Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- factuur van 10 september 2022 een bedrag van € 440,25
- factuur van 25 april 2023 een bedrag van € 1.120,03
- factuur van 12 juni 2023 een bedrag van € 2.032,80.
Rechtbank Noord-Holland
Eiser heeft in opdracht van gedaagde juridische diensten verricht en daarvoor drie facturen gestuurd met een totaalbedrag van €3.593,08. Gedaagde betaalde niet en stelde dat er een afwijkende afspraak was over de totale kosten en dat werkzaamheden niet of onvoldoende waren verricht. De kantonrechter oordeelde dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht bestond en dat de opdrachtbevestiging van 13 mei 2022 leidend was, waarin een uurtarief van €200 werd afgesproken.
Gedaagde bracht onvoldoende feiten naar voren om een afwijkende afspraak of tekortkoming in de uitvoering aannemelijk te maken. De kantonrechter stelde dat ontevredenheid over het resultaat of het feit dat verschillende medewerkers aan het dossier werkten, geen reden is om niet te betalen. De vordering tot betaling van de declaraties werd daarom toegewezen.
Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente over het openstaande bedrag, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van €484,31 en proceskosten van €1.057,73. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 3 december 2025 uitgesproken.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van onbetaalde declaraties, rente, incassokosten en proceskosten.