ECLI:NL:RBNHO:2025:13072

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
11768301 \ CV EXPL 25-4112
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 3:61 BWArt. 159 lid 2 RvArtikel 242 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst marketingwerkzaamheden tussen IClicks en Totaaldakservice

IClicks vorderde betaling van €12.705,00 van Totaaldakservice voor uitgevoerde online marketing- en websitewerkzaamheden op basis van een overeenkomst van opdracht. Totaaldakservice betwistte primair het bestaan van de overeenkomst en subsidiair de voortzetting ervan, en voerde opschorting aan wegens vermeende tekortkomingen van IClicks.

De rechtbank oordeelde dat Totaaldakservice onvoldoende gemotiveerd haar verweren had onderbouwd, mede doordat zij niet was verschenen bij de mondelinge behandeling. De digitale ondertekening van de overeenkomst door een mogelijk onbevoegde werd bekrachtigd door het feit dat Totaaldakservice de diensten heeft afgenomen en facturen deels heeft betaald.

De rechtbank verwierp het beroep op opschorting omdat IClicks slechts een inspanningsverplichting had en voldoende werkzaamheden had verricht. De vordering tot betaling van de facturen, contractuele rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten werd toegewezen, met matiging van de incassokosten tot het wettelijke tarief.

Uitkomst: Totaaldakservice wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, rente, incassokosten en proceskosten aan IClicks.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11768301 \ CV EXPL 25-4112
Vonnis van 5 november 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap IClicks Nederland B.V.
te Lelystad
eisende partij
hierna te noemen: IClicks
gemachtigde: mr. I.C. van der Wiel
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam
[bedrijf]
te [plaats]
gedaagde partij
hierna te noemen: [bedrijf]
procederend in persoon
De zaak in het kort
IClicks heeft betaling van een aantal facturen gevorderd van [bedrijf]. Zij stelt dat zij zijn overeengekomen dat IClicks werkzaamheden aan de website van [bedrijf] en marketingwerkzaamheden zou uitvoeren, tegen een vast maandbedrag. [bedrijf] betwist primair dat er een overeenkomst tot stand is gekomen. Subsidiair stelt zij dat de overeenkomst al is geëindigd en doet zij een beroep op opschorting. Omdat IClicks de verweren van [bedrijf] gemotiveerd heeft weersproken en [bedrijf] niet is verschenen op de mondelinge behandeling, waardoor daarop niet is gereageerd, slagen deze verweren niet. De vordering van [bedrijf] wordt (grotendeels) toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het verweerschrift;
- het tussenvonnis van 23 juli 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 13 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Aan de kant van [bedrijf] is niemand verschenen op de mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
IClicks is een online marketingbureau.
2.2.
[bedrijf] is een dakdekkers- en reparatiebedrijf.

3.Het geschil

3.1.
IClicks vordert - samengevat - veroordeling van [bedrijf] tot betaling van € 12.705,00, vermeerderd met contractuele rente en kosten.
3.2.
IClicks legt aan de vordering ten grondslag dat zij op 1 april 2024 een overeenkomst van opdracht met [bedrijf] heeft gesloten (hierna: de overeenkomst). Daarin hebben partijen afgesproken dat IClicks online marketingwerkzaamheden en werkzaamheden ter optimalisatie van de website van [bedrijf] zou verrichten, tegen een bedrag van
€ 1.815,00 per maand. [bedrijf] heeft de facturen van augustus 2024 tot en met februari 2025 niet betaald. IClicks vordert nakoming van de overeenkomst door betaling van deze facturen.
3.3.
[bedrijf] voert verweer. [bedrijf] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van IClicks, met veroordeling van IClicks in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Omdat [bedrijf] niet is verschenen op de mondelinge behandeling, heeft zij zichzelf de mogelijkheid ontnomen om haar verweren nader toe te kunnen lichten of op de stellingen en producties van IClicks in te gaan, dan wel om vragen van de kantonrechter te beantwoorden. Dit betekent dat de stellingen en omstandigheden die IClicks heeft aangevoerd, bij de beoordeling als vaststaand zullen worden aangenomen, behalve voor zover [bedrijf] die al bij de conclusie van antwoord heeft betwist.
4.2.
[bedrijf] betwist bij antwoord ten eerste dat er een overeenkomst tot stand is gekomen. Zij voert aan dat de samenwerking met IClicks is aangegaan door [betrokkene 1], die weliswaar betrokken was bij haar onderneming, maar niet bevoegd was om namens haar te contracteren. [bedrijf] heeft de overeenkomst ook niet zelf ondertekend.
4.3.
IClicks heeft daar tegenin gebracht dat zij de overeenkomst digitaal aan [bedrijf] heeft aangeboden. De overeenkomst kon digitaal worden getekend, hetgeen met een vinger of muis op een scherm kan gebeuren. De ondertekening heeft op afstand plaatsgevonden. Daarom kan zij niet uit eigen wetenschap verklaren dat het document daadwerkelijk door [bedrijf] zelf is getekend. Voor zover de overeenkomst echter is getekend door iemand die niet bevoegd was, heeft [bedrijf] de overeenkomst bekrachtigd door de dienstverlening af te nemen en ook enkele facturen te betalen, aldus IClicks.
4.4.
Omdat [bedrijf] de juistheid van de ondertekening op de digitale overeenkomst betwist, kan dit document geen dwingend bewijs opleveren totdat bewezen is van wie de ondertekening afkomstig is. [1] Daarom staat in beginsel niet vast dat [bedrijf] de overeenkomst heeft getekend en dat daarmee een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. [bedrijf] kan echter ook aan de overeenkomst gebonden zijn als IClicks onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat Hoed een volmacht had om de overeenkomst namens [bedrijf] te tekenen. [2]
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft IClicks voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat zij redelijkerwijze mocht aannemen dat Hoed een volmacht had om de overeenkomst namens [bedrijf] te tekenen. Zij heeft immers toegelicht dat [bedrijf] de dienstverlening zonder nader protest heeft afgenomen, er daarbij meermaals overleg is geweest en er ook (enkele) facturen zijn betaald. Daarmee heeft [bedrijf] in ieder geval de schijn gewekt dat Hoed bevoegd was om namens haar te tekenen. Dit betekent dat dit verweer van [bedrijf] niet slaagt.
4.6.
Subsidiair betwist [bedrijf] dat de overeenkomst doorliep tot en met februari 2025. Zij voert aan dat er slechts een looptijd van zes maanden is afgesproken.
4.7.
Dit verweer slaagt evenmin. Weliswaar is aanvankelijk een looptijd van zes maanden overeengekomen, maar daarnaast blijkt uit de overgelegde overeenkomst en de stellingen van IClicks dat ook is afgesproken dat de overeenkomst na afloop van deze periode automatisch over zou gaan in een doorlopende overeenkomst met een opzegtermijn van drie maanden. [bedrijf] heeft niet gesteld dat zij de overeenkomst heeft opgezegd. Daarom kan niet worden geoordeeld dat de overeenkomst na zes maanden is geëindigd. Voor zover zij heeft beoogd te stellen dat deze opzegging zou volgen uit de
e-mailcorrespondentie met websitebouwer [betrokkene 2] op 18 februari 2025, die zij op een later moment aan IClicks heeft toegezonden, kan dit betoog ook niet slagen. Het gaat hier immers slechts om interne correspondentie tussen [bedrijf] en een derde. Deze correspondentie kan daarom zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet worden beschouwd als een opzegging tegenover IClicks.
4.8.
Ten slotte begrijpt de kantonrechter dat [bedrijf] een beroep doet op opschorting omdat IClicks tekort is geschoten in de uitvoering van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Zij stelt dat de samenwerking met IClicks nooit tot concrete resultaten heeft geleid, er geen waardevolle ‘leads’ zijn gegenereerd en er geen tastbare voordelen zijn behaald. In het laatste half jaar zijn er geen enkele werkzaamheden meer uitgevoerd door IClicks.
4.9.
IClicks betwist dit. Zij heeft aangevoerd dat zij als opdrachtnemer alleen een inspanningsverplichting heeft om het project naar beste inzicht en vermogen uit te voeren, hetgeen ook is afgesproken in de toepasselijke algemene voorwaarden. Op de mondelinge behandeling heeft zij weersproken dat er geen resultaten zijn behaald. Daarbij zijn de werkzaamheden gewoon doorgelopen.
4.10.
Het verweer van [bedrijf] slaagt niet. Vanwege de gemotiveerde betwisting door IClicks heeft zij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er op grond van de overeenkomst een resultaatsverplichting op IClicks rustte en dat IClicks in de nakoming daarvan tekort is geschoten.
4.11.
Al met al betekent dit dat [bedrijf] haar verplichtingen uit de overeenkomst moet nakomen door de facturen te betalen. Daarom zal de door IClicks gevorderde hoofdsom worden toegewezen. De gevorderde contractuele rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd betwist eveneens toewijsbaar.
4.12.
IClicks vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [bedrijf] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. Daarom zal de vordering worden getoetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. In het onderhavige geval acht de kantonrechter termen aanwezig om de vergoeding op grond van het bepaalde in artikel 242 Rv Pro te matigen, en wel omdat niet gesteld of gebleken is dat de werkelijke kosten van de eisende partij hoger zijn dan het toepasselijke tarief van Rapport Voor-werk II of het Besluit. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal dan ook gematigd worden toegewezen, en wel tot de wettelijke staffel, die in zijn algemeenheid redelijk wordt geacht. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag is als onvoldoende gemotiveerd betwist toewijsbaar.
4.13.
[bedrijf] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van IClicks worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
123,73
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.531,73
4.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [bedrijf] om aan IClicks te betalen een bedrag van € 12.705,00, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1% per maand over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [bedrijf] om aan IClicks te betalen een bedrag van € 902,05 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 20 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten van € 2.531,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bedrijf] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [bedrijf] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.

Voetnoten

1.Artikel 159 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
2.Artikel 3:61 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).