In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 3 december 2025 een tussenvonnis uitgesproken in een civiele procedure tussen Bo-rent B.V. en een niet verschenen gedaagde partij. De eisende partij, vertegenwoordigd door Trust Krediet Beheer B.V., vordert betaling van een bedrag van € 2.223,71, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de handelaar moet voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten zoals vastgelegd in artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of aan deze informatieplichten is voldaan en heeft vastgesteld dat de eisende partij voldoende heeft aangetoond dat dit het geval is.
Daarnaast heeft de kantonrechter de algemene voorwaarden van de eisende partij beoordeeld op mogelijke oneerlijke bedingen. Volgens de Richtlijn 93/13/EEG is een beding oneerlijk als het het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen aanzienlijk verstoort ten nadele van de consument. De kantonrechter heeft geconstateerd dat de formulering van de incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden onduidelijk en onbegrijpelijk is, omdat deze suggereren dat incassokosten direct verschuldigd zijn bij verzuim, terwijl dit pas na een veertiendagenbrief het geval is. De kantonrechter heeft daarom de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de oneerlijkheid van deze bedingen. De zaak is aangehouden voor verdere behandeling op 31 december 2025.