Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 8 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van de vrouw tevens akte voorwaardelijk eis in reconventie;
- het bericht van mr. Klaver dat partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen en vonnis wordt gevraagd.
2.De uitgangspunten
De vrouw zal met ingang van 1 maart 2017 de hypotheek- en gebruikslasten van de voormalig echtelijke woning aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] , voor haar rekening nemen. Zolang de vrouw in staat is deze lasten te betalen, zal zij in de voormalig echtelijke woning blijven wonen in afwachting van de afwikkeling van de verdeling van de boedelbestanddelen en/of eventuele verkoop van eigendommen van partijen in India. Zo mogelijk zal de vrouw daarna het aandeel van de man in de woning overnemen en de man doen ontslaan uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de op de woning rustende hypotheekschuld. Als de vrouw niet langer in staat is de lasten van de woning te dragen, zal de vrouw dit ten spoedigste (eventueel via haar advocaat) melden aan de man en zal de woning in de verkoop worden gebracht.
3.Het geschil
- samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis de man veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 36.000,- aan de vrouw, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van de man in de proceskosten.