In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 21 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van een meerderjarig kind. Het verzoek is ingediend door de verzoeker, die stelt dat de man, die inmiddels is overleden, zijn verwekker is. De rechtbank had eerder al geoordeeld dat de man de verwekker is in het kader van een alimentatieprocedure, waarbij de man verplicht was een bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. De verzoeker heeft zijn verzoek onderbouwd met feiten over zijn relatie met de man en de erkenning van het ouderschap op het geboortekaartje. De rechtbank heeft vastgesteld dat aan de vereisten van het verwekkerschap is voldaan en heeft het verzoek toegewezen. De rechtbank heeft echter het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren afgewezen, omdat de aard van de zaak zich daartegen verzet. De beschikking is openbaar uitgesproken en kan, voor zover definitief, worden aangevochten bij het gerechtshof te Amsterdam.