Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:13521

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
25/4875
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen sluiting horecagelegenheid wegens ordeverstoring

Verzoekster, exploitant van café Teasers te Zaandam, kreeg van de burgemeester een besluit tot sluiting van drie maanden en voorwaardelijke intrekking van de horeca-exploitatievergunning na twee incidenten waarbij de vennoten betrokken waren.

De burgemeester stelde dat de sluiting noodzakelijk was voor het herstel van de openbare orde en om een signaal af te geven aan andere horecaondernemers. Verzoekster betoogde dat de sluiting zou leiden tot faillissement en wees op een lange periode zonder incidenten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekster, gezien de bedrijfseconomische gevolgen, zwaarder weegt dan het belang van de burgemeester bij onmiddellijke sluiting. De burgemeester had onvoldoende onderbouwd dat er sprake was van een voortdurende ordeverstoring die onmiddellijke sluiting rechtvaardigt.

Daarom werd het besluit tot onmiddellijke sluiting geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.

Uitkomst: Het besluit tot onmiddellijke sluiting van café Teasers wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/4875
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 november 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

de vennootschap onder firma Teasers Zaandam,

en haar vennoten
[verzoeker 1]en
[verzoeker 2],
allen uit Zaandam, tezamen aangeduid als: verzoekster
gemachtigde: mr. L. Stolk-Hogeterp, advocaat te Zaandam
en

de burgemeester van de gemeente Zaanstad, de burgemeester

gemachtigde: mr. A.E.M Van de Berg, advocaat te Hoofddorp.

Inleiding

1.1.
Op 21 september 2020 heeft de burgemeester aan verzoekster een horeca-exploitatievergunning verleend voor haar café Teasers aan de Dam te Zaandam.
1.2.
Op 25 september 2025 heeft de burgemeester een bestuurlijke rapportage ontvangen van de politie. De politie rapporteert dat beide vennoten van Teasers Zaandam betrokken zijn geweest bij twee incidenten op de Dam.
1.3.
De burgemeester heeft op 6 oktober 2025 het voornemen geuit om de horecagelegenheid van verzoekster te sluiten voor drie maanden en de horeca-exploitatievergunning van verzoekster voorwaardelijk in te trekken. Verzoekster heeft hierop gereageerd met een zienswijze.
1.4.
Met het bestreden besluit van 3 november 2025 heeft de burgemeester besloten de horecagelegenheid voor drie maanden te sluiten per 7 november 2025 en de horeca-exploitatievergunning voorwaardelijk in te trekken
.
1.5.
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen ten einde het bestreden besluit op te schorten.
1.6.
De burgemeester heeft op 6 november 2025 aangegeven het bestreden besluit op te schorten tot de dag van het onderzoek ter zitting.
1.7.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de vennoten, bijgestaan door de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de burgemeester, vergezeld door [naam] , werkzaam bij de gemeente.
1.8.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek als volgt toe;
- schorst het bestreden besluit van 3 november 2025 tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 385,- aan verzoekers moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoekers.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter.
3. De aanleiding voor het handhavend optreden heeft de burgemeester gevonden in de bestuurlijke rapportage van 25 september 2025. In de rapportage worden twee incidenten beschreven waarbij beide vennoten betrokken zijn geweest. Deze incidenten worden hieronder kort weergegeven.
6 september 2025
Op 6 september 2025 heeft een persoon aangifte gedaan van zware mishandeling. Volgens de verklaring van deze persoon was hij op zaterdag 6 september 2025, omstreeks 20:25 uur, op het terras bij café ’t Gildehuys op de Dam in Zaandam. Op enig moment is deze persoon in een woordenwisseling terecht gekomen met [verzoeker 1] . [verzoeker 2] is hier op een later moment bij betrokken geraakt. Volgens de politie zijn er klappen gevallen. De vechtpartij is beëindigd door omstanders. De politie heeft het incident op camerabeelden teruggekeken. Het verhaal van de aangever dat een van de vennoten hem heeft mishandeld, wordt volgens de politie door de camerabeelden bevestigd. De politie heeft [verzoeker 1] verhoord waarbij hij volgens de politie heeft verklaard dat hij het slachtoffer heeft geslagen en tegen het hoofd heeft geschopt. [verzoeker 1] betwist in onderhavige procedure de persoon te hebben mishandeld.
21 september 2025
Op 21 september 2025 heeft op de Dam nabij café Teasers openlijke geweldpleging plaatsgevonden, waarbij beide vennoten betrokken waren. In de bestuurlijke rapportage is beschreven dat een persoon onwel was geworden, die zich in het naburig café op Dam 8 in Zaandam bevond. Ter plaatse troffen de politieambtenaren een man buiten bewustzijn aan. [verzoeker 2] heeft toen aan de politieambtenaren aangegeven dat de onbekende man zijn neef was. Er is een ambulance ter plaatse gekomen om de persoon naar het ziekenhuis te vervoeren. [verzoeker 2] wilde met zijn neef mee in de ambulance naar het ziekenhuis. Het ambulancepersoneel wilde niet dat hij mee ging in de ambulance. De politie ondersteunde het ambulancepersoneel bij hun taak. Vervolgens voegde [verzoeker 1] zich tussen een politieagent en [verzoeker 2] in. De politie reageerde op deze interventie. [verzoeker 1] is hierbij door een politieambtenaar achterover getrokken waarbij hij ten val is gekomen. Nadat de ambulance was vertrokken, is [verzoeker 1] op de politieambtenaar afgegaan, die hem bij de ambulance had verwijderd. Hij heeft in de richting van de politieambtenaar uitgehaald. Volgens de politieambtenaar heeft [verzoeker 1] hem daarbij op zijn linkeroor geslagen. De overige aanwezige politieagenten hebben daarop gereageerd en [verzoeker 1] naar de grond gebracht en aangehouden. De bovenstaande constateringen zijn, aldus de politie, ook te zien op camerabeelden afkomstig van de camera Dam Noord van het cameratoezicht. De beelden bevestigen volgens de rapportage het door de politie geschetste incident. [verzoeker 1] is na zijn aanhouding verhoord. Volgens de politie heeft hij verklaard dat hij een politieambtenaar op zijn oor heeft geslagen. In deze procedure erkent [verzoeker 1] wel dat hij op de politieagent is afgegaan en te hebben uitgehaald, maar hij stelt de agent niet te hebben geraakt.
4. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat deze incidenten aanleiding geven om de horecagelegenheid van verzoekster voor drie maanden te sluiten en de horeca-exploitatievergunning voorwaardelijk in te trekken in die zin dat hij voornemens is de exploitatievergunning in te trekken als verzoekster zich binnen een jaar (opnieuw) niet houdt aan de voor de vergunninghouder geldende regels en voorschriften. De sluiting heeft volgens de burgemeester als doel om de openbare orde in de directe omgeving van de horecagelegenheid te herstellen, verdere verstoringen te voorkomen en een signaal af te geven aan andere horecaexploitanten in het gebied. De burgemeester wil niet wachten met de sluiting van de horecagelegenheid tot na de beslissing op bezwaar, omdat voor hem het belang bij het herstel van de openbare orde daarvoor te zwaar weegt.
5. Verzoekster stelt dat een sluiting van drie maanden het faillissement van de horecagelegenheid tot gevolg zal hebben. Beide vennoten hebben ter zitting voorts aangegeven dat zij al 12 jaar lang zonder incidenten horeca exploiteren in Zaandam en dat het faillissement ook grote gevolgen zal hebben voor hun privélevens.
6. De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van verzoekster in dit geval zwaarder weegt dan het belang van de burgemeester bij de onmiddellijke sluiting van de horecagelegenheid. Dat sluiting ingrijpende bedrijfseconomische gevolgen heeft voor verzoekster is evident. De burgemeester heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd dat op dit moment sprake is van een voortdurende verstoring van de openbare orde in het gebied van de horecagelegenheid, die met onmiddellijke sluiting wordt beëindigd. De burgemeester heeft voorts wel gesteld dat de horecagelegenheid is gelegen in een kwetsbaar gebied maar dat niet nader onderbouwd. Daarom is ook in het licht van die stelling niet duidelijk wat het effect van de onmiddellijke sluiting in gunstige zin voor het horecagebied heeft en dat met de sluiting van de horecagelegenheid niet kan worden gewacht. De burgemeester heeft bovendien erkend dat sinds het laatste incident op 21 september 2025 geen nieuwe vergelijkbare, althans voor de beoordeling relevante openbare orde verstorende incidenten hebben plaatsgevonden waar verzoekster of haar vennoten bij betrokken waren. Ook de overige gestelde belangen van de burgemeester bij de handhaving, met name zijn wens tot het afgeven van een signaal naar de buitenwereld dat hij ordeverstoringen in het horecagebied en het niet respecteren van politie en hulpdiensten niet tolereert, brengen niet mee dat de sluiting onmiddellijk moet worden geëffectueerd, omdat de burgemeester niet heeft onderbouwd dat het veiligstellen van die – op zich relevante – belangen wordt tenietgedaan door schorsing van het bestreden besluit. De voorzieningenrechter ziet daarom geen zwaarwegende belangen aan de kant van de burgemeester die zich verzetten tegen de schorsing van het besluit tot onmiddellijke sluiting.
6.1.
In het kader van de belangenafweging weegt de voorzieningenrechter de belangen van verzoekster bij het vooralsnog voortzetten van de exploitatie van de horecagelegenheid daarom zwaarder dan de belangen van het college bij (onmiddellijke) sluiting.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe als hiervoor omschreven. Dat betekent dat de horecagelegenheid van verzoekster vooralsnog geopend mag blijven. Dat betekent niet dat de waarschuwing die van het besluit uitgaat om zich aan de regels en voorschriften te houden, nu niet zou gelden. Aan de regels en voorschriften moet verzoekster uiteraard blijven voldoen.
8. De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat de burgemeester het griffierecht moet vergoeden en dat verzoekers ook een vergoeding krijgen van hun proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.
9. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025 door mr. mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Besseling, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.