Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
ECLI:NL:HR:2007:AZ0213). Niet van belang is of het merendeel van de aangetroffen voorwerpen normale gebruiksvoorwerpen zijn. Immers dienen de voorwerpen in hun gezamenlijkheid en naar hun uiterlijke verschijningsvormen te worden beoordeeld, waarbij ook niet geabstraheerd mag worden van het doel dat de verdachte met deze voorwerpen voor ogen had. Bij oordelen aangaande het bewijs van dat doel, spelen in beginsel alle feiten en omstandigheden van het geval een rol.
Hij reed immers op een scooter die als gestolen geregistreerd stond en waarop een gestolen kentekenplaat was bevestigd, zodat de scooter niet traceerbaar was. De scooter werd door de verdachte op een dusdanige manier bij de winkelstraat neergezet dat hij er bij terugkomst direct op weg kon rijden. Zowel de verdachte als zijn medeverdachte waren zo gekleed dat zij onherkenbaar waren. Zij droegen op een zonnige, droge en warme zomerse dag meerdere lagen zwarte kleding en handschoenen. De verdachte heeft verklaard dat hij twee broeken aan had. Hun gezichten waren bedekt met nekwarmers en zwarte helmen. Zoals de verdachte op de zitting zelf ook heeft aangegeven waren alleen zijn ogen zichtbaar. De verdachten zijn slechts enkele seconden binnen in de [winkel] geweest en hebben na binnenkomst van de winkelmedewerker de winkel direct verlaten en zijn op hun startklare scooters weggereden. Nadat de verdachten waren gesignaleerd door de politie en de politie hen wilde stoppen, negeerden zij een stopteken. De medeverdachte sprong vervolgens van de scooter en rende weg, terwijl de verdachte doorreed, viel en wegrende naar een weiland om zich te verstoppen. Daar heeft de verdachte zich urenlang verborgen totdat hij door de politie is aangehouden in een hokje in het weiland. Bij zijn aanhouding was de verdachte in het bezit van een busje pepperspray.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vermogensmaatregel
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
- post 1: ziekenhuisdaggeldvergoeding € 35,00
- post 2: Armani jas € 139,95
- post 3: FOUR trainingspak € 238,00
- post 4: vervangen sloten € 122,85
- post 5: factuur psychotherapeut € 100,00
- post 6: reiskosten € 69,60
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9. Beslissing
jeugddetentievoor de duur van
210 (tweehonderdtien) dagen.
121 (honderdéénentwintig) dagen nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
algemene voorwaardendat de veroordeelde:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
- meewerkt aan het (jeugd)reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en zich meldt bij de (jeugd)reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de (jeugd)reclasseringsinstelling dit in overleg met de officier van justitie, noodzakelijk acht;
- onderwijs volgt c.q. een zinvolle en leeftijdsadequate dagbesteding heeft;
- meewerkt aan hulpverlening vanuit Boba en/of soortgelijke hulpverlening ter bepaling van de Jeugdreclassering;
- zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in [plaats] tenzij met toestemming van de Jeugdreclassering;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met het slachtoffer [benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] , voor de maximale duur van één (1) jaar, of zoveel korter als de Jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de politie toezicht houdt op de naleving van dit contactverbod.
- zich ter controle op voornoemd locatie en contactverbod zal meewerken aan elektronische controle, zolang de Jeugdreclassering dit in overleg met de officier van justitie noodzakelijk acht, met een maximale duur van 3 maanden;
dadelijk uitvoerbaarzijn.
2.057,45 euro (zegge tweeduizend zevenenvijftig euro en vijfenveertig cent), bestaande uit materiële en immateriële schade, en veroordeelt de veroordeelde tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening aan, [benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
2.057,45 euro (zegge tweeduizend zevenenvijftig euro en vijfenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 (nul) dagengijzeling.