ECLI:NL:RBNHO:2025:13517

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 oktober 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/15/370328 / FA RK 25-5057
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 10 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, ingediend door de officier van justitie. De crisismaatregel was eerder opgelegd door de burgemeester van de gemeente Castricum op 6 oktober 2025. De officier van justitie verzocht de rechtbank om de voortzetting van deze maatregel, die onder andere het toedienen van vocht, voeding en medicatie omvatte, evenals beperkingen in de bewegingsvrijheid van de betrokkene.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene, die op dat moment in een accommodatie verbleef, op 8 oktober 2025 ongeoorloofd afwezig was en naar Duitsland was vertrokken. Dit leidde tot de vraag of de betrokkene op de hoogte was van de mondelinge behandeling die op die datum zou plaatsvinden. De rechtbank heeft de mondelinge behandeling uitgesteld naar 10 oktober 2025 om de betrokkene de kans te geven aanwezig te zijn. Echter, de betrokkene is niet teruggekeerd en was ook niet bereikbaar voor zijn advocaat.

Gezien deze omstandigheden en het feit dat de termijn voor het beslissen over het verzoek op 10 oktober 2025 afliep, kon de rechtbank niet anders dan het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afwijzen. De rechtbank oordeelde dat de crisismaatregel was vervallen en dat er geen grond was voor verlenging. De beslissing werd genomen door rechter A.K. Mireku, in aanwezigheid van griffier M. Groot, en werd openbaar uitgesproken op dezelfde dag. De schriftelijke uitwerking van de beschikking is op 13 oktober 2025 vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/370328 / FA RK 25-5057
beschikking van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] , te [plaats] ,
wonende te [plaats] (gemeente [gemeente] ),
thans verblijvende in een voorziening van [accommodatie] , locatie [locatie] ,
afdeling [afdeling] , Unit [unit] , te [adres] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. F.J.J. Baars, kantoorhoudende te Alkmaar.

1.Procedure

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 7 oktober 2025, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van de gemeente Castricum op
6 oktober 2025 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
  • de medische verklaring van 6 oktober 2025;
  • een verklaring niet voorkomen in het curatele- en bewindregister van
7 oktober 2025.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
10 oktober 2025, in voornoemde accommodatie.
1.4.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- [psychiater] , psychiater;
- [verpleegkundige] , verpleegkundige.
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen en onderstaande vormen van verplichte zorg daarin op te nemen:
- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van bewegingsvrijheid;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.

3.Beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, als de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen.
3.2.
Artikel 7:5 Wvggz bepaalt dat de crisismaatregel onder andere vervalt door het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 7:8 lid 3 Wvggz. Uit artikel 7:8 lid 3 Wvggz blijkt dat de rechter op het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel beslist binnen drie dagen te rekenen vanaf de dag na die van het indienen van het verzoekschrift. Artikel 2 van de Algemene termijnenwet bepaalt dat in de driedagentermijn van artikel 7:8 lid 3 Wvggz ten minste twee dagen moeten voorkomen die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag zijn.
3.3.
In dit geval is de crisismaatregel op maandag 6 oktober 2025 afgegeven door de burgemeester, waarna de officier van justitie op dinsdag 7 oktober 2025 een verzoek tot voortzetting hiervan bij de rechtbank heeft ingediend. Op dit verzoek kon, zoals volgt uit bovenstaande, op uiterlijk vrijdag 10 oktober 2025 beslist worden. Op woensdag
8 oktober 2025, de dag van de eerste mondelinge behandeling, bleek dat betrokkene sinds de avond ervoor ongeoorloofd afwezig was. Hij is tijdens een wandeling weggelopen en met zijn auto naar Duitsland vertrokken. Niet vastgesteld kon worden of betrokkene op de hoogte was van de datum van de mondelinge behandeling van 8 oktober 2025. Om betrokkene op de hoogte te stellen van de mondelinge behandeling en hem de gelegenheid te bieden daarbij aanwezig te zijn, is de mondelinge behandeling uitgesteld tot 10 oktober 2025. De rechtbank stelt vast dat betrokkene niet is teruggekeerd in de instelling noch is hij ergens anders bereikbaar. Ook de advocaat heeft met betrokkene geen contact kunnen krijgen. Gelet op deze samenloop van omstandigheden, namelijk dat niet vastgesteld kan worden of betrokkene op de hoogte is van deze mondelinge behandeling en de beslistermijn heden afloopt, kan de rechtbank niet anders dan de verzochte voortzetting van de crisismaatregel afwijzen. De crisismaatregel is komen te vervallen en van een verlenging kan daarom geen sprake zijn. Dit is in lijn met wat de advocaat heeft betoogd.

4.Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. M. Groot als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.