ECLI:NL:RBNHO:2025:14110

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
10818822 \ CV EXPL 23-5135
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 8 BWArt. 2a Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering incassokosten en toetsing oneerlijke bedingen in tarievenregeling

De zaak betreft een incassovordering van de eisende partij tegen een consument als gedaagde, waarbij de kantonrechter ambtshalve de oneerlijkheid van het incassobeding in de algemene voorwaarden toetst.

De tarievenregeling van de eisende partij hanteert aanmanings- en incassokosten die afwijken in het voordeel van de consument ten opzichte van de toen geldende wettelijke regeling. De kantonrechter oordeelt dat deze regeling niet oneerlijk is voor overeenkomsten gesloten vóór 1 oktober 2024.

Echter, per 1 oktober 2024 is artikel 6:96 lid 8 BW Pro in werking getreden, dat de stapeling van incassokosten bij termijnbetalingen beperkt. De tarievenregeling wijkt nadelig af van deze nieuwe wettelijke regeling, waardoor deze voor overeenkomsten na die datum wel oneerlijk is.

De kantonrechter wijst de vordering toe en veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 265,37 en proceskosten, maar wijst de vordering voor het overige af. De kosten van de extra akte blijven voor rekening van de eisende partij.

Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 265,37 en proceskosten; de tarievenregeling is oneerlijk voor overeenkomsten na 1 oktober 2024.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10818822 \ CV EXPL 23-5135
Uitspraakdatum: 26 november 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Bij tussenvonnis van 3 september 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de tarievenregelingen van de jaren 2022 tot en met 2025 te overleggen en zich uit te laten over eventueel in die regelingen opgenomen oneerlijke bedingen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Zoals al in het tussenvonnis is overwogen staat in de algemene voorwaarden een incassobeding waarin wordt verwezen naar de tarievenregeling. Omdat de gedaagde partij een consument is, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of dit beding oneerlijk is. Daarbij geldt dat de bedingen moeten worden getoetst aan de hand van de wet- en regelgeving die gold op het moment waarop de overeenkomst is gesloten.
2.2.
Uit de tarievenregeling volgt dat de eisende partij na een eerste kosteloze aanmaning een herinnering stuurt waarbij € 17,50 aanmaningskosten in rekening worden gebracht. Als betaling uitblijft, wordt vervolgens een tweede aanmaning verstuurd waarbij € 22,50 aan incassokosten in rekening worden gebracht. De kantonrechter oordeelt dat in de tarievenregeling in het voordeel van de consument wordt afgeweken van de wettelijke regeling, zoals die gold op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Op basis van de wettelijke regeling was een consument na een kosteloze aanmaning immers direct een minimumbedrag van € 40,00 aan incassokosten verschuldigd. De kantonrechter vindt de tarievenregeling daarom niet oneerlijk.
2.3.
De kantonrechter wijst de eisende partij er wel op dat per 1 oktober 2024 artikel 6:96 lid 8 BW Pro in werking is getreden. Deze bepaling beperkt de stapeling van incassokosten voor termijnbetalingen van maximaal € 266,67. Op basis van het artikel en artikel 2a van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bedragen de maximale incassokosten die bij een consument in rekening mogen worden gebracht voor de eerste onbetaald gelaten termijn € 40,00 en voor de volgende onbetaald gelaten termijnen binnen een periode van zes maanden € 20,00. In de tarievenregeling wordt ten nadele van de consument afgeweken van deze nieuwe regeling, aangezien de tarievenregeling de mogelijkheid biedt om voor iedere onbetaald gelaten termijn aanmanings- en incassokosten in rekening te brengen tot maximaal € 40,00 per termijn. Hierdoor kan het totaal aan buitengerechtelijke kosten hoger worden dan nu wettelijk is toegestaan. Dit maakt dat voor overeenkomsten die zijn gesloten na 1 oktober 2024 de tarievenregeling wel oneerlijk is.
Conclusie en proceskosten
2.4.
De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
2.5.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 265,37;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 107,84
griffierecht € 128,00
salaris gemachtigde € 82,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter