehouden met de gevoelens van de slachtoffers. Uit de motivering van het verzoek tot schadevergoeding van het slachtoffer in Amsterdam blijkt dat de impact van de straatroof groot is geweest op hem. Niet alleen de slachtoffers hebben zich door de straatroven erg bedreigd gevoeld; dit soort feiten zorgen ook in de maatschappij voor gevoelens van onveiligheid. De verdachte heeft zich steeds laten leiden door zijn eigen gewin.
Daarnaast heeft de verdachte zich samen met anderen op 1 februari 2024 schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een ontploffing bij een woning en een poging daartoe bij een andere woning. De verdachte heeft adressen van de woningen aan de [straat] en de [straat] in Alkmaar doorgegeven aan anderen, die vervolgens op die adressen met zogenaamde vuurwerkbommen explosies zouden veroorzaken. Dat is bij de [straat] gelukt en heeft schade veroorzaakt. Deze feiten zijn begaan in een periode waarin bij meerdere woningen in Alkmaar ontploffingen plaatsvonden of pogingen daartoe werden ondernomen. Deze incidenten hebben een enorme impact gehad op de directe betrokkenen en omwonenden, maar ook meer in het algemeen op de stad Alkmaar en haar inwoners. Onder andere tijdens bewonersbijeenkomsten is gebleken dat veel inwoners erg bang zijn. Als gevolg van de ontploffingen en pogingen daartoe zijn meerdere locaties in Alkmaar aangewezen als veiligheidsrisicogebied en is ingezet op permanent cameratoezicht op en observatie van de betreffende woningen. Eén van die woningen betrof de woning aan de [straat] [nummer] , welke woning voor feit 1 het eigenlijke doelwit was. Deze woning is als gevolg van de incidenten op last van de burgemeester gesloten. Dat moet impact hebben gehad op de bewoner(s) van die woning en de omwonenden van die woning, zoals ook is gebleken uit de slachtofferverklaringen van de bewoners. De verdachte heeft hieraan een bijdrage geleverd.
Voorts heeft de verdachte zich samen met anderen op 14 februari 2024 schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een ontploffing bij een woning in Medemblik. Eerst is een baksteen door het raam van de woonkamer gegooid, waardoor de ruit is gesneuveld en er glas in de woonkamer is terechtgekomen. De steen kwam vlak naast het slachtoffer [benadeelde partij 4] terecht, die op dat moment op de bank, voor het raam, lag. Zij kreeg allemaal glas op zich. Vervolgens zag zij iets branden, waarna zij dekking heeft gezocht. Direct daarna vond een explosie plaats. De explosie is erg bedreigend en beangstigend geweest voor de bewoners van de woning en heeft tot veel angstklachten bij hen geleid. Dit blijkt mede uit de ter terechtzitting van 22 januari 2025 voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring, waaruit onder meer naar voren komt dat het slachtoffer, [benadeelde partij 4] , en haar kinderen na dit incident een tijd lang afzonderlijk van elkaar ondergedoken hebben gezeten uit angst voor nog een aanslag. Een woning is bij uitstek de plek waar een ieder zich veilig moet kunnen voelen. Een ontploffing zorgt ook voor omwonenden en in algemene zin binnen de samenleving voor onrust en gevoelens van angst en onveiligheid, zeker in de huidige tijd waarin veel ontploffingen in of bij woningen plaatsvinden. De verdachte heeft bijgedragen aan de zeer intimiderende vorm van geweld. Bovendien mag de verdachte van geluk spreken dat de vuurwerkbom niet in de woning, maar in de voortuin is ontploft en dat er geen grote brand is ontstaan, anders hadden de gevolgen nog veel ernstiger kunnen zijn. De verdachte heeft zich laten leiden door geldelijk gewin en zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen. De rechtbank rekent de verdachte dat zeer aan.
Persoonlijke omstandighedenMet betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op:
  • het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 7 oktober 2025, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor diverse geweldsmisdrijven en nog in een proeftijd liep van een voorwaardelijke straf. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.
  • het Pro Justitia psychiatrisch rapport van 17 juni 2025, opgesteld door [kinder- en jeugdpsychiater] , (kinder- en jeugd)psychiater, supervisor en [kinder- en jeugdpsychiater] , (kinder- en jeugd)psychiater, supervisant
  • het Pro Justitia psychologisch rapport van 2 december 2024 met een aanvullend rapport van 19 juni 2025, opgesteld door [psycholoog] , psycholoog,
  • de adviesrapporten van de Raad van 17 januari 2025 en van 27 oktober 2025.
De rechtbank kan zich verenigen met de conclusies van de rapporten en maakt deze tot de hare.
Rapport van de psychiater
De opsteller van het
psychiatrisch rapportheeft vastgesteld dat bij de verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, passend bij een normoverschrijdende gedragsstoornis, bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en narcistische kenmerken. Daarbij is sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel. Bovengenoemde stoornissen spelen al langere tijd, maar beïnvloedde niet de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten.
Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. De ontwikkeling van de verdachte is belast door een combinatie van opvoedingsproblemen, traumatische gezinsdynamiek, negatieve groepsinvloeden en langdurig gebrek aan structuur in wonen, leren en dag invulling.
Deze factoren versterken elkaar en vergroten de gedragsproblematiek leidend tot verdere consolidering van de antisociale en narcistische trekken. Om recidive te verminderen, is het noodzakelijk dat de verdachte afdoende wordt ingekaderd middels een gedragsmatige aanpak. Gegeven het feit dat hij zelf geen inzicht geeft in waar hij zich met wie ophoudt en wat hij dan doet, kan een noodzakelijk geachte inkadering niet anders dan middels elektronische controle, avondklok en strikt(er) toezicht door reclassering en IFA-coach en woonbegeleiding. Middels stevig toezicht, begeleiding en externe structuur kan de verdachte leren zich meer pro-sociaal te gedragen doordat hij direct een duidelijke
consequentie ervaart bij onacceptabel gedrag. Hierbij dient niet vergeten te worden te expliciteren welk gedrag gewenst is. Het is voor de motivatie van de verdachte helpend wanneer hij beloond wordt, zodra hij ‘wordt betrapt op gewenst gedrag’. Zo kan gewerkt worden aan het opbouwen en volhouden van een dagstructuur via school, stage of werk en een pro-sociale vrijetijdsbesteding. Ook kan wellicht gewerkt worden aan het opbouwen en behouden van een pro-sociaal netwerk. De verdachte heeft gezien zijn disharmonisch intelligentieprofiel veel herhaling nodig en is gebaat bij directe feedback op een situatie, opdat hij kan leren in de dagelijkse praktijk.
Rapport van de psycholoog
De opsteller van het
(aanvullend) psychologisch rapportheeft vastgesteld dat bij de verdachte sprake is van een gedragsstoornis met antisociale en oppositioneel-opstandige kenmerken. De persoonlijkheidsontwikkeling is bedreigd in antisociale en narcistische richting. Tevens is er sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel, waarbij de ruimtelijk inzichtelijke capaciteiten relatief lager liggen dan de overige capaciteiten.
De verdachte bekent betrokkenheid bij twee explosies en het bezit van MDMA.
Ten tijde van de tenlastegelegde feiten was er sprake van bovengenoemde psychische problematiek, maar beïnvloedde niet de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde. De gedragsstoornis brengt met zich mee dat de gewetensfunctie verstoord is ontwikkeld en dat hij beperkt empathisch is en dus weinig schuld en spijt gevoelens ervaart jegens zijn slachtoffer. Voorts valt zijn reeds verharde en berekenende houding op. Verstandelijk moet de verdachte in staat worden geacht om de wederrechtelijkheid van het tenlastegelegde in te kunnen zien en eveneens moet hij in staat worden geacht om zijn wil geheel in vrijheid te kunnen bepalen. De deskundige adviseert om deze tenlastegelegde feiten – indien bewezen – de verdachte volledig toe te rekenen.
Met betrekking tot de overige feiten, die de verdachte ontkent, ontbreekt het aan zicht op de toedracht van het tenlastegelegde vanuit het perspectief van hem en op zijn intrapsychische dynamiek ten tijde van het tenlastegelegde. In algemene zin kan gesteld worden dat een gedragsstoornis en beperkte intellectuele capaciteiten, waarvan sprake is bij de verdachte, het volgende met zich meebrengt. De gedragsstoornis brengt, zoals reeds beschreven, met zich mee dat de gewetensfunctie lacunair is en hij dus weinig gevoelens van schuld en spijt jegens zijn slachtoffers ervaart. Dit betekent dat zijn gebrek aan empathische vermogens en dus een gebrekkige gewetensfunctie op verstandelijk niveau gecorrigeerd dient te worden. De ruimtelijk inzichtelijke capaciteiten zijn weliswaar relatief beperkt, maar voldoende om in te zien welk gedrag is toegestaan en welk gedrag niet. Het antisociale gedrag van de verdachte lijkt echter al verhard en kenmerkt zich vooral door een bewuste en berekenende opportunistische houding, waarbij hij zichzelf dus niet verstandelijk corrigeert bij grensoverschrijdend gedrag. De deskundige acht de verdachte hier echter wel toe in staat. Er lijkt dan ook geen dwingende werking van de geconstateerde psychische problematiek op zijn gedrag ten tijde van de tenlastegelegde feiten uit te zijn gegaan. Echter als gevolg van zijn ontkenning en het ontbreken van zicht op zijn gedrag ten tijde van deze tenlastegelegde feiten kan voornoemde inschatting van de deskundige niet met zekerheid gesteld worden. Wel kan gesteld worden dat er sprake is van een gelijktijdigheidsverband. De deskundige onthoudt zich dan ook van het doen van een uitspraak over de mate waarin deze tenlastegelegde feiten de verdachte kunnen worden toegerekend.
Er komen vanuit het onderzoek meerdere risicofactoren met betrekking tot gewelddadig gedrag naar voren. Er zijn weinig beschermende factoren geconstateerd. Het geheel overziend acht de deskundige momenteel de kans op herhaling hoog.
Met betrekking tot de geconstateerde psychische problematiek van de verdachte wordt vanuit forensisch oogpunt, maar ook vanuit het oogpunt van een zo gunstig mogelijke persoonlijkheidsontwikkeling, begeleiding geadviseerd en niet zozeer behandeling.
De geconstateerde psychische problematiek is reeds tamelijk verhard, er is nauwelijks ziektebesef en -inzicht en de verdachte ervaart geen lijdensdruk. Ook roept behandeling gericht op gedragsverandering, zowel ambulant als klinisch, zeer veel weerstand bij hem op. Al met al lijkt behandeling weinig zinvol. Behandeling bij De Waag heeft in het verleden ook geen vruchten afgeworpen, terwijl goed afgestemde begeleiding nog wel een positieve invloed op de verdachte lijkt te hebben. De begeleiding dient redelijk intensief te zijn en afspraken dienen goed gecontroleerd te worden, met een lik op stuk beleid. Aandacht dient uit te gaan naar begeleid wonen en dagbesteding, waarbij de nadruk dient te liggen op school en werk. De verdachte verblijft momenteel weer bij Multi Plus Zorg en neemt deel aan een traject dat uitzicht biedt op werk. Voortzetting van dit traject acht de deskundige aangewezen.
De deskundige adviseert om de verdachte vooral goed afgestemde begeleiding aan te bieden, waarmee zijn ontwikkeling richting zelfstandigheid wordt gestimuleerd op een wijze die aansluit bij zijn belevingswereld. Hierin zou een lik op stuk beleid voorop moeten staan en hij dient dus bij het niet nakomen van afspraken direct met de consequenties geconfronteerd te worden. Een dergelijke begeleiding zou de verdachte als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel aangeboden kunnen worden. De deskundige heeft een PIJ-maatregel overwogen, maar de voorkeur van de deskundige gaan niet uit naar behandeling. Een behandeling binnen een PIJ-maatregel acht de deskundige dan ook niet aangewezen.
Rapport van de reclassering
Uit het adviesrapport van de Raad van 27 oktober 2025 blijkt het volgende. De Raad is van mening dat er sprake is van een hoog risico op (gewelddadige) recidive en ziet met name risicofactoren op het ontbreken van dagbesteding en de domeinen geestelijke gezondheid, houding, agressie en vaardigheden. De verdachte verblijft sinds zijn schorsing binnen Multi Plus Zorg en doet het hier redelijk goed. Wel wordt gezien dat hij vaak de grenzen opzoekt en moeite heeft om zich aan de afgesproken tijden te houden. De verdachte kan niet reflecteren op zijn eigen gedrag en vindt het lastig om geconfronteerd te worden met consequenties van zijn gedrag. Het is voor hem belangrijk dat er perspectief wordt geboden, waarbij hij beloond wordt voor zijn positieve gedrag. De Raad kan zich vinden in het advies van de deskundigen dat een behandeling binnen een PIJ-maatregel niet wenselijk wordt geacht. De Raad kan zich ook vinden in het advies om externe structuur, toezicht en begeleiding op te leggen als bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie met een zo lang mogelijke proeftijd. Om recidive te verminderen, is het noodzakelijk dat de verdachte voldoende wordt ingekaderd middels een gedragsmatige aanpak. De Raad adviseert de verdachte een deels voorwaardelijke en een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, gelijk aan het voorarrest, onder de algemene voorwaarde en bijzondere voorwaarden, zoals genoemd in het adviesrapport. De Raad acht een dadelijke uitvoerbaarheid van de jeugdreclasseringsmaatregel, maar ook van de bijzondere voorwaarden, wenselijk.
Ter terechtzitting van 4 november 2025 heeft de Raad hierop aangevuld dat de verdachte veel heeft gehad aan een IFA-coach, maar die begeleiding inmiddels is gestopt. De verdachte gaat goed op het lik-op-stukbeleid en dat wil de Raad voortzetten. Daarbij is begeleiding belangrijk. De dagbesteding is kwetsbaar en de verdachte heeft daarbij hulp nodig. De verdachte wil het liefst dezelfde IFA-coach, maar het zou ook goed voor hem zijn als hij vertrouwen krijgt in een andere coach. De avondklok dient nog te worden voortgezet, maar kan tussentijds worden aangepast door de jeugdreclassering. De Raad adviseert een proeftijd voor de duur van twee jaren.
Standpunt van de jeugdreclassering
Ter terechtzitting van 4 november 2025 heeft de jeugdreclassering aangegeven dat de dagbesteding nog verder moet worden opgepakt. In de afgelopen periode is de verdachte niet gerecidiveerd en heeft hij een goed contact met zijn huidige jeugdreclasseerder. De verdachte wil graag bij zijn oma of moeder zijn. Hij weet dat als hij zich goed aan voorwaarden houdt, hij meer vrijheid krijgt. De verdachte is gebaat bij strakke kaders, met een lik-op-stukbeleid.
De straffen
Gezien wat hiervoor is uiteengezet, acht de rechtbank het niet in het belang van de verdachte om hem terug te sturen naar de jeugdgevangenis. De rechtbank neemt het advies van de deskundigen over dat de nadruk moet komen te liggen op begeleiding in plaats van behandeling. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van 431 dagen moet worden opgelegd, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar. De bedoeling van de rechtbank bij de hoogte van deze straf is dus dat de verdachte nu niet opnieuw naar de jeugdgevangenis hoeft.
De rechtbank acht het verder belangrijk dat de verdachte begeleiding krijgt binnen een strak kader, zoals is geadviseerd door de deskundigen en de Raad. De rechtbank zal daarom de door de Raad geadviseerde bijzondere voorwaarden overnemen en aan de voorwaardelijke jeugddetentie verbinden. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat de verdachte moet meewerken aan begeleiding vanuit een IFA-coach en zich dient te houden aan een avondklok, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht tot een maximum van twaalf maanden.
De rechtbank ziet geen reden om de verdachte een locatieverbod op te leggen, nu de betreffende feiten al langere tijd geleden zijn gepleegd en de rechtbank geen signalen heeft gekregen dat de verdachte in de tussentijd op deze locaties is geweest.
Verder is de rechtbank van oordeel dat ook een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren moet worden opgelegd, zoals is gevorderd door de officier van justitie.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen en een gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, te weten (kort gezegd) het teweegbrengen van explosies met levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, afpersing en diefstal met geweld.
Gelet op de hiervoor geschetste persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het recidiverisico dat door de deskundigen en de Raad als hoog wordt ingeschat, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom dergelijke misdrijven zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
6.4.
Bijkomende straf
Verbeurdverklaring
De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven geldbedrag van € 1.310,- verbeurd dient te worden verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het geldbedrag door middel van een strafbaar feit is verkregen.

7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

7.1.
Vorderingen benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]
De bewoners van de woning aan de [straat] [nummer] , [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] , hebben allebei een vordering benadeelde partij ingediend tot betaling van € 1.000,- schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, wegens immateriële schade die zij als gevolg van feit 1 primair zouden hebben geleden.
7.2.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 3]
De bewoner van de woning aan de [straat] [nummer] , [benadeelde partij 3] , heeft een vordering benadeelde partij ingediend tot betaling van € 3 .000,- schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, wegens immateriële schade die hij als gevolg van feit 2 primair zou hebben geleden.
7.3.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen toe te
wijzen en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.4.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank over de vorderingen.
7.5.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de door de benadeelde partijen gestelde immateriële schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde, namelijk feit 1 primair voor [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en feit 2 primair voor [benadeelde partij 3] . Vergoeding van deze schade komt de rechtbank billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vorderingen, het verhandelde op de zitting en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank overweegt dat het handelen door de verdachte en zijn medeverdachten een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke integriteit van de benadeelde partijen. De aard en ernst van die normschending en de gevolgen daarvan, zoals onderbouwd in de toelichtingen op de vorderingen en de schriftelijke slachtofferverklaringen van [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] , zijn zodanig geweest dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een “aantasting in zijn persoon op andere wijze" in de zin van artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. De vorderingen tot vergoeding van de immateriële schade, waartegen bovendien ook geen verweer is gevoerd, zullen dan ook volledig worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.
De verdachte wordt tevens veroordeeld in de kosten die door of namens de benadeelde partijen zijn gemaakt (tot op heden voor alle drie de benadeelde partijen begroot op nihil) en die ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog zijn te maken.
De rechtbank ziet verder aanleiding om in het belang van de benadeelde partijen, als extra waarborg voor betaling, aan de verdachte op te leggen de schadevergoedingsmaatregel, als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank zal tot slot, in verband met hoofdelijkheid, voor zowel de toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen als de op te leggen schadevergoedingsmaatregelen bepalen dat als de schadebedragen of delen daarvan al door of namens één van de mededaders aan de benadeelde partijen en/of de Staat zijn betaald, de verdachte in zoverre van die betalingsverplichtingen zal zijn bevrijd
7.6.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 4]
De benadeelde partij [benadeelde partij 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.253,78 ingediend tegen de verdachte, bestaande uit materiële en immateriële schade, die zij als gevolg van het onder 3 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De gestelde schade bestaat uit:
  • post 1: picknicktafel € 50,00
  • post 2: vitrage woonkamer € 50,00
  • post 3 : verlies inkomsten arbeid € 487,38
  • post 4: beveiligingscamera € 119,00
  • post 5: reiskosten € 47,40
- immateriële schade € 3 .500,00
7.7.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te
wijzen en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.8.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren vanwege de door hem bepleite vrijspraak.
7.9.
Het oordeel van de rechtbank
Voor de rechtbank is voldoende vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 primair bewezen verklaarde feit [kort gezegd: veroorzaken van een explosie], door de handelingen van de verdachte, rechtstreekse schade heeft geleden.
De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade ten aanzien van de posten picknicktafel, vitrage woonkamer en reiskosten voldoende is onderbouwd en in zodanig verband staat met het door de verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. Deze schadeposten zullen dan ook worden toegewezen.
Wat betreft de gevorderde materiële schade ten aanzien van de post van verlies van inkomsten uit arbeid ziet de rechtbank dat ook hier sprake is van een rechtstreeks verband. De benadeelde partij heeft toegelicht dat zij de eerste periode na het incident niet in haar eigen huis kon wonen en veel last had van nachtmerries. Bij terugkomst in haar woning bleef zij last houden van angst en een onveilig gevoel. Uit de onderbouwing van de vordering tot schadevergoeding blijkt dat de benadeelde partij nauwelijks sliep, veel huilde en veel stress had. Door alle (angst)klachten durfde de benadeelde partij een lange tijd niet naar haar werk en/of de straat op te gaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de kosten van het verlies van inkomsten uit arbeid in zodanig verband staan met het door de verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kunnen worden toegerekend. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden toegewezen.
Dit is anders voor wat betreft de kosten voor het aanschaffen van de beveiligingscamera. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade ten aanzien van de aanschaf van de beveiligingscamera niet in voldoende rechtstreeks verband staat met het bewezen verklaarde feit en dus niet voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank zal de vordering voor dat gedeelte niet-ontvankelijk verklaren.
Wat betreft de immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. De aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan, zoals onderbouwd in de toelichting op de vordering en de schriftelijke slachtofferverklaring, zijn zodanig geweest dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een “aantasting in zijn persoon op andere wijze” in de zin van artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank komt vergoeding van een bedrag van € 2.000,- billijk voor. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van dit bedrag, gelet op de onderbouwing van de vordering en bedragen die in soortgelijke gevallen als vergoeding worden toegekend. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.
De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een totaalbedrag van € 2.634,78, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering voor het overige.
Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken, tot op heden begroot op nihil.
De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: veroorzaken van een explosie] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
7.10.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 5]
De wettelijke vertegenwoordiger (moeder) [benadeelde partij 4] heeft namens de benadeelde partij
[benadeelde partij 5] een vordering tot schadevergoeding van € 3 .500,- ingediend tegen de verdachte, bestaande uit immateriële schade die hij als gevolg van het onder 3 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.11.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te
wijzen en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.12.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren vanwege de door hem bepleite vrijspraak.
7.13.
Het oordeel van de rechtbank
Voor de rechtbank is voldoende vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 primair bewezen verklaarde feit [kort gezegd: veroorzaken van een explosie], door de handelingen van de verdachte, rechtstreekse schade heeft geleden.
Wat betreft de immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. De aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan, zoals onderbouwd in de toelichting op de vordering en de schriftelijke slachtofferverklaring, zijn zodanig geweest dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een “aantasting in zijn persoon op andere wijze” in de zin van artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank komt vergoeding van een bedrag van € 2.000,- billijk voor. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van dit bedrag, gelet op de onderbouwing van de vordering en bedragen die in soortgelijke gevallen als vergoeding worden toegekend. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.
De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een totaalbedrag van € 2.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering voor het overige.
Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken, tot op heden begroot op nihil.
De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: veroorzaken van een explosie] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
7.14.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 6]
De benadeelde partij [benadeelde partij 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van
€ 213,10 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 5 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
7.15.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 63,10 toe te wijzen voor de kosten voor de aanvraag van een nieuw rijbewijs en het maken van foto’s, vermeerderd met de wettelijke rente en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.16.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] af te wijzen. De verdachte wordt de verduistering van het rijbewijs verweten en niet de diefstal of de heling daarvan. De afstand tussen de diefstal is daarmee zo groot dat de verdachte niet voor de schade aansprakelijk gesteld kan worden.
7.17.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal, gelet op de genoemde bewijsmiddelen, de vordering toewijzen tot een totaalbedrag van € 63,10, bestaande uit de kosten voor de aanvraag van een nieuw rijbewijs inclusief het maken van pasfoto’s, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering voor het overige, omdat het rechtstreekse verband met het tenlastegelegde feit ontbreekt.
7.18.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 7]
[de moeder van benadeelde partij 7] heeft op 27 mei 2024 namens haar minderjarige zoon
[benadeelde partij 7]een vordering tot schadevergoeding van € 4.202,- ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 7 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
Op 22 oktober 2025 is een herstelvordering ingediend tegen de verdachte voor een bedrag van € 1.624,-. De gestelde schade bestaat uit € 179,- voor AirPods, € 125,- voor een jas,
€ 650,- voor een tas, € 20,- voor een pinbedrag en € 650,- voor immateriële schade.
7.19.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.20.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van de verdachte heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
7.21.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 7 bewezen verklaarde feit. De rechtbank kan echter op basis van het dossier de waarde van de gestolen tas niet vaststellen en zal de waarde schatten op € 100,-. Verder zal de rechtbank de waarde van de AirPods schatten op € 100,-. De gevorderde € 20,- voor het pinbedrag en
€ 125,- voor een jas zal de rechtbank geheel toewijzen. Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor tot een bedrag van € 300,-. Voor de overige gestelde schade zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit gedeelte van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Gelet op het voorgaande zal de vordering tot schadevergoeding worden toegewezen tot een bedrag van € 645,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 7 bewezen verklaarde handelen (kort gezegd: afpersing in vereniging) aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
7.22.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 5]
De wettelijke vertegenwoordiger (moeder) [benadeelde partij 4] heeft namens de benadeelde partij [benadeelde partij 5] een vordering tot schadevergoeding van € 680,- ingediend tegen de verdachte, bestaande uit materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 8 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.23.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen wat aan de verdachte onder 8 is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, kan worden ontvangen.
Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.

8.Vordering tot tenuitvoerlegging

8.1.
Bij vonnis van 14 december 2022 in de zaak met parketnummer 15/029527-22 heeft de kinderrechter te Alkmaar de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen jeugddetentie met een proeftijd van twee jaar.
De officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat deze voorwaardelijke straf al geheel ten uitvoer is gelegd.
De rechtbank is van oordeel dat nu is gebleken dat genoemde voorwaardelijke straf al geheel ten uitvoer is gelegd bij vonnis van 7 september 2023 door de meervoudige kamer van deze rechtbank, de vordering dient te worden afgewezen.
8.2.
Bij vonnis van 7 september 2023 in de zaak met parketnummer 15/055208-23 heeft de meervoudige kamer te Alkmaar de verdachte onder meer veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 30 dagen met een proeftijd van twee jaar. De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 27 september 2023 aan de verdachte toegezonden.
De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 22 september 2023 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.
De officier van justitie vordert dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden waarbij de jeugddetentie wordt omgezet in een werkstraf.
De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat de verdachte zich in de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
De rechtbank zal, zoals ook door de officier van justitie ter terechtzitting is gevorderd, de hiervoor genoemde jeugddetentie omzetten in een werkstraf.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 36f, 45, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77za, 157, 312, 317, 321 en 420 bis van het Wetboek van Strafrecht;
artikel 2 en 10 van de Opiumwet.

10.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 8 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6, 7, 9 en 10 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3 .4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van
VIERHONDERD EN EENENDERTIG (431) DAGEN.
Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot EENHONDERD EN TWINTIG (120) DAGEN
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- op geen enkele wijze contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten:
[medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum] ,
[medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] ,
[medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum] ,
[medeverdachte 5] , geboren op [geboortedatum] ,
[medeverdachte 6] , geboren op [geboortedatum] ,
[medeverdachte 7] , geboren op [geboortedatum] ,
[medeverdachte 8] , geboren op [geboortedatum] ,
[medeverdachte 9] , geboren op [geboortedatum] ,
[medeverdachte 10] , geboren op [geboortedatum] ,
[medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] ;
- op geen enkele wijze contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers:
[benadeelde partij 7] , geboren op [geboortedatum] ,
[benadeelde partij 8] , geboren op [geboortedatum] ,
[benadeelde partij 9] , geboren op [geboortedatum] ,
[benadeelde partij 5] , geboren op [geboortedatum] ,
[benadeelde partij 4] , geboren op [geboortedatum] ;
  • zal meewerken aan begeleiding vanuit IFA (Levvel);
  • verblijft in een instelling voor begeleid wonen zoals Multiplus Zorg of een soortgelijke instelling;
  • onderwijs volgt of deelneemt aan dagbesteding zoals wordt aangewezen door de jeugdreclassering;
  • zich zal houden aan een avondklok, door de jeugdreclassering te bepalen, waarbij de verdachte in het weekend op gezette tijden de mogelijkheid heeft om naar zijn moeder of oma (mz) te gaan, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht tot een maximum van 12 maanden.
Stelt verder als voorwaarden dat de veroordeelde is gehouden om, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden en medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
Beveelt dat de op grond van artikel 77z gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Geeft opdracht aan Jeugdbescherming (Regio Amsterdam), gevestigd te Amsterdam, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van
HONDERD (100) URENtaakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door VIJFTIG (50) DAGEN jeugddetentie.
Verklaart verbeurd een geldbedrag van 1.310,- EUR. (Omschrijving: [omschrijving] )
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden immateriële schade van
€ 1.000,-en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 dagengijzeling.
Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden immateriële schade van
€ 1.000,-en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 dagengijzeling.
Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden immateriële schade van
€ 3 .000,-en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde partij 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3 .000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 dagengijzeling.
Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 4]
Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van
€ 2.634,78, bestaande uit € 634,78 voor de materiële en € 2.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde partij 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.634,78, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 dagengijzeling.
Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 5]
Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij
[benadeelde partij 5]geleden schade, met betrekking tot feit [nummer] primair, tot een bedrag van
€ 2.000,--, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 5] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde partij 5] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 dagengijzeling.
Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Verklaart de benadeelde partij
[benadeelde partij 5] , met betrekking tot feit 8, niet-ontvankelijk in de vordering.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 6]
Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 63,10en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 6] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde partij 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 63,10, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 dagengijzeling.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 7]
Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van
€ 645,-, bestaande uit € 345,- voor de materiële en € 300,- voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 7] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde partij 7] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 645,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 dagengijzeling.
Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Vorderingen tenuitvoerlegging
Wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/055208-23 en gelast de tenuitvoerlegging van de eerder niet ten uitvoer gelegde jeugddetentie voor de duur van 30 dagen, opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank d.d. 7 september 2023, met dien verstande dat in plaats van de jeugddetentie een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van
60 urenzal worden opgelegd, bij het niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 30 dagen jeugddetentie.
Wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/029527-22.
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. J. Lintjer, voorzitter,
mr. A.R.A.R. Sitaldin en mr. J.F. van Halderen, allen (kinder)rechter,
in tegenwoordigheid van de griffiers mr. I.N. Inge en W. van den Bergh,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 november 2025.