In deze zaak heeft de werkgever, [eiser] B.V., verzet aangetekend tegen een verstekvonnis waarbij zij was veroordeeld tot betaling van overuren aan de werknemer, [gedaagde]. De werknemer had een vordering ingesteld voor overuren die hij had gemaakt in augustus en september 2023, maar de werkgever betwistte de betaling omdat de werknemer de vereiste tachograafschijven niet tijdig had aangeleverd. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de werknemer op basis van de toepasselijke CAO en het bedrijfsreglement verplicht was om deze gegevens aan te leveren om recht te hebben op betaling van de overuren. Ondanks herhaalde verzoeken van de werkgever heeft de werknemer deze gegevens niet op de juiste wijze aangeleverd, waardoor de werkgever niet in staat was om de overuren te verifiëren. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de werknemer niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen en dat de werkgever daarom niet gehouden is om de gevorderde overuren te betalen. Het verstekvonnis is vernietigd en de oorspronkelijke vordering van de werknemer is afgewezen. Tevens is de reconventionele vordering van de werkgever tot terugbetaling van een voorschot afgewezen, omdat de kantonrechter oordeelde dat de boete die de werknemer had gekregen niet voor zijn rekening kwam. De proceskosten zijn gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.