ECLI:NL:RBNHO:2025:14111

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
11775570 \ CV EXPL 25-2405
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor tekortkoming in nakoming van aannemingsovereenkomst en schadevergoeding

In deze zaak hebben eisers, [eiser 1] en [eiser 2], een aannemingsovereenkomst gesloten met gedaagde, waarbij gedaagde werkzaamheden aan het dak van de woning van eisers heeft verricht. Enkele jaren na de uitvoering van de werkzaamheden is er lekkage ontstaan, wat door een deskundige is vastgesteld als gevolg van de tekortkomingen in de uitvoering door gedaagde. De kantonrechter heeft geoordeeld dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat zij niet heeft voldaan aan haar verplichtingen om de gebreken te herstellen. Gedaagde is veroordeeld tot betaling van de door eisers gevorderde schadevergoeding, die bestaat uit de kosten voor herstel van het dak en buitengerechtelijke incassokosten. De procedure omvatte onder andere een dagvaarding, een tussenvonnis en een mondelinge behandeling. Gedaagde heeft de vordering betwist, maar de kantonrechter heeft geoordeeld dat gedaagde aansprakelijk is voor de schade die eisers hebben geleden door de ondeugdelijke uitvoering van de werkzaamheden. De kantonrechter heeft de vordering van eisers toegewezen, inclusief wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11775570 \ CV EXPL 25-2405 /MdV
Vonnis van 19 november 2025
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [plaats] ,
2.
[eiser 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: mr. E.P.T. Ooijevaar,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Eisers hebben met gedaagde een aannemingsovereenkomst gesloten op basis waarvan gedaagde werkzaamheden aan het dak van de woning van eisers heeft verricht. Enkele jaren later is er lekkage ontstaan aan het dak. Een door eisers geraadpleegde deskundige heeft vastgesteld dat deze lekkage een gevolg is van de door gedaagde uitgevoerde werkzaamheden. De kantonrechter oordeelt dan ook dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst. Omdat gedaagde heeft nagelaten de gebreken te herstellen, zal gedaagde veroordeeld worden tot betaling van de door eisers gevorderde schadevergoeding

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 juni 2025
- het verslag van het mondelinge antwoord van [gedaagde]
- het tussenvonnis van 16 juli 2025
- de e-mailcorrespondentie met de dochter [gedaagde] waarin zij aangeeft dat haar moeder niet op de zitting aanwezig kan zijn en de reactie daarop van de kantonrechter dat de mondelinge behandeling doorgang zal vinden
- de mondelinge behandeling van 22 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisers] hebben in 2019 een overeenkomst met [gedaagde] gesloten uit hoofde waarvan [gedaagde] renovatiewerkzaamheden heeft verricht aan het pannendak van de woning van [eisers] Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd op 26 augustus 2019 en [eisers] hebben hiervoor € 3.206,50 aan [gedaagde] betaald.
2.2.
In maart 2024 hebben [eisers] aan [gedaagde] laten weten dat er vochtplekken zichtbaar werden op het plafond in de slaapkamer van hun woning. Omdat deze vochtplekken volgens [eisers] het gevolg waren van de door [gedaagde] uitgevoerde dakrenovatie hebben zij [gedaagde] verzocht het dak te herstellen. [gedaagde] is hiertoe echter niet overgegaan.
2.3.
Op 20 augustus 2024 heeft de gemachtigde van [eisers] een ingebrekestelling aan [gedaagde] gestuurd waarin nogmaals is verzocht de tekortkomingen te herstellen. Vanwege het uitblijven van een reactie is [gedaagde] op 10 oktober 2024 nogmaals schriftelijk gesommeerd tot herstel over te gaan.
2.4.
[eisers] hebben vervolgens Dekra Expertises (hierna: ‘de deskundige) ingeschakeld om de door [gedaagde] verrichte werkzaamheden te beoordelen. Deze beoordeling heeft plaatsgevonden op 20 maart 2025. Ondanks dat [gedaagde] was uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn, is zij niet verschenen. In het nadien door de deskundige opgestelde rapport is, voor zover van belang, het volgende opgenomen.
‘De conclusie is dat partij 2( [gedaagde] , toevoeging kantonrechter)
ondeugdelijk werk heeft geleverd met lekkage en schade tot gevolg. Doordat de waterkerende folie onjuist is geplaatst, blijft water stagneren op de panlatten in plaats van via de tengels naar de goot te worden afgevoerd. Hierdoor worden de panlatten voortdurend aan vocht blootgesteld, hetgeen resulteert in houtrot en verzwakte bevestiging van de dakpannen. Dit heeft geleid tot waterinfiltratie bij de gevelaansluiting. Het is volstrekt onacceptabel dat de houten panlatten binnen een periode van vijf jaar compleet verrot zijn. Dit is enkel en alleen te wijten aan het handelen van partij 2. Hoewel [naam 1] werkzaamheden aan de gevel heeft uitgevoerd, blijkt uit de analyse dat de lekkage veroorzaakt is door de incorrecte dakopbouw door partij 2. Er zijn geen aanwijzingen dat de werkzaamheden van [naam 1] een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van de lekkage.’
De kosten voor herstel worden door de deskundige begroot op € 7.314,59.
2.5.
Bij brief van 22 april 2025 hebben [eisers] [gedaagde] verzocht om een voorschot op de herstelkosten over te maken, waarna [gedaagde] op 13 mei 2025 telefonisch aan de gemachtigde van [eisers] heeft laten weten dat zij hieraan niet kan of wil voldoen.
2.6.
[eisers] hebben vervolgens een offerte voor het herstellen van het dak opgevraagd bij [naam 2] . De kosten voor herstel bedragen volgens deze aannemer € 7.350,87.

3.Het geschil

3.1.
[eisers] vorderen - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 8.249,35, vermeerderd met rente en kosten. Het gevorderde bedrag bestaat uit een hoofdsom van € 7.350,87 en buitengerechtelijke incassokosten van € 898,48.
3.2.
[eisers] leggen aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, doordat bij het uitvoeren van de werkzaamheden aan het dak het waterkerende folie onjuist is geplaatst. Als gevolg hiervan komt regenwater de woning binnen en zijn de panlatten verrot waardoor dakpannen los komen te liggen. Ondanks verzoeken om de gebreken te herstellen heeft [gedaagde] dit nagelaten en daarom moet [gedaagde] de schade die [eisers] leiden als gevolg van de onjuist uitgevoerde werkzaamheden vergoeden. De schade bestaat uit de kosten die zij moeten maken om het dak te herstellen. Vanwege het tekort schieten door [gedaagde] hebben [eisers] hun gemachtigde in moeten schakelen. [gedaagde] moet daarom ook de door [eisers] gemaakte buitengerechtelijke incassokosten betalen.
3.3.
[gedaagde] betwist de vordering en voert aan dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd door haar man die helaas in 2023 is overleden. [gedaagde] voert verder aan dat er destijds ook andere aannemers werkzaamheden hebben verricht aan het dak van de woning van [eisers] en zij vermoedt dat de lekkage dan ook een andere oorzaak heeft. [gedaagde] betwist om die reden aansprakelijk te zijn.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] het door [eisers] gevorderde bedrag aan schadevergoeding moet betalen. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.2.
[gedaagde] voert allereerst aan dat de werkzaamheden destijds zijn verricht door haar inmiddels overleden man. Uit het door [eisers] overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel volgt echter dat [gedaagde] al vanaf 2017 de eigenaar van de eenmanszaak is en zowel op de offerte als op de factuur die [eisers] in 2019 hebben ontvangen staat het KvK-nummer van de eenmanszaak van [gedaagde] vermeld. Hieruit volgt dat [gedaagde] als contractspartij van [eisers] moet worden beschouwd. Dat de werkzaamheden destijds feitelijk zijn uitgevoerd door haar man, maakt dat niet anders. [gedaagde] is als contractspartij immers aansprakelijk voor fouten van ondergeschikten die zij inschakelt voor het uitvoeren van werkzaamheden. [1]
4.3.
[gedaagde] voort verder aan dat de lekkage een andere oorzaak moet hebben en dat ook anderen werkzaamheden hebben verricht aan het dak van [eisers] Uit het rapport van de deskundige volgt echter dat de lekkage een rechtsreeks gevolg is van de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden. Volgens de deskundige is het waterkerende folie namelijk niet juist geplaatst waardoor water de woning binnen kan dringen en panlatten onevenredig snel verrotten. Verder geeft de deskundige in zijn rapport aan dat er geen enkele aanwijzing is dat de werkzaamheden van een andere aannemer een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van de problemen. In het licht hiervan is de blote stelling van [gedaagde] dat de lekkage niet is ontstaan als gevolg van de door haar verrichte werkzaamheden maar een andere oorzaak hebben, onvoldoende onderbouwd. Gezien de bevindingen van de deskundige had het op de weg van [gedaagde] gelegen haar stelling nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van een contra-expertise. Dit heeft [gedaagde] nagelaten. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat de lekkage een gevolg is van het niet juist aanbrengen van het waterkerende folie door [gedaagde] . [gedaagde] is dan ook tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst.
4.4.
Doordat [gedaagde] ondanks sommaties daartoe niet tot herstel van het dak is overgaan, waren [eisers] gerechtigd hun vordering tot nakoming om te zetten in een vordering tot vervangende schadevergoeding. [2]
4.5.
Ter onderbouwing van het door hen gevorderde bedrag aan schadevergoeding hebben [eisers] een offerte van [naam 2] overgelegd. [gedaagde] heeft de hoogte van het gevorderde bedrag aan schadevergoeding niet weersproken en het bedrag komt de kantonrechter niet onredelijk voor, aangezien het gevorderde bedrag vrijwel gelijk is aan de door de deskundige begrote kosten van herstel. De vordering van [eisers] zal daarom worden toegewezen. Omdat [gedaagde] in verzuim is, is zij tevens wettelijke rente verschuldigd. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen zoals gevorderd.
4.6.
[eisers] vorderen verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Omdat voldoende vast staat dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht en het gevorderde bedrag in overeenstemming is met het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zal een bedrag van € 898,46 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal eveneens worden toegewezen.
4.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
149,02
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.219,02
4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.9.
[gedaagde] heeft in haar verweer aangegeven dat zodra zij een uitkering ontvangt, zij wellicht een betalingsregeling kan treffen. De wet biedt de kantonrechter echter niet de mogelijkheid [eisers] een betalingsregeling op te leggen. Voor het treffen van een regeling en het maken van concrete afspraken dient [gedaagde] daarom contact met de gemachtigde van [eisers] op te nemen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 7.350,87, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 898,46 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.219,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.

Voetnoten

1.Zie artikel 6:170 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW)
2.Artikel 6:87 Burgerlijk Wetboek (BW)