Eiseres heeft haar cafetaria verkocht aan gedaagde voor €55.000, inclusief een regeling voor de overname van voorraden ter waarde van €13.359,04. Partijen spraken een betalingsregeling af waarbij gedaagde het bedrag in vijf maanden zou voldoen, maar hij stopte met betalen in mei 2024 met nog €3.487,83 openstaand.
Gedaagde is niet op de zitting verschenen en heeft zijn verweer onvoldoende toegelicht of gemotiveerd. De kantonrechter acht daarom het standpunt van eiseres juist, mede gelet op de gemaakte betalingsregeling en de reeds verrichte betalingen.
De vordering tot betaling van het openstaande bedrag wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 24 april 2025. Tevens wordt een bedrag van €473,80 aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, omdat eiseres aan de wettelijke vereisten heeft voldaan. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €829,71 en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.