ECLI:NL:RBNHO:2025:13977

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
11861540 \ CV EXPL 25- 3091
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Incident om schorsing hoofdzaak voor contra-expertise in bouwgeschil

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 26 november 2025 uitspraak gedaan in een incident dat door de gedaagde is ingediend. De gedaagde verzocht om schorsing van de hoofdzaak, zodat hij de gelegenheid zou krijgen om een contra-expertise uit te laten voeren naar het door hem in opdracht van de eisers uitgevoerde werk. De eisers zijn particulieren die een aannemingsovereenkomst hebben gesloten met de gedaagde, die als zelfstandige in de bouw werkzaam is. De eisers vorderen schadevergoeding van de gedaagde, omdat zij van mening zijn dat het geleverde werk gebreken vertoont. De kantonrechter heeft de vordering van de gedaagde om de hoofdzaak te schorsen ontkend. De kantonrechter heeft in zijn vonnis uiteengezet dat de vordering van de gedaagde niet onder de nieuwe regeling voor voorlopige bewijsverrichtingen valt, aangezien de hoofdzaak al aanhangig was voordat de gedaagde zijn vordering indiende. De kantonrechter heeft ook overwogen dat de beleidsvrijheid die hem toekomt, betekent dat partijen geen wettelijke aanspraak hebben op bewijs door middel van een deskundigenadvies. De gedaagde heeft zijn bezwaren tegen het rapport van de deskundige naar voren gebracht, maar de kantonrechter heeft geoordeeld dat deze argumenten geen aanleiding geven om de hoofdzaak te schorsen. De kantonrechter heeft de gedaagde in de proceskosten veroordeeld en een mondelinge behandeling in de hoofdzaak bepaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11861540 \ CV EXPL 25-3091 WD
Vonnis van 26 november 2025
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [plaats 1] ,
2.
[eiser 2],
te [plaats 1] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers ] ,
gemachtigde: mr. A.M. Thomas,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. R. Tamourt.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in het incident;
- de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De uitgangspunten

2.1.
[eisers ] zijn particulieren.
2.2.
[gedaagde] is als zelfstandige werkzaam in de bouw.
2.3.
Partijen hebben op 10 november 2022 een aannemingsovereenkomst gesloten. De aannemingsovereenkomst ziet op de bouw van een garage/ berging in de tuin van [eisers ] .
2.4.
Vooruitlopend op de aannemingsovereenkomst heeft [gedaagde] op 21 september 2022 de betonvloer gestort. De bouw van de garage/ berging is gestart op 20 februari 2024. [gedaagde] heeft de laatste werkzaamheden in het voorjaar van 2024 uitgevoerd.
2.5.
Op 29 april 2025 heeft [naam] (hierna: [naam] ) op verzoek van [eisers ] een bouwkundig onderzoek uitgevoerd naar de door [gedaagde] gebouwde garage/ berging. [gedaagde] is vooraf uitgenodigd om bij dit onderzoek aanwezig te zijn, maar was hierbij niet aanwezig.
2.6.
Op 11 juni 2025 heeft [naam] een schriftelijk rapport uitgebracht. Uit dit rapport volgt dat [naam] van oordeel is dat het door [gedaagde] geleverde werk verschillende gebreken vertoont. [naam] heeft in het rapport de hierdoor door [eisers ] geleden schade begroot op € 19.181,83.

3.Het geschil in de hoofdzaak

3.1.
[eisers ] vorderen - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 19.181,83, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eisers ] leggen aan de vordering – kort weergegeven - ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst en om die reden gehouden is de door [eisers ] geleden schade te vergoeden.
3.3.
[gedaagde] betwist dat hij tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. Daarnaast betwist hij de hoogte van de door [eisers ] gestelde schade.

4.Het geschil in het incident

4.1.
[gedaagde] vordert primair dat, voordat in de hoofdzaak verder wordt geprocedeerd, [gedaagde] in de gelegenheid wordt gesteld om een contra-expertise uit te laten voeren door een door [gedaagde] aan te wijzen deskundige. Subsidiair vordert [gedaagde] dat de kantonrechter een deskundige benoemt.
4.2.
[gedaagde] voert hiertoe aan dat hij de inhoud, objectiviteit en conclusies van het door Petes uitgebrachte rapport betwist. Daarbij komt dat [gedaagde] wegens familieomstandigheden niet aanwezig kon zijn bij het onderzoek, dat [gedaagde] daarom tijdig om uitstel heeft verzocht, maar dat [naam] dat ten onrechte heeft geweigerd. Evenmin heeft [gedaagde] voldoende gelegenheid gehad om op het (concept)rapport van [naam] te reageren. Om voornoemde redenen wil [gedaagde] een second-opinion (contraexpertise) laten uitvoeren, maar hij wordt hiertoe door [eisers ] niet in de gelegenheid gesteld. Dit alles aldus [gedaagde] .
4.3.
[eisers ] voeren verweer.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling in het incident

5.1.
[gedaagde] legt de vraag voor of de hoofdzaak, voorafgaande aan de nog te houden mondelinge behandeling, moet worden geschorst teneinde hem in de gelegenheid te stellen een contra-expertise onderzoek uit te laten voeren naar het door hem in opdracht van [eisers ] uitgevoerde werk. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend. De kantonrechter legt hieronder uit waarop zij dit oordeel baseert.
5.2.
De vordering van [gedaagde] valt niet onder het bereik van de op 1 januari 2025 ingevoerde regeling aangaande de voorlopige bewijsverrichtingen [1] . Een voorlopige bewijsverrichting kan middels verzoekschrift worden verzocht voorafgaande aan een procedure of, als het geding aanhangig is gemaakt, voordat de zaak op de rol is ingeschreven [2] . Deze situatie doet zich niet voor. [gedaagde] heeft zijn vordering ingesteld gelijktijdig met het indienen van de conclusie van antwoord in de hoofdzaak. De hoofdzaak was al aanhangig en de zaak was al op de rol ingeschreven, voordat [gedaagde] de vordering had ingesteld.
5.3.
Inhoudelijk overweegt de kantonrechter als volgt.
De kantonrechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve een bericht of een verhoor van deskundigen bevelen [3] . Uit het woord ‘kan’ volgt dat de kantonrechter vrij is in de keuze om een deskundigenbericht te bevelen. Het is aan het beleid van de kantonrechter overgelaten om hier al dan niet toe over te gaan [4] .
5.4.
De hiervoor geciteerde bepaling was tot 1 januari 2025 met dezelfde bewoording opgenomen in artikel 194 (oud) Rv. [gedaagde] verwijst ter onderbouwing van zijn vordering naar “artikel 194 Rv” [5] . De kantonrechter gaat ervan uit dat [gedaagde] met deze verwijzing doelt op het huidige artikel 186 lid 1 Rv.
5.5.
De beleidsvrijheid die de kantonrechter toekomt, brengt mee dat partijen geen wettelijke aanspraak hebben om bewijs te leveren door middel van een deskundigenadvies. De kantonrechter is derhalve niet verplicht een aanbod, verzoek of vordering tot bewijs door deskundigen in te willigen.
5.6.
[gedaagde] heeft ter onderbouwing van zijn vordering uiteengezet op welke punten hij – in aanvulling op c.q. ter weerlegging van de uitkomsten van het onderzoek van [naam] - nader onderzoek wenst. Hiertoe heeft [gedaagde] het volgende naar voren gebracht [6] :
(i) [eisers ] hebben een pad dat spoorvorming zou hebben. Dat is gebruikelijk daar het pad voor voertuigen wordt gebruikt. Het is onduidelijk waarom dit door gedaagde zou zijn
veroorzaakt. In het rapport is geen nulmeting opgenomen.
(ii) Bij bepaalde regenval komt er water via de deuren in de schuur. Er dient gekeken te
worden of dit normaal / gebruikelijk is. Immers een schuur is geen (waterdichte)
woning.
(iii) Er zouden solderingen in goten lekkage hebben. Dit zijn zeer kleine
herstelwerkzaamheden die zelf - indien noodzakelijk - tijdens het onderzoek
gerepareerd kunnen worden.
(iv) Er zou lekkage rond een kozijn zijn. Echter, [eisers ] hebben de kozijnen inclusief
ramen zelf besteld. Indien een lekkage te wijten is aan een onjuiste maatvoering dan
komt dit voor rekening van eiseres. Overigens is het onduidelijk waar de gestelde
lekkage vandaan komt. De lekkage kan immers ook veroorzaakt worden door de door
[eisers ] zelf gekochte kozijnen en ramen.
(v) De windveren zouden een klein beetje verkeerd staan. Indien dit juist is, kan dit heel
simpel worden verholpen.
(vi) Indien er herstelwerkzaamheden (onafhankelijk vastgesteld) voor rekening van
[gedaagde] dienen te komen, zal [gedaagde] die herstelwerkzaamheden zo spoedig
mogelijk verrichten.
Dit alles aldus [gedaagde] .
5.7.
Deze argumenten vormen voor de kantonrechter geen aanleiding om op dit moment de hoofdzaak te schorsen voor het uitvoeren van een (contra-)expertise onderzoek door een deskundige. Hiertoe overweegt de kantonrechter als volgt.
5.8.
Dat het rapport van [naam] volgens [gedaagde] geen nulmeting bevat van de spoorvorming op het pad van [eisers ] , noopt niet tot het uitvoeren van een nieuw deskundigenonderzoek. Een nieuw aan te stellen deskundige zal niet in staat zijn om een nulmeting te verrichten.
De vraag of de mate van waterdoorlating via de deuren onder de gegeven omstandigheden acceptabel is, is afhankelijk van de redelijkerwijs door [eisers ] aan het bouwwerk te stellen eisen. Dit is een kwestie van uitleg van de overeenkomst. Het is aan de kantonrechter en niet aan een deskundige om de overeenkomst tussen partijen op dit onderdeel uit te leggen.
De door [gedaagde] geopperde mogelijkheid om gelijktijdig met het door hem gewenste onderzoek kleine herstelwerkzaamheden te verrichten aan de solderingen en/of de windveren, biedt onvoldoende basis om in deze stand van de procedure te beslissen tot de door [gedaagde] gewenste contra-expertise. Dit geldt ook voor het gevraagde aanvullend deskundigenonderzoek naar de eventuele invloed van de vermeende onjuiste maatvoering van de door [eisers ] zelf aangeschafte kozijnen en ramen. Voordat hiertoe eventueel zal worden overgegaan, wil de kantonrechter nadere informatie van partijen over de eventuele partijafspraken over de betreffende kozijnen en ramen. Deze afspraken kunnen aan de orde komen op de hierna vermelde mondelinge behandeling in de hoofdzaak.
5.9.
[gedaagde] heeft beroep gedaan op het beginsel van het recht op hoor- en wederhoor en/of het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM. Dit beginsel wordt eerbiedigd. In de hoofdzaak zal een mondelinge behandeling worden gelast waar [gedaagde] zijn bezwaren tegen het rapport van [naam] – zowel over de inhoud als over de wijze van totstandkoming daarvan – en zijn weren tegen de vordering van [eisers ] nader kan onderbouwen. Niet eerder dan na voltooiing van het inhoudelijk debat over één en ander, zal de kantonrechter een beslissing nemen over de waarde die in de hoofdzaak aan het rapport van [naam] kan worden toegekend. Afhankelijk van die beslissing zal in de hoofdzaak de vraag of behoefte bestaat aan aanvullend deskundigenonderzoek, definitief worden beantwoord.
5.10.
De kantonrechter zal daarom de vordering van [gedaagde] in dit incident afwijzen. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kantonrechter begroot deze kosten op een bedrag van € 250,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met een bedrag van € 125,00 aan nakosten, plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

6.6. De behandeling van de hoofdzaak

Mondelinge behandeling6.1. De kantonrechter bepaalt dat in deze zaak een mondelinge behandeling (zitting) zal plaatsvinden. Die zitting heeft als doel inlichtingen van partijen te verkrijgen, te onderzoeken of een schikking mogelijk is en eventueel afspraken te maken over het vervolg van de procedure. Voor de zitting is 90 minuten tijd gereserveerd.
Op deze mondelinge behandeling zullen, onder meer, de volgende onderwerpen aan de orde komen:
- de aan [gedaagde] gegeven opdracht;
- de start van de werkzaamheden op 20 februari 2024; de gestelde beschadiging van het graspad en de sierbestrating;
- de bouw van de garage/ berging;
- de gang van zaken en de (eventuele) partijafspraken over de kozijnen en ramen;
- de aan de garage/ berging redelijkerwijs te stellen eisen en verwachtingen;
- het rapport van [naam] (inhoud en wijze van totstandkoming);
- de oorzaak van de lekkage;
- de hoogte van de gevorderde schade.
Verschijnen partijen6.2. Partijen moeten in persoon of rechtsgeldig vertegenwoordigd en vergezeld van hun (eventuele) gemachtigden, op de zitting verschijnen. Als een partij niet of niet rechtsgeldig vertegenwoordigd op de zitting verschijnt, kan de kantonrechter beslissen in het nadeel van de partij die niet verschijnt.
Schriftelijke aantekeningen6.3. Partijen en/of hun gemachtigden kunnen op deze zitting hun standpunten kort (in beginsel 10 minuten per partij) nader toelichten. Indien daarbij gebruik wordt gemaakt van pleitaantekeningen of een pleitnota, mag dit stuk hooguit 4 pagina’s (formaat A4) beslaan.
Nadere stukken6.4. Partijen dienen uiterlijk 10 dagen voor de dag van de zitting aan de kantonrechter en de wederpartij een kopie te sturen van alle stukken die voor de beoordeling van de zaak noodzakelijk zijn en die nog niet in de procedure zijn overgelegd. De originele stukken dienen zij mee te brengen naar de zitting.
Verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling6.5. De datum en het tijdstip waarop de mondelinge behandeling zal plaatsvinden, staan hieronder bij de beslissing. Indien u op deze datum of op dit tijdstip verhinderd bent, dient u
binnen 5 werkdagen na de datum van dit vonnisschriftelijk en gemotiveerd om uitstel van de mondelinge behandeling te vragen, onder opgave van verhinderdata van
beide partijenen hun eventuele gemachtigden, in de periode tot 5 maanden na de datum van dit vonnis.
Indien het verzoek om uitstel niet binnen 5 werkdagen na de datum van dit vonnis is ingediend, kunnen alleen zeer bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot uitstel van de mondelinge behandeling.

7.De beslissing

De kantonrechter
in het incident
7.1.
wijst de vordering af;
7.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eisers ] , die worden begroot op een bedrag van € 375,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
in de hoofdzaak7.3. bepaalt dat een mondelinge behandeling zal plaatsvinden, in het gerechtsgebouw aan de Kruseman van Eltenweg 2 te Alkmaar, waarbij partijen in persoon, dan wel rechtsgeldig vertegenwoordigd en vergezeld van hun (eventuele) gemachtigden, aanwezig dienen te zijn op
maandag 2 februari 2026 te 13.30 uur
2.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.

Voetnoten

1.Zie artikel 196 e.v. R.v.
2.Zie artikel 196 lid 1 Rv.
3.Zie artikel 186 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
4.Zie Hoge Raad 14 december 2001; ECLI:NL:HR:2001:AD3993; r.o. 3.3.3.
5.Zie alinea 10 van de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in het incident.
6.Zie alinea 3 van de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in het incident.