ECLI:NL:RBNHO:2025:13265

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
11769919
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M.A.J. Berkersen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding

In deze zaak heeft Dnata B.V. een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de verwerende partij, [verweerder], vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Het verzoek is op 27 juni 2025 ingediend en de verwerende partij heeft op 4 augustus 2025 een verweerschrift ingediend. Tijdens de mondelinge behandeling op 31 oktober 2025 zijn pleitaantekeningen overgelegd door de gemachtigden van beide partijen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, en dat deze verstoring zodanig is dat van Dnata niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Er is geen opzegverbod van toepassing en de kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond voor ontbinding is. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 april 2026, en Dnata wordt veroordeeld tot betaling van een beëindigingsvergoeding van € 75.000,00 bruto aan [verweerder]. De proceskosten worden door beide partijen zelf gedragen. De beschikking is gegeven door mr. M.A.J. Berkersen op 7 november 2025 en is in het openbaar uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknr.: 11769919 \ AO VERZ 25-81
Uitspraakdatum: 7 november 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
Dnata B.V.
gevestigd te Schiphol
verzoekende partij
verder te noemen: Dnata
gemachtigde: mr. H. Senyuva
tegen
[verweerder]
wonende te [plaats]
verwerende partij
verder te noemen: [verweerder]
gemachtigde: mr. T.J. Roest Crollius
De zaak in het kort
Pro forma beschikking wegens een verstoorde arbeidsverhouding.

1.De procedure

1.1.
Dnata heeft een verzoek ingediend om de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden, welk verzoek is ontvangen op 27 juni 2025. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend op 4 augustus 2025.
1.2.
Op 31 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan aantekeningen zijn gemaakt door de griffier. De gemachtigden van partijen hebben ook pleitaantekeningen overgelegd.

2.De beoordeling

2.1.
Het uitgangspunt bij de beoordeling van het verzoek van Dnata is dat de werkgever op grond van het bepaalde in artikel 7:671b BW de kantonrechter kan verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een redelijke grond als vermeld in lid 1 van dat artikel. De kantonrechter dient die redelijke grond te onderzoeken op grond van artikel 7:671b lid 2 BW. De kantonrechter heeft geconstateerd dat partijen het eens zijn dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, dat de verstoring zodanig is dat van Dnata in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te laten voortduren, dat geen van de partijen hiervan een verwijt treft en dat er geen herplaatsing van [verweerder] in een andere passende functie binnen een redelijke termijn mogelijk is.
2.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 7:671b lid 2 BW is voorts onderzocht of een opzegverbod ingevolge art 7:670 BW of enig ander opzegverbod geldt. Dat is niet het geval.
2.3.
Op grond van hetgeen over en weer is aangevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van een redelijke grond voor opzegging, en daarmee voor ontbinding, van de arbeidsovereenkomst van partijen. Het verzoek wordt daarom ingewilligd.
2.4.
Omdat het verzoek tot ontbinding wordt ingewilligd, moet het einde van de arbeidsovereenkomst worden bepaald. Er is geen wettelijk bezwaar de arbeidsovereenkomst te ontbinden per de datum die partijen zijn overeengekomen, te weten 1 april 2026.
2.5.
Partijen zijn het erover eens dat [verweerder] aanspraak heeft op een beëindigingsvergoeding van € 75.000,00 bruto, waarin - zo begrijpt de kantonrechter - de wettelijke transitievergoeding is inbegrepen. Dnata zal daarom worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding.
2.6.
Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2026;
3.2.
veroordeelt Dnata om uiterlijk 1 mei 2026 aan [verweerder] een bedrag te betalen ter hoogte van € 75.000,00 bruto;
3.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.J. Berkersen op 7 november 2025 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.