ECLI:NL:RBNHO:2025:14142

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
11374506 \ CV EXPL 24-3601
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering Q-Park wegens niet-oneerlijke bedingen in algemene voorwaarden

Q-Park Operations Netherlands B.V. heeft een vordering ingesteld tegen een consument wegens niet-betaalde parkeerkosten. In een tussenvonnis was voorshands geoordeeld dat bepaalde bedingen in de algemene voorwaarden mogelijk oneerlijk waren. Q-Park heeft daarop een nadere toelichting gegeven waarin zij stelde dat cumulatie van schadevergoedingen niet leidt tot hogere kosten dan de daadwerkelijk geleden schade en dat het incassobeding niet op consumenten van toepassing is.

De kantonrechter heeft deze toelichting beoordeeld en geoordeeld dat de bedingen in de algemene voorwaarden (versie 02.2024) niet oneerlijk zijn, zowel afzonderlijk als in samenhang. De eerdere voorlopige conclusie over de oneerlijkheid van de bedingen werd daarom herroepen. De vordering van Q-Park wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 1 juni 2024, de datum van verzuim.

De gedaagde partij is veroordeeld tot betaling van €602,38 plus rente en de proceskosten van Q-Park. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kantonrechter benadrukt dat de algemene voorwaarden voldoende duidelijk zijn over de modaliteiten van kostenverhaal en dat het incassobeding niet geldt voor consumenten, waardoor de vordering gegrond is.

Uitkomst: De vordering van Q-Park wordt toegewezen en de gedaagde veroordeeld tot betaling van €602,38 plus rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11374506 \ CV EXPL 24-3601
Uitspraakdatum: 3 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Q-Park Operations Netherlands B.V.
te Maastricht
de eisende partij
gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
De procedure
1.1. Bij tussenvonnis van 23 april 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van de in het tussenvonnis genoemde bedingen. De eisende partij heeft op 21 mei 2025 een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

Schadevergoedingen
2.1.
De eisende partij heeft in haar akte uitgebreid toegelicht dat de mogelijkheid van cumulatie van bedingen uit de algemene voorwaarden er niet toe kan leiden dat zij de consument met een schadevergoeding zou kunnen confronteren die de daadwerkelijk geleden schade overstijgt. Ook heeft zij toegelicht dat de verschillende modaliteiten er toe dienen voor de consument inzichtelijk te maken in welke gevallen de eisende partij bepaalde kosten op de consument kan verhalen. Daarnaast speelt mee dat het voor de eisende partij in het geval van ’treintje rijden’ niet is te voorzien of dat gebeurt zonder betaalbewijs, of met een ‘vals’ betaalbewijs. Dat Q-park in zo’n geval een beroep doet op artikel 5.5 en/of 5.7 van de algemene voorwaarden is, zo begrijpt de kantonrechter, vooruitlopend op een mogelijk verweer daarom noodzakelijk. Dit betekent niet dat de in genoemde artikelen vergoedingen cumulatief worden gevorderd. Voor zover verkeerde lezing van de algemene voorwaarden tot de conclusie leidt dat er door de eisende partij dubbele schadevergoedingen kunnen worden gevorderd, heeft zij in artikel 5.8 een beding opgenomen dat het vorderen van dubbele schadevergoedingen uitsluit, aldus de eisende partij.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij met de toelichting op haar algemene voorwaarden voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het voornemen in het tussenvonnis om bedingen te vernietigen vanwege de mogelijkheid van cumulatie van schadevergoedingen niet terecht is.
Incassobeding
2.2.
De eisende partij heeft in haar akte voldoende toegelicht dat uit de laatste zin van artikel 8.2 volgt dat het artikel niet geldt voor consumenten. Het voornemen in het tussenvonnis om het incassobeding wegens oneerlijkheid te vernietigen berust dus op een onjuiste lezing van artikel 8.2.
Conclusie en proceskosten
2.3.
Uit het voorgaande volgt dat de algemene voorwaarden (versie 02.2024) geen bedingen bevatten die afzonderlijk of in samenhang bezien, oneerlijk zijn. Dit betekent dat de vordering zal worden toegewezen. De wettelijke rente zal, gelet op de sommatiebrief van 16 mei 2024 worden toegewezen vanaf 1 juni 2024, als eerste datum van verzuim. Daarbij speelt mee dat de vordering is gebaseerd op de algemene voorwaarden. Het betoog dat het verzuim is ingetreden op de datum van het ‘treintje rijden’ is daarom niet goed onderbouwd.
2.4.
De gedaagde partij krijgt ongelijk en moet de proceskosten betalen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de eisende partij te betalen het bedrag van € 602,38, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2024 over € 523,81 tot aan de dag van de volledige betaling.
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 113,54 wegens dagvaardingskosten,
€ 328,00 wegens griffierecht en
€ 82,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter