ECLI:NL:RBNHO:2025:13494

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/15/350731 / FA RK 24-1529
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bepaling van vakantie- en feestdagenregeling en verdeling van halen en brengen bij reguliere zorgregeling

Op 20 november 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, uitspraak gedaan in een familiezakenprocedure tussen de vader en de moeder van de minderjarige [de minderjarige]. De vader heeft verzocht om een gedetailleerde regeling voor de omgang met [de minderjarige] tijdens vakanties, feestdagen en lesvrije dagen, evenals een wijziging van de haal- en brengregeling. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sinds de eerdere uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 15 augustus 2023 sprake is van gewijzigde omstandigheden, aangezien de ouders er niet in zijn geslaagd om tot overeenstemming te komen over de zorgregeling en de onderlinge conflicten voortduren. De rechtbank heeft de ouders dringend geadviseerd om na deze beslissing te stoppen met procederen, in het belang van [de minderjarige]. De rechtbank heeft een nieuwe zorgregeling vastgesteld, waarbij [de minderjarige] om de week bij de vader verblijft en de vakanties en feestdagen zijn verdeeld. De rechtbank heeft ook de verzoeken van de vader om een prioriteitenregeling en jaarlijkse keuze voor de omgang afgewezen, omdat dit zou leiden tot onnodige spanningen en onduidelijkheid. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
zaak-/rekestnr.: C/15/350731 / FA RK 24-1529
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 20 november 2025
in de zaak van:
[de vader],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M.M.E. Rietjens, kantoorhoudende te Amsterdam,
tegen
[de moeder],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. S.N. Ziekman-Meijerink, kantoorhoudende te Utrecht,
--betreffende--
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats], hierna te noemen: [de minderjarige] .

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen, van de vader, ingekomen op 25 maart 2024;
- een bericht met bijlage, van de vader, ingekomen op 9 juli 2025;
- het verweerschrift met bijlagen, tevens zelfstandig verzoek, van de moeder, ingekomen op 15 juli 2024;
- een aanvullend/gewijzigd verzoekschrift met bijlagen, van de vader, ingekomen op 17 oktober 2025.
- een verweerschrift/reactie op het aanvullende/gewijzigde verzoekschrift, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 23 oktober 2025;
- een pleitnota van de advocaat van de vader, ter zitting overgelegd.
1.2
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 oktober 2025, in aanwezigheid van de vader, bijgestaan door mr. M.M.E. Rietjens en de moeder, bijgestaan door mr. S.N. Ziekman-Meijerink.
Tevens was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).

2.De feiten

2.1
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad, die is beëindigd in de zomer van 2022.
2.2
Het minderjarige kind van partijen is [de minderjarige] . De ouders hebben gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] .
2.3
Bij beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 16 maart 2023
- voorafgegaan door een tussenbeschikking op 15 december 2022 – is bepaald dat [de minderjarige]
haar hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder. Daarnaast is een verdeling van de zorg- en opvoedtaken (hierna: zorgregeling) en een vakantieregeling vastgesteld.
2.4
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft voornoemde beschikking wat betreft
de zorgregeling bij beschikking van 15 augustus 2023 vernietigd en heeft de volgende zorgregeling vastgesteld:
-
totdat [de minderjarige] naar school gaat zal zij bij de vader zijn:in de ene week van vrijdag tot
en met maandag, waarbij [de minderjarige] op vrijdag om 08:30 uur bij de vader wordt gebracht
en de vader [de minderjarige] om 19:00 uur weer bij de moeder terugbrengt;
- in de andere week van maandag tot en met dinsdag, waarbij [de minderjarige] op maandag om 08:30 uur bij de vader wordt gebracht en de vader [de minderjarige] om 19:00 uur bij de moeder terugbreng;
-
vanaf het moment dat [de minderjarige] naar de basisschool gaat, zal zij bij de vader zijn: om de week van vrijdagmiddag uit school tot en met maandagochtend naar school, waarbij de vader [de minderjarige] haalt en brengt.

3.De verzoeken

3.1
De vader heeft verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar
bij voorraad, een verdeling van de omgang met [de minderjarige] tijdens de vakanties, feestdagen
en lesvrije dagen vast te leggen, zoals vermeld in zijn (gewijzigde) verzoekschrift.
3.2
De vader stelt zich op het standpunt dat hij ontvankelijk is in zijn verzoek. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij beschikking van 15 augustus 2023 overwogen
dat de ouders met betrekking tot de omgang in de vakanties en feestdagen, in onderling overleg tot een verdeling moesten komen. Partijen hebben zich hierbij bereid verklaard
om zich in te zetten voor een DEES-traject bij Samen in Spel, gericht op het stoppen
van de onderlinge conflicten. Dit traject is door toedoen van de moeder nooit van de
grond gekomen. Partijen hebben tevergeefs getracht om zonder hulpverlening tot afspraken te komen. Er ontstonden voor elke vakantie en feestdag lange discussies tussen partijen, wat de onderlinge verhoudingen op scherp heeft gesteld.
De vader betwist de stelling van de moeder dat sprake is van ‘intieme terreur’. Hij wil er simpelweg alles aan doen om een volwaardige ouder voor [de minderjarige] kunnen zijn. De vader
is van mening dat, zoals ook door het gerechtshof is overwogen, [de minderjarige] minstens de helft van de vakanties, feestdagen en vrije dagen bij hem moet kunnen doorbrengen. Als gevolg
van de (ondoordachte) verhuizing van de moeder naar [plaats] , heeft de vader aanzienlijk ingeleverd op zijn tijd met [de minderjarige] . Gelet hierop hecht de vader ook belang aan toekenning van de gehele meivakantie aan hem, zeker als de lesvrije week komt te vervallen.
3.3
Verder heeft de vader verzocht om de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 augustus 2023 te wijzigen, in die zin dat:
* de ouders het
halen en brengenvan [de minderjarige] rondom de vakanties bij helfte zullen verdelen, in die zin dat de ouder [de minderjarige] naar de andere ouder, met wie [de minderjarige] op vakantie gaat, toebrengt, en de ouder met wie [de minderjarige] op vakantie is geweest [de minderjarige] weer terugbrengt;
* primair: de moeder ten aanzien van de reguliere zorgregeling, vanaf het moment dat [de minderjarige] naar de basisschool gaat, zowel het halen als het brengen voor haar rekening neemt.
* subsidiair: het halen en brengen van [de minderjarige] wordt verdeeld, waarbij de moeder haar op vrijdagmiddag uit school ophaalt en naar de vader brengt en de vader [de minderjarige] op maandagochtend naar school brengt.
3.4
De vader stelt dat hij ook op dit onderdeel moet worden ontvangen in zijn verzoek. Het gerechtshof is bij zijn beslissing van onjuiste gegevens uitgegaan. De vader heeft destijds wel degelijk verweer gevoerd tegen de haal- en brengregeling. Ook heeft het gerechtshof ten onrechte voor de vader ingevuld dat hij het prettig vindt om bij het halen en brengen contact te hebben met de school van [de minderjarige] . De vader hecht er meer waarde aan om dit op een ander moment te doen dan tijdens het halen en brengen van [de minderjarige] .
Daarnaast zijn ook de omstandigheden gewijzigd. Het is partijen niet gelukt om nadere afspraken te maken over de haal- en brengregeling, zoals het gerechtshof destijds wel voorstelbaar achtte.
De vader ziet niet in waarom hij zowel het halen en brengen voor zijn rekening moet nemen. De moeder heeft eenzijdig besloten om te verhuizen naar [plaats] , waardoor nu sprake is van een aanzienlijke reistijd. Het halen en brengen gaat ten koste van de kwalitatieve tijd
met [de minderjarige] en kost veel geld. Hier komt bij dat de vader sinds begin dit jaar zonder werk
zit en moeilijk aan het werk komt door de tijd die gepaard gaat met het halen en brengen
van [de minderjarige] . De vader is hierdoor niet fulltime beschikbaar, iets wat in zijn branche wel wordt vereist.
3.5
Aanvullend heeft de vader verzocht om te bepalen dat:
* indien [de minderjarige] volgens schema bij de moeder verblijft en (bijvoorbeeld door ziekte) niet naar school of de BSO gaat of op dagen dat [de minderjarige] in de vakanties niet bij de moeder kan zijn, de moeder als eerste de vader zal vragen om voor haar te zorgen, alvorens zij derden inschakelt.
De vader wil er zoveel mogelijk voor [de minderjarige] kunnen zijn. Hij wil [de minderjarige] kunnen opvangen als dit nodig is, waarbij belangrijk is dat de wisselmomenten voor [de minderjarige] beperkt blijven;
* met ingang van 1 januari 2027, partijen per jaar om en om te laten kiezen of
[de minderjarige] dat betreffende jaar de even dan wel de oneven weekenden bij de moeder/vader
zal verblijven, welke keuze uiterlijk 1 november voorafgaand aan het betreffende jaar schriftelijk kenbaar moet worden gemaakt aan de andere ouder, waarbij de vader de eerste keuze heeft voor het jaar 2027.
Volgens de vader draagt deze regeling bij aan gelijkwaardig ouderschap en kan er aan beide zijdes ook rekening worden gehouden met eventuele nieuwe partners en kinderen.

4.Verweer en zelfstandig verzoek

4.1
De moeder heeft gemotiveerd verweer gevoerd, strekkende tot het niet-ontvankelijk verklaren van de vader in zijn verzoeken dan wel zijn verzoeken af te wijzen.
4.2
Primair stelt de moeder zicht op het standpunt dat geen sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds de uitspraak van het gerechtshof wat betreft de haal- en brengregeling. De vader heeft hiertegen destijds geen verweer gevoerd. Daarbij is het aan de vader te wijten dat de hulpverlening niet van de grond is gekomen. Een belangrijke voorwaarde voor het ouderschapstraject bij Samen in Spel is dat er geen juridische procedures mogen zijn, maar toch blijft de vader procederen. Ook het feit dat de vader zijn leven anders is gaan inrichten na de uitspraak van het gerechtshof, levert geen gewijzigde omstandigheid op. Volgens de moeder is bij de vader nog sprake van een stuk wroeging in verband met haar verhuizing naar [plaats] . Daarbij is volgens de moeder sprake van ‘intieme terreur’. Via het blijven voeren van juridische procedures wil de vader controle uitoefenen op de moeder. Ook de door hem verzochte ‘prioriteitenregeling’ is hiervan een voorbeeld.
4.3
Subsidiair stelt de moeder zich op het standpunt dat het, gelet op de verstoorde communicatie tussen partijen, van belang is voor [de minderjarige] dat de overdracht op school plaatsvindt, zodat partijen elkaar niet treffen. Dit past ook bij een Solo Parallel Ouderschap, welk traject nog moet worden gestart. De vader is niet in staat om tijdens de overdracht op een normale manier met de moeder te communiceren. Dit levert spanning op bij [de minderjarige] .
Voor de moeder is het vanwege haar werk bovendien niet mogelijk om [de minderjarige] op vrijdag naar de vader te brengen. Ook is het niet logisch als de moeder [de minderjarige] op maandag eerst
bij de vader moet ophalen in [plaats] , haar naar school moet brengen in [plaats] , om vervolgens naar haar werk in [plaats] te gaan.
Als de vader [de minderjarige] op vrijdag niet wil ophalen, dan zal de overdracht op zaterdagochtend moeten plaatsvinden, zodat [de minderjarige] op vrijdag op tijd kan eten en op tijd naar bed kan gaan.
4.4
Bij wijze van zelfstandig verzoek heeft de moeder verzocht om ten aanzien van
de omgang in de schoolvakanties, feestdagen en overige vrije lesdagen, te bepalen dat een regeling zal gelden zoals vermeld in haar verzoekschrift.
4.5
De moeder heeft diverse voorstellen gedaan aan de vader, waarin zij ook deels aan zijn wensen tegemoet is gekomen, maar de vader heeft alles afgewezen.
Het verzoek van de vader bevat te veel wisselingen en te veel afwijkingen op de reguliere zorgregeling. Dit zorgt voor onrust, onduidelijkheid en extra reisbewegingen. Een verdeling bij helfte is het meest in het belang van [de minderjarige] . De uitspraak van het gerechtshof betekent niet dat [de minderjarige] ten minste 8 van de 13 weken bij de vader dient te zijn. De moeder wil in de vakanties ook quality time met [de minderjarige] doorbrengen, aangezien zij vier dagen per week werkt en [de minderjarige] inmiddels naar school gaat.
Wat betreft de meivakantie stelt de moeder dat de lesvrije week niet permanent wordt afgeschaft en de meivakantie daarom niet geheel aan de vader kan worden toegewezen.
Er is geen sprake meer van een gelijke verdeling als [de minderjarige] de gehele meivakantie, waarin ook feestdagen vallen, bij de vader is.
4.6
Met de aanvullende verzoeken van de vader is de moeder het niet eens. Uitgangspunt moet blijven dat de ouder waar [de minderjarige] op dat moment verblijft, voor de opvang van [de minderjarige] zorgt als zij bijvoorbeeld wegens ziekte niet naar school kan. Daarbij is het van belang dat het contact tussen partijen minimaal blijft en wil de moeder niet afhankelijk zijn van de planning en beschikbaarheid van de vader. Dit vergroot de kans op onderlinge spanningen
en is daarom niet in het belang van [de minderjarige] . Dit geldt ook voor het verzoek van de vader om elk jaar overleg te plegen over de vraag hoe de reguliere zorgregeling tussen de ouders in dat jaar daarop wordt verdeeld als het gaat om de even en oneven weken.

5.Advies van de Raad

5.1
Namens de Raad is aangevoerd dat het belangrijk is dat de ouders zich wenden tot de hulpverlening van Parlan voor een traject Solo Parallel Ouderschap, los van de vraag welke regeling er zal worden vastgesteld. [de minderjarige] is pas vijf jaar oud en krijgt ongetwijfeld veel mee
van de voortdurende strijd tussen de ouders. Een duidelijke zorgregeling is belangrijk, maar voorop staat dat de ouders een weg moeten vinden om de strijd te stoppen.
Verder is het gebruikelijk dat beide ouders een aandeel hebben in het halen en brengen
van een kind. Wat betreft de zomervakantie acht de Raad de regeling die de ouders voor ogen hebben – achtereenvolgens drie weken bij de ene en drie weken bij de andere ouder – niet zo passend bij de jonge leeftijd van [de minderjarige] . Als de ouders het echter hierover eens zijn, dan zou dit wat betreft de Raad wel kunnen worden vastgelegd.

6.De beoordeling

Ontvankelijkheid
6.1
Allereerst zal de rechtbank moeten beoordelen of er sinds de uitspraak van
het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 augustus 2023 sprake is van gewijzigde omstandigheden.
6.2
De rechtbank stelt vast dat het gerechtshof in de voormelde beschikking
onder rechtsoverweging 5.18 heeft overwogen dat het aan de ouders is om - bijvoorbeeld
in het kader van en samen met de hulpverlening (DEES-traject bij Samen in Spel) - verdere afspraken te maken over de uitvoering van de reguliere zorgregeling. Het gerechtshof achtte het hierbij voorstelbaar dat er nadere afspraken nodig waren over het halen van brengen en [de minderjarige] , omdat de vader in de door het gerechtshof vastgestelde reguliere zorgregeling het vervoer van [de minderjarige] volledig op zich neemt.
Wat betreft de vakantieregeling heeft het gerechtshof overwogen dat partijen in
onderling overleg tot overeenstemming moesten komen. Het gerechtshof achtte het destijds niet passend om een uitgebreide en gedetailleerde regeling vast te stellen die bovendien ook zag op de verre toekomst.
6.3
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds de uitspraak van het gerechtshof.
Vaststaat dat er inmiddels ruim twee jaar verstreken zijn, dat de noodzakelijke hulpverlening niet van de grond is gekomen en partijen er niet in zijn geslaagd om tot nadere afspraken te komen over het uitvoeren van de reguliere zorgregeling, waaronder het halen en brengen
van [de minderjarige] , en de omgang tijdens vakanties, feestdagen en lesvrije dagen. Voor [de minderjarige] is het, mede gelet op de voortdurende strijd, van belang dat er duidelijkheid komt over het halen en brengen en de vakantieregeling, zodat er meer rust kan ontstaan tussen haar ouders.
6.4
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel de vader kan worden ontvangen in zijn verzoeken.
Dringend advies aan de ouders
6.5
De rechtbank stelt vast dat de ouders al langere tijd met elkaar in conflict zijn, de communicatie moeizaam verloopt en de ouders al meerdere juridische procedures hebben gevoerd. [de minderjarige] is pas vijf jaar oud, maar weet bijna niet beter dan dat de ouders met elkaar in conflict zijn. Ondanks haar jonge leeftijd zal [de minderjarige] hier ongetwijfeld spanningen van ondervinden. Dit is niet in haar belang en kan op de korte en lange termijn ernstige gevolgen hebben voor haar ontwikkeling. Alleen de ouders hebben de sleutel in handen om dit voor [de minderjarige] te voorkomen.
6.6
De rechtbank raadt de ouders met klem aan om na deze beslissing, in het belang
van [de minderjarige] , te stoppen met procederen. Het is aan beide ouders om te zorgen dat de onderlinge conflicten stoppen. Duidelijk is dat zowel de vader als de moeder er voor [de minderjarige] willen zijn. Dit doen zij niet door het conflict op te blijven zoeken en elkaar verwijten te blijven maken. Wat wel in het belang is van [de minderjarige] , is dat de ouders zich na deze beslissing zo snel mogelijk wenden tot de hulpverlening van Parlan voor een traject Solo Parallel Ouderschap, zodat de onderlinge conflicten stoppen en zij zich kunnen focussen op het ouderschap voor [de minderjarige] .
6.7
In het kader van deze procedure hebben beide ouders uitvoerig onderbouwde verzoeken gedaan, waarin over en weer vrijwel op elk detail wordt ingegaan. De ouders maken hierbij over en weer diverse verwijten.
De rechtbank zal bij de beslissing ingaan op wat in de kern door partijen is aangevoerd, maar zal hierbij niet op elk detail reageren. De rechtbank heeft niet de overtuiging dat dit bijdraagt aan een oplossing van het conflict tussen partijen en daarmee de spanningen voor [de minderjarige] worden verminderd. Wat wel bijdraagt aan de rust voor [de minderjarige] , is een duidelijke zorg- en vakantieregeling.

7.Inhoudelijke beoordeling

Reguliere zorgregeling inclusief halen- en brengen
7.1
Op grond van artikel 1:253a eerste lid Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd.
Op grond van het tweede lid, onder a, van het voornoemde artikel kan de rechtbank
eveneens op verzoek van de ouders of een van hen een zorgregeling vaststellen.
De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
7.2
Nu [de minderjarige] inmiddels naar school gaat, heeft de vader op grond van de geldende reguliere zorgregeling om de week op vrijdag uit school tot maandagochtend naar school omgang met [de minderjarige] , waarbij de vader [de minderjarige] haalt en brengt. De vader woont in [plaats] en de moeder in [plaats] , wat betekent dat [de minderjarige] regelmatig heen en weer moet reizen tussen haar ouders en er in dit kader ook de nodige praktische problemen bestaan, met als belangrijkste punt van geschil de haal- en brengregeling. De ouders komen ondanks de verschillende opties die hierin voorbij zijn gekomen, niet tot overeenstemming. De rechtbank zal dan ook een knoop doorhakken, waarbij een wijziging zal worden aangebracht in de reguliere zorgregeling.
7.3
De rechtbank acht het - ongeacht de vraag wie [de minderjarige] haalt en brengt - niet in
het belang van [de minderjarige] dat zij op maandagochtend, nadat zij het weekend bij haar vader
heeft doorgebracht, vroeg in de auto moet stappen om vanuit [plaats] naar school in [plaats] te worden gebracht. Dit is te belastend voor [de minderjarige] en kan dan ook ten koste gaan van haar concentratie op school. Daarbij bestaat het risico dat [de minderjarige] te laat op school komt. Het is algemeen bekend dat er op maandagochtend regelmatig files staan in het hele land. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om een ander overdrachtsmoment vast te stellen
en wel op de zondag na het eten om 18:30 uur.
7.4
Wat betreft het halen en brengen, acht de rechtbank het redelijk dat de vader
het halen en brengen voor zijn rekening neemt totdat hij een nieuwe baan heeft gevonden. Vanaf het moment dat de vader een baan heeft gevonden, zal de rechtbank bepalen dat de vader [de minderjarige] op vrijdagmiddag ophaalt uit school en de moeder [de minderjarige] zondag ophaalt bij de vader, zodat beide ouders vanaf dat moment een gelijk aandeel hebben in het halen en brengen. Op deze manier komt de vader op vrijdagmiddag ook nog in contact met de leefwereld van [de minderjarige] op school, iets wat op andere momenten praktisch moeilijk te realiseren valt.
De rechtbank verwerpt de stelling van de vader dat een rol voor hem in een haal- en brengregeling het vinden van een nieuwe baan belemmert. De vader heeft deze stelling onvoldoende objectief onderbouwd met stukken. Daar staat tegenover dat de moeder wel met een verklaring van haar werkgever heeft onderbouwd (productie 26) dat zij [de minderjarige] op vrijdag niet naar de vader kan brengen in verband met haar werk. De rechtbank acht het niet in het belang van [de minderjarige] dat de moeder haar vrije dag van woensdag naar vrijdag ruilt, zoals de vader heeft geopperd. Dit gaat ten koste gaat van haar ‘quality time’ die zij met [de minderjarige] buiten schooltijd heeft. Ook vinden veel activiteiten zoals zwemles voor [de minderjarige] op de woensdag plaats. Bovendien heeft de moeder het grootste aandeel in de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] , zodat hierin van de vader ook een aandeel verwacht mag worden.
7.5
Voorgaande wijziging heeft een kleine inperking van de omgang tussen [de minderjarige]
en de vader tot gevolg, waarvoor hij in de hierna te noemen vakantieregeling zal worden gecompenseerd.
De rechtbank realiseert zich verder dat voorgaande wijziging zorgt voor een extra
overdrachtsmoment in het bijzijn van beide ouders. Het gaat hierbij echter om slechts één extra moment per twee weken. Bovendien zullen er in de vakanties ook overdrachtsmomenten in het bijzijn van de ouders blijven plaatsvinden. De ouders zullen hier hoe dan ook hun weg in moeten vinden. Een mogelijkheid zou ook kunnen zijn dat de ouders iemand uit hun netwerk inschakelen om bij de overdracht van [de minderjarige] aanwezig te zijn.
Vakanties, feestdagen en vrije dagen
7.6
Voor [de minderjarige] is het belangrijk dat er een simpele en duidelijke regeling wordt vastgesteld, zodat hierover tussen de ouders geen discussie meer kan bestaan. De rechtbank zal hierbij uitgaan van het vakantierooster van [de minderjarige] zoals dat geldt voor de regio Noord, aangezien [de minderjarige] in [plaats] naar school gaat.
De rechtbank zal het volgende bepalen:
* zomervakantie: [de minderjarige] is elk jaar drie weken bij de moeder en drie weken bij de
vader. De ouders zijn het hierover eens.
In de even jaren is [de minderjarige] de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij
de moeder en in de oneven jaren andersom. Dit sluit aan bij de verdeling zoals die dit jaar
heeft plaatsgevonden.
Het wisselmoment zal zijn gedurende het middelste weekend van de zomervakantie op de zaterdag om 18:30 uur, waarbij de ouder bij wie [de minderjarige] heeft verbleven, [de minderjarige] naar de andere ouder brengt;
* herfstvakantie: [de minderjarige] is in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder.
De vakantie start op vrijdagmiddag uit school en eindt de zondag de week daarop om 18:30 uur, net zoals bij de reguliere zorgregeling, waarbij de ouder bij wie [de minderjarige] heeft verbleven, [de minderjarige] naar de andere ouder brengt;
* kerstvakantie: [de minderjarige] is in de even jaren in de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder en in de oneven jaren andersom.
De ouder waar [de minderjarige] de eerste week was, brengt [de minderjarige] op zaterdag om 18:30 uur naar de andere ouder;
* voorjaarsvakantie: [de minderjarige] is in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder.
De vakantie start op vrijdagmiddag uit school en eindt de zondag de week daarop om 18:30 uur, waarbij de ouder bij wie [de minderjarige] heeft verbleven, [de minderjarige] naar de andere ouder brengt;
* meivakantie: [de minderjarige] is elk jaar in de gehele meivakantie bij de vader.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat de moeder al veel tijd met [de minderjarige] heeft en
het wisselmoment in de reguliere zorgregeling is verplaatst van maandagochtend voor school naar zondagavond na het eten. De rechtbank acht het daarom redelijk dat [de minderjarige] in de gehele meivakantie elk jaar bij haar vader is.
De vakantie start op vrijdagmiddag uit school en eindigt op de laatste zondag van de meivakantie om 18:30 uur, waarbij de vader [de minderjarige] naar de moeder brengt;
* Hemelvaart, Pasen, Pinksteren, Koningsdag, Bevrijdingsdag en lesvrije dagen:
[de minderjarige] verblijft op deze dagen bij de ouder bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling is. Als de 2e Paasdag, 2e Pinksterdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag of lesvrije dag op een maandag valt aansluitend aan een weekend dat [de minderjarige] volgens de reguliere zorgregeling bij de vader verblijft, dan wordt het weekend bij de vader verlengd tot maandag 18.30 uur. [de minderjarige] wordt dan op maandag om 18:30 uur door de moeder opgehaald bij de vader;
* in een lesvrije week verblijft [de minderjarige] bij de vader.
Als de lesvrije week aansluit op het omgangsweekend van de vader, dan is [de minderjarige] aansluitend aan het weekend tot vrijdag 18:30 uur bij de vader.
Als de lesvrije week aansluit op het weekend van de moeder, dan brengt de moeder [de minderjarige] op zondag om 18:30 uur bij de vader en brengt de vader [de minderjarige] de zondag een week later om 18:30 uur terug bij de moeder.
Aanvullende verzoeken van de vader
7.7
De vader heeft verzocht om een zogenaamde ‘prioriteitenregeling’ vast te stellen, waarbij de vader de eerst aangewezen persoon is om voor [de minderjarige] te zorgen als zij bijvoorbeeld vanwege ziekte niet naar school kan.
De rechtbank zal dit verzoek afwijzen, omdat dit het risico op onnodige discussies en spanningen tussen partijen verhoogt. Daarbij acht de rechtbank dit praktisch moeilijk uitvoerbaar, mede gelet op de reistijd tussen de ouders. waardoor er te veel onrust en onduidelijkheid ontstaat voor [de minderjarige] .
7.8
Het verzoek van de vader om wat betreft de reguliere zorgregeling elk jaar door een ouder te laten bepalen of hij/zij het jaar daarop in de even of oneven weken weekenden omgang wil met [de minderjarige] , zal de rechtbank om dezelfde reden afwijzen.

8.De beslissing

De rechtbank:
8.1
wijzigt de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 augustus 2023, in zoverre dat ten aanzien van de minderjarige
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,vanaf heden de volgende zorgregeling geldt:
* [de minderjarige] heeft om de week van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond na het eten 18:30 uur omgang met haar vader, waarbij de vader, zolang hij geen baan heeft, [de minderjarige] haalt
en brengt;
* vanaf het moment dat de vader een baan heeft, haalt hij [de minderjarige] op vrijdagmiddag op uit school en haalt de moeder [de minderjarige] op bij de vader op zondag na het eten om 18:30 uur.
8.2
stelt ten aanzien van de vakanties, feestdagen en overige vrije dagen het volgende vast;
* zomervakantie: [de minderjarige] is elk jaar drie weken bij de moeder en drie weken bij de
vader. In de even jaren is [de minderjarige] de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij
de moeder en in de oneven jaren andersom. Het wisselmoment zal zijn gedurende het middelste weekend van de zomervakantie op de zaterdag om 18:30 uur, waarbij de ouder bij wie [de minderjarige] heeft verbleven, [de minderjarige] naar de andere ouder brengt;
* herfstvakantie: [de minderjarige] is in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder.
De vakantie start op vrijdagmiddag uit school en eindt de zondag de week daarop om 18:30 uur, waarbij de ouder bij wie [de minderjarige] heeft verbleven, [de minderjarige] naar de andere ouder brengt;
* kerstvakantie: [de minderjarige] is in de even jaren in de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder en in de oneven jaren andersom.
De ouder waar [de minderjarige] de eerste week was, brengt [de minderjarige] op zaterdag om 18:30 uur naar de andere ouder;
* voorjaarsvakantie: [de minderjarige] is in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder.
De vakantie start op vrijdagmiddag uit school en eindt de zondag de week daarop om 18:30 uur, waarbij de ouder bij wie [de minderjarige] heeft verbleven, [de minderjarige] naar de andere ouder brengt;
* meivakantie: [de minderjarige] is elk jaar in de gehele meivakantie bij de vader.
De vakantie start op vrijdagmiddag uit school en eindigt op de laatste zondag van de meivakantie om 18:30 uur, waarbij de vader [de minderjarige] naar de moeder brengt;
* Hemelvaart, Pasen, Pinksteren, Koningsdag, Bevrijdingsdag en lesvrije dagen:
[de minderjarige] verblijft op deze dagen bij de ouder bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling is. Als de 2e Paasdag, 2e Pinksterdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag of lesvrije dag op een maandag valt aansluitend aan een weekend dat [de minderjarige] volgens de reguliere zorgregeling bij de vader verblijft, dan wordt het weekend bij de vader verlengd tot maandag 18.30 uur. [de minderjarige] wordt dan op maandag om 18:30 uur door de moeder opgehaald bij de vader;
* in een lesvrije week verblijft [de minderjarige] bij de vader.
Als de lesvrije week aansluit op het omgangsweekend van de vader, dan is [de minderjarige] aansluitend aan het weekend tot vrijdag 18:30 uur bij de vader.
Als de lesvrije week aansluit op het weekend van de moeder, dan brengt de moeder [de minderjarige] op zondag om 18:30 uur bij de vader en brengt de vader [de minderjarige] de zondag een week later om 18:30 uur terug bij de moeder;
8.3
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
8.4
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van S. Rebel als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.