Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
(de rechtbank begrijpt gelet op de onderbouwing “stadswoningen 5”)(€ 2.732,00), reparatie elementen bij stadswoningen 4 (€ 4.824,00), reparatie elementen bij stadswoningen 9 (€ 3.972,50) en reparatie elementen bij stadswoningen 6 (€ 1.828,00).
Verder overwoog de rechtbank dat de lijst met meerwerkopdrachten van [gedaagde] drie bedragen (€ 5.801,00, € 1.762,00 en € 1.556,00) bevat, die niet terugkomen in de eindafrekening van Renowall. Ook daarover mocht Renowall zich nog uitlaten. [2]
“voorkeur is om dit onderdeel zsm te verwijderen”,aldus [gedaagde].
(de rechtbank begrijpt stadswoningen 4 en 5)ad € 6.000,00 “abgerechnet” is. Deze Abslagrechnung is van latere datum dan de door Renowall overgelegde documenten.
Daarnaast gaat [gedaagde] met haar betoog voorbij aan artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Uit de verplichting voor partijen om de voor de beslissing van belang zijnde feiten
volledigaan te voeren volgt dat [gedaagde] er niet op kon rekenen dat zij nog een akte zou mogen nemen om zich uit te laten over een aantal schadeposten. Om dezelfde reden slaat de rechtbank nu ook geen acht op wat Renowall in haar akte nog aanvoert over de opschorting van de werkzaamheden. De mogelijkheid voor de rechter om terug te komen op bindende eindbeslissingen is niet bedoeld om partijen alsnog de gelegenheid te geven hun standpunten (beter) te onderbouwen.
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)