ECLI:NL:RBNHO:2025:13787

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
C/15/370845 / JU RK 25-1455
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:113 BWArt. 7 Brussel II terArtikel 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Artikel 6.1.3, tweede lid, JeugdwetArtikel 6.1.2, derde lid, Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over spoedmachtiging gesloten jeugdhulp wegens ernstige gedragsproblematiek minderjarige

De zaak betreft een minderjarige met heftige gedragsproblematiek, mogelijk voortkomend uit trauma, die verblijft op een opvanglocatie voor Oekraïense vluchtelingen. Vanwege het onveilige gedrag en het risico voor zichzelf en anderen is een gesloten plaatsing noodzakelijk.

Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verzoekt om een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor zes maanden. De minderjarige vertoont onder meer automutilatie, seksueel grensoverschrijdend gedrag, middelengebruik en agressie. Zij weigert hulpverlening en contact met het college. De ouders stemmen in met de maatregel maar kunnen de veiligheid niet waarborgen.

De kinderrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat het Nederlands recht van toepassing is. Gezien de ernst van de problematiek, het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven en het advies van de gedragswetenschapper, wordt de machtiging verleend. De gesloten plaatsing is noodzakelijk om de minderjarige te stabiliseren en hulpverlening te kunnen inzetten.

De beschikking is gegeven op 4 november 2025 en geldt tot 4 mei 2026. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor zes maanden aan de minderjarige wegens ernstige gedragsproblematiek en veiligheidsrisico's.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/370845 / JU RK 25-1455
Datum uitspraak: 4 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad,
hierna te noemen: het college,
gevestigd te Zaandam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. S.B.J. Hiemstra, kantoorhoudende te Haarlem.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
gezamenlijk ook te noemen: de ouders.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het e-mailbericht met bijlagen, waaronder het verzoekschrift van 20 oktober 2025, van het college ontvangen op 21 oktober 2025;
  • de beschikking van 21 oktober 2025;
  • de instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 22 oktober 2025, ontvangen op 28 oktober 2025;
  • het e-mailbericht met bijlagen, waaronder het aanvullend verzoekschrift, van het college van 3 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • [de minderjarige] met haar advocaat;
  • de ouders;
  • [tolk] , een tolk Oekraïens;
  • [vertegenwoordiger college] en [vertegenwoordiger college] , namens het college;
  • [begeleider] , een begeleider van [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] .
De zitting met gesloten deuren zou plaatsvinden op 31 oktober 2025. Voor aanvang van de zitting bleek dat [de minderjarige] nog niet onderweg was en niet op tijd kon komen. De zitting is daarom verplaatst naar 4 november 2025.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft op de gesloten groep [gesloten groep] van [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 oktober 2025 een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 18 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
Het college verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Bij aanvullend verzoek verzoekt het college een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
Het college heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] is ongevoelig voor autoriteit, luistert naar niemand en is een gevaar voor zichzelf vanwege automutilatie, seksueel wervend gedrag naar jongens en mannen, haar beïnvloedbaarheid en middelen- en alcoholgebruik. [de minderjarige] erkent de zorgelijke situatie niet en weigert elk gesprek met de opvang waar zij woont en hulpverlening. Drie weken geleden is [de minderjarige] omwille van de veiligheid op een crisiskamer van de opvang geplaatst vanwege aanhoudend verbaal en fysiek agressief gedrag. Daarnaast vertoont zij ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag en is het risico op weglopen en verdwijnen zeer groot.
3.3.
Op dinsdag 21 oktober 2025 is [de minderjarige] op de groep [gesloten groep] van [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] geplaatst waar de gedragswetenschapper haar op 22 oktober 2025 heeft bezocht. De gedragswetenschapper adviseert een gesloten plaatsing voor de duur van zes maanden en het college volgt dit advies. Het is belangrijk om tijd te hebben om hulpverlening op te kunnen starten en aan te kunnen sluiten bij [de minderjarige] en haar gezin. Daarnaast moet ook breder worden gekeken naar het onveilige netwerk waar [de minderjarige] bij betrokken werd. De opvang, waar het gezin van [de minderjarige] nog verblijft, heeft aangegeven dat [de minderjarige] op dit moment niet terug mag keren naar de opvang.
3.4.
Ter zitting heeft het college naar voren gebracht dat zij sinds hun betrokkenheid proberen om met [de minderjarige] in contact te komen en hulpverlening voor haar in te zetten, maar dat zij daar niet voor open staat. Met de ouders heeft het college wel veel gesprekken gevoerd, zij hebben ook zelf om hulp gevraagd bij de huisarts. Er bestaat een vermoeden dat [de minderjarige] beïnvloed wordt van buitenaf, door een jonge vrouw die zij kent van de opvang. Die vrouw is daar inmiddels weggestuurd maar na onderzoek is gebleken dat zij tot voor kort nog wel contact had met [de minderjarige] . De afgelopen twee weken was het de bedoeling dat [de minderjarige] tot rust kwam op de groep. Daarna is op de groep gelegenheid om naar school te gaan en bestaat ook de mogelijkheid voor [de minderjarige] om haar vrijheden op te bouwen.

4.De standpunten

4.1.
De ouders hebben ingestemd met het verzoek. Zij kunnen op geen enkele manier de veiligheid van [de minderjarige] waarborgen. Zij willen graag dat [de minderjarige] terug komt bij hen maar weten dat het niet veilig is voor haar. De ouders willen [de minderjarige] graag bezoeken op de groep maar dat kan pas als [de minderjarige] iets rustiger is geworden.
4.2.
[de minderjarige] heeft verteld dat zij op de groep niks kan doen en niemand heeft om mee te praten. Zij wil daar niet langer blijven. De advocaat heeft namens [de minderjarige] verzocht om het verzoek af te wijzen. Zij vindt een gesloten plaatsing niet nodig en heeft ook geen hulp nodig. [de minderjarige] vindt wat op papier staat eenzijdig, en dat alles bij haar neergelegd wordt vindt ze heel oneerlijk.

5.De beoordeling

Rechtsmacht
5.1.
Door de omstandigheid dat [de minderjarige] en de ouders de Oekraïense nationaliteit hebben, moet eerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek van het college. Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] zich in Nederland bevindt, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ter zake van het verzoek. [1] Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht op het verzoek van toepassing is. Dat is in dit geval het Nederlands recht. [2]
De spoedmachtiging tot gesloten jeugdhulp
5.2.
Op grond van de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, ziet de kinderrechter geen aanleiding om het in de beschikking van 21 oktober 2025 geformuleerde oordeel te wijzigen. Die beslissing zal daarom worden gehandhaafd.
De machtiging tot gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden
5.3.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [3]
5.4.
Tot 21 oktober 2025 woonde [de minderjarige] samen met de ouders, haar broertjes en zusje en haar oma op een opvanglocatie voor Oekraïense vluchtelingen. Zij liet daar zelfbepalend en risicovol gedrag zien en liep regelmatig weg. [de minderjarige] is meerdere keren fysiek agressief geweest richting familieleden en anderen op de opvanglocatie. De moeder zat regelmatig onder de blauwe plekken en haar broertje van negen jaar is na een incident met [de minderjarige] op de eerste hulp van het ziekenhuis beland. De beveiliging van de opvanglocatie had besloten niet meer in te grijpen om conflicten te vermijden. Inmiddels heeft de opvanglocatie aangegeven dat [de minderjarige] op dit moment niet kan terugkeren naar de opvang. Ook op school liet [de minderjarige] problematisch gedrag zien en is zij geschorst na het bedreigen van klasgenoten met een mes. Voor haar schorsing was al sprake van veel verzuim en [de minderjarige] kwam nauwelijks aan leren toe. Tot slot is het een zorg dat [de minderjarige] seksueel wervend gedrag liet zien en steeds meer de aandacht van jongens en mannen opzocht. Hierbij bestaat het vermoeden dat [de minderjarige] onder invloed stond en nog steeds staat van een 23-jarige Oekraïense vrouw die tot voor kort ook op de opvang woonde.
5.5.
Hoewel een gesloten plaatsing zeer ingrijpend is, is de kinderrechter van oordeel dat deze stap nu noodzakelijk is. Zowel de ouders als de beveiliging op de opvang lukt het niet om [de minderjarige] te begrenzen en daarmee haar veiligheid en de veiligheid van de mensen om haar heen te waarborgen. [de minderjarige] is van mening dat zij geen hulp nodig heeft en zij weigert elk contact met het college en de hulpverlening. De gesloten plaatsing is nodig om [de minderjarige] uit haar omgeving en zorgelijke netwerk te halen en haar veiligheid te garanderen. Het college heeft aangegeven dat deze eerste periode op de groep nodig is voor [de minderjarige] om tot rust te komen. Nadat zij gestabiliseerd is, is het van belang dat hulpverlening en behandeling wordt ingezet. [de minderjarige] heeft al veel meegemaakt in haar leven en het vermoeden bestaat dat haar gedragsproblematiek voortkomt uit haar trauma. Het is nodig dat er, naast haar gedragsproblematiek, aandacht is voor de onderliggende problematiek en de verstoorde ouder-kindrelatie.
5.6.
De komende tijd is het van belang dat hulpverlening wordt ingezet, dat [de minderjarige] weer naar school gaat en dat gewerkt wordt aan het contact tussen [de minderjarige] en de ouders, en de rest van haar familie. Gezien de vele zorgen en de ernst van de problematiek machtigt de kinderrechter het college om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
5.7.
Omdat de ouders instemmen met het verzoek, is een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] niet vereist. [4]

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 4 november 2025 tot 4 mei 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. ten Bos, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, vastgesteld en ondertekend op 14 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 10:113 BW Pro jo. artikel 7 Brussel Pro II ter.
2.Artikel 15 Haags Pro Kinderbeschermingsverdrag 1996
3.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).
4.Artikel 6.1.2, derde lid, Jw.