Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[bedrijf]
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 3.600,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 3 december 2025 een verstekvonnis uitgesproken in een civiele procedure tussen een eiser, vertegenwoordigd door mr. O.J. Boeder, en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eiser vorderde betaling van € 3.600,00, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. De kantonrechter heeft ambtshalve de precontractuele informatieverplichtingen getoetst, zoals vastgelegd in artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek. De rechter oordeelde dat de eiser voldoende had aangetoond dat aan deze verplichtingen was voldaan.
Daarnaast heeft de kantonrechter de algemene voorwaarden van de eiser beoordeeld op oneerlijke bedingen, in het bijzonder het incassokostenbeding. De rechter concludeerde dat het beding onduidelijk en onbegrijpelijk was, omdat het suggereerde dat incassokosten direct verschuldigd waren na verzuim, terwijl dit pas na een veertiendagenbrief het geval is. Dit leidde tot de vernietiging van het beding voor zover het betrekking had op de buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen, maar de hoofdsom en de wettelijke rente werden toegewezen. De gedaagde partij werd in de proceskosten veroordeeld.
Het vonnis benadrukt het belang van transparantie en eerlijkheid in consumentenovereenkomsten, en de rol van de rechter bij het waarborgen van de rechten van consumenten.