Partijen zijn ex-partners en gezamenlijk eigenaar van een woning. De man woont er met een meerderjarige zoon en heeft een betalingsachterstand op de hypotheek van €1.577,15 laten ontstaan, wat leidde tot een BKR-registratie. De vrouw kan de achterstand niet betalen en vreest executoriale verkoop.
De vrouw vordert in kort geding dat zij gemachtigd wordt de woning te verkopen zonder toestemming van de man, en dat de man meewerkt aan de verkoop of anders de woning ontruimt. De man voert aan dat hij een regeling wil treffen en de woning wil overnemen, en verzet zich tegen het vervallen van zijn toestemming en ontruiming.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft vanwege de hypotheekachterstand, hoofdelijke aansprakelijkheid en het risico van executoriale verkoop. De vrouw wordt gemachtigd de woning te gelde te maken, waarbij zij zoveel mogelijk overleg met de man moet voeren. De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en moet de woning ontruimen indien hij niet binnen een week na schriftelijk verzoek meewerkt.
De gevorderde onmiddellijke ontruiming wordt afgewezen als te zwaar. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.