Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:13513

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
11716607 \ CV EXPL 25-1486
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve vernietiging oneerlijk incassokostenbeding en toewijzing hoofdsom met wettelijke rente

In deze bodemzaak heeft de kantonrechter ambtshalve getoetst of de eisende partij heeft voldaan aan haar precontractuele informatieplichten en of het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden eerlijk is. De eisende partij heeft bij akte voldoende toegelicht dat zij aan haar informatieplichten heeft voldaan. De kantonrechter vernietigt artikel 12 van Pro de algemene voorwaarden voor zover dit betrekking heeft op buitengerechtelijke incassokosten, omdat dit beding oneerlijk is.

De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond is. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen vanwege het vernietigde beding. Daarnaast is een vordering tot betaling van vervallen wettelijke rente afgewezen omdat de eisende partij niet heeft toegelicht over welke periode deze rente is berekend en waarom. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 3.806,63 plus wettelijke rente vanaf 6 mei 2025 tot aan volledige betaling, alsmede de proceskosten, die aan de zijde van de eisende partij zijn vastgesteld. De kosten van de akte komen voor rekening van de eisende partij omdat het op haar initiatief was dat deze werd opgesteld.

Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025 in Zaanstad.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 3.806,63 plus wettelijke rente vanaf 6 mei 2025 en proceskosten; het incassokostenbeding wordt vernietigd en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11716607 \ CV EXPL 25-1486
Uitspraakdatum: 20 november 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
De Eerste Kamer B.V.
te Hoevelaken
de eisende partij
gemachtigde: LikiFin - Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 28 augustus 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld bij akte nader toe te lichten op welke wijze zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten en zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van een incassokostenbeding.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.1.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij in haar akte voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.2.
De eisende partij heeft zich in de akte gerefereerd aan het voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding. De kantonrechter ziet daarom en ook anderszins geen aanleiding om daar nu anders over te denken en vernietigt daarom artikel 12 van Pro de algemene voorwaarden, voor zover dit ziet op de buitengerechtelijke incassokosten. Dit betekent dat de buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.
Wat is toewijsbaar?
2.3.
De eisende partij heeft een bedrag aan vervallen wettelijke rente gevorderd. Zij heeft echter niet toegelicht over welke periode deze rente is berekend en waarom. De kantonrechter kan daardoor niet beoordelen of er een grondslag voor deze vordering bestaat. Daarom wordt dit onderdeel van de vordering afgewezen. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
2.4.
De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.
Conclusie en proceskosten
2.5.
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
2.6.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij komen de kosten van de akte voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.806,63, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 123,73;
griffierecht € 514,00;
salaris gemachtigde € 135,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter