7.4.stelt de volgende vakantie- en feestdagenregeling als volgt vast:
- zomervakantie: de man heeft in de even jaren de keuze en de vrouw in de oneven jaren. De ouders dienen de keuze jaarlijks in de maand februari aan elkaar bekend te maken. [de minderjarige] verblijft niet langer dan een aaneengesloten periode van twee weken bij iedere ouder;
- kerstavond en eerste kerstdag: [de minderjarige] is in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw;
- tweede paasdag of tweede pinksterdag indien [de minderjarige] het voorafgaande weekend bij de man is;
- Hemelvaartsdag en de vrijdag daarna indien [de minderjarige] het opvolgende weekend bij de man is;
- oud en nieuw: [de minderjarige] is in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw;
- herfstvakantie: [de minderjarige] is in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw;
- voorjaarsvakantie: [de minderjarige] is in de oneven jaren bij de man en in de even jaren bij de vrouw;
- meivakantie: [de minderjarige] is de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw;
- verjaardag [de minderjarige] : [de minderjarige] is in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw;
- verjaardag [de minderjarige] : in de oneven jaren zal [de minderjarige] de verjaardag bij haar man vieren en in de even jaren bij haar vrouw;
- verjaardag man: [de minderjarige] zal de avond voor de verjaardag bij de man zijn tot de volgende dag;
- verjaardag vrouw: [de minderjarige] zal de avond voor de verjaardag bij de vrouw zijn tot de volgende dag;
- Vaderdag: [de minderjarige] zal de avond voor Vaderdag bij de man zijn tot de volgende dag;
- Moederdag: [de minderjarige] zal de avond voor Moederdag bij de vrouw zijn tot de volgende dag;