De moeder kampt met een langdurige verslavingsproblematiek die heeft geleid tot onveiligheid en onvoorspelbaarheid in het leven van haar twee dochters. De jongste dochter woont bij een juridische moeder die haar heeft erkend en gezag heeft. Voor de oudste dochter is een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk vanwege haar gedragsproblemen, het ontbreken van onderwijsdeelname en de onveilige thuissituatie.
De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling voor beide kinderen voor de duur van een jaar en machtiging tot uithuisplaatsing voor de oudste dochter. De moeder en de juridische moeder zijn onvoldoende in staat of bereid om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. De juridische moeder is niet verschenen bij de zitting maar heeft schriftelijk haar instemming betuigd.
De kinderrechter stelt vast dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de oudste dochter. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt voor de periode van 13 november 2025 tot 13 november 2026.