Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
1.(incident 5)
2.(incident 5)
2.Voorvragen
3.InleidingIn april 2023 vinden in een week tijd meerdere geweldsincidenten plaats in Middenbeemster en Purmerend. Nadat op 11 april 2023 een schietpartij op de openbare weg plaatsvindt, worden er meerdere aanslagen op woningen gepleegd, waarbij woningen zijn beschoten en vuurwerkbommen tot ontploffing zijn gebracht. De politie is naar aanleiding van dit excessieve geweld het onderzoek Elcat gestart. Uit dit onderzoek blijkt dat sprake is van wraakacties over en weer van twee rivaliserende groepen. Het gaat om een groep die onder meer bestaat uit de verdachte ( [de verdachte] ), [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en een groep die onder meer bestaat uit [persoon 2] , [persoon 1] , [persoon 3] , [persoon 4] en [persoon 5] . Deze verdachten worden hierna (voor zover zij in dit vonnis worden genoemd) met hun achternaam aangeduid.
4.Beoordeling van het bewijs
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ),omdat hij daar beneden is. [de verdachte] vraagt of hij al beneden is en [medeverdachte 3] zegt op “ja man”.
de rechtbank begrijpt: een bericht via Snapchat gestuurd). [de verdachte] zegt dat [medeverdachte 3] aan [naam 3] moet laten weten dat “die man geveegd [is]”. [de verdachte] zegt vervolgens tegen [medeverdachte 3] : “wij moeten die shit gaan regelen”. [de verdachte] vraagt of [medeverdachte 3] iemand met een “VC” heeft, waarop [medeverdachte 3] antwoordt dat [naam 1]
(de rechtbank begrijpt: [naam 1] )dat eigenlijk regelt en dat hij het ook voor “Z”
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] )“fikste”. [medeverdachte 3] zegt verder: “Hij fikste al die mannen met waggies, alles fikste hij” en: “Mooi broer, we gaan dit sowieso fiksen broer”.
(de rechtbank begrijpt: [naam 3] )zegt, voor wanneer?
(de rechtbank begrijpt: vuurwerkbom)ligt al klaar bij die chappie in Purmerend
-3077) registreert omstreeks dit tijdstip ook een verbinding in de directe omgeving van Station Amsterdam -Lelylaan. Op 17 april om 00:24 uur wordt in de telefoon van [medeverdachte 3] , in de Snapchat-applicatie, een afbeelding opgeslagen met locatie nabij station Amsterdam -Lelylaan.
die man is geveegd, wij moeten die shit gaan regelen”). [medeverdachte 3] en [de verdachte] bespreken vervolgens welke bom geregeld en gebruikt moet worden (R1 met schakelaar; VC; FRA; appel (handgranaat)) en wat de beste plek is om de bom aan de uitvoerder(s) te geven, volgens [medeverdachte 3] bij station Lelylaan. [medeverdachte 3] en [de verdachte] bespreken op 16 april 2023 dat het morgen of overmorgen moet gebeuren en dat de bom (“FRA”) klaar ligt bij iemand in Purmerend en daar opgehaald moet worden. De personen die de aanslag met de vuurwerkbom moeten uitvoeren, ontmoeten [medeverdachte 3] een uur voorafgaand aan de explosie bij station Amsterdam Lelylaan. Er zijn “kanker gekke” dingen aangeschaft en de actie moet diezelfde dag uitgevoerd worden, aldus [medeverdachte 3] .
1.(incident 5)
2.(incident 5)
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Vordering benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1]
€ 10.000,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld). De materiële schade bestaat uit kosten eigen risico zorgverzekering, omdat hij na de brandstichting op 17 april 2023 met de ambulance naar het ziekenhuis moest.
- de vordering van [slachtoffer 2] geheel toewijsbaar is;
- het materiële deel van de vordering van [slachtoffer 3] toewijsbaar is mits onbetwist en dat het immateriële deel van zijn vordering gematigd moet worden tot een bedrag van € 5.000,-, gelijk aan wat zijn partner, [slachtoffer 2] , heeft gevorderd;
- de vordering van [slachtoffer 1] geheel toewijsbaar is; en
- de vorderingen voor zover toegewezen moeten worden vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en dat de verdachten hoofdelijk veroordeeld moeten worden tot betaling van de schadevergoeding.
.De benadeelde partijen ( [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ) waren ’s nachts thuis met de dochter van [slachtoffer 2] terwijl bij de voordeur van de woning een vuurwerkbom tot ontploffing werd gebracht. De brand die daardoor in de hal van de woning ontstond was dermate hevig dat [slachtoffer 2] , haar dochter en [slachtoffer 3] via een raam en plat dak met behulp van de brandweer de woning moesten ontvluchten.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
3 (drie) jaar.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.885,-, bestaande uit € 385,- als vergoeding voor de materiële en € 2.500,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 april 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.500,-als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 april 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 1]niet-ontvankelijk in de vordering.