ECLI:NL:RBNHO:2025:13725
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel en wapens
Verzoekster, sinds augustus 2025 huurster van een woning met kelderbox, kreeg op 29 oktober 2025 een besluit van de burgemeester om haar woning te sluiten voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs, verpakkingsmateriaal en verboden wapens. De politie stelde een bestuurlijke rapportage op na een onderzoek waarbij onder meer cocaïne, XTC, ketamine, wapens en weegschalen werden aangetroffen.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening, welke werd behandeld op 12 november 2025. De voorzieningenrechter beoordeelde of het besluit van de burgemeester bevoegd, geschikt, noodzakelijk en evenwichtig was. De burgemeester kon op grond van artikel 13b Opiumwet bevoegd tot sluiting zijn, gezien de handelshoeveelheden drugs en wapens in de woning en kelderbox.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de sluiting een ernstige inbreuk op het privéleven is, maar dat het spoedeisend belang was gegeven. De burgemeester had voldoende onderbouwd dat sluiting noodzakelijk was om openbare orde en veiligheid te herstellen en drugshandel te voorkomen. Verzoekster kon geen aannemelijke onwetendheid omtrent de drugs aantonen en werd verantwoordelijk gehouden als hoofdbewoonster.
Ook werd rekening gehouden met de kwetsbare psychische gezondheid en zwangerschap van verzoekster, waarbij alternatieve opvang was aangeboden. De voorzieningenrechter vond het besluit evenwichtig en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is bindend en hoger beroep is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.