ECLI:NL:RBNHO:2025:13019

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
C/15/370388 / JU RK 25-1399
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige in vrijwillig kader

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 23 oktober 2025 een beschikking gegeven over een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, hierna te noemen [de minderjarige]. De kinderrechter heeft vastgesteld dat er ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] ernstig belemmeren. De ouders van [de minderjarige] zijn met elkaar gehuwd en hebben het ouderlijk gezag. De kinderrechter heeft eerder al een spoedmachtiging verleend voor de uit huis plaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, welke is bekrachtigd en verlengd tot 31 oktober 2025. De gecertificeerde instelling, Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers, heeft verzocht om een verlenging van de machtiging voor de duur van drie maanden, omdat [de minderjarige] bekend is met wegloopgedrag en in gevaarlijke situaties terechtkomt wanneer zij niet onder toezicht staat. Tijdens de zitting heeft [de minderjarige] aangegeven dat zij spijt heeft van haar gedrag en dat zij gemotiveerd is om hulp te ontvangen. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat de gesloten machtiging noodzakelijk is gezien de risicofactoren en de benodigde intensieve hulpverlening. De kinderrechter heeft de GI gemachtigd om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden, met ingang van 31 oktober 2025 tot 31 januari 2026.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/370388 / JU RK 25-1399
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,namens het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Alkmaar,
hierna te noemen: de GI,
wonende in Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. M.R. Ploeger uit Schagen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van 6 oktober 2025, ontvangen op dezelfde datum;
  • de instemmingsverklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper, ontvangen op 6 oktober 2025;
  • het gewijzigde verzoekschrift met aanvullende informatie, ontvangen op 17 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025 bij [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , locatie [locatie] te [plaats] (hierna te noemen: [locatie] ). Daarbij waren aanwezig:
  • [de minderjarige] met haar advocaat;
  • de moeder;
  • de vader;
  • [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI;
  • [vertegenwoordiger van de gemeente] , namens het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente [gemeente] (hierna te noemen: de gemeente);
  • [gedragswetenschapper] , gedragswetenschapper bij [locatie] .
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover – in het bijzijn van haar advocaat – een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
2.2.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij [locatie] .
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2025 een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, welke bij beschikking van 10 juli 2025 is bekrachtigd en verleend tot 31 oktober 2025.
2.5.
De ouders stemmen in met het verblijf van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
3.2.
De GI heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] is langere tijd bekend met wegloopgedrag en ook bij [locatie] heeft zij al meerdere pogingen gedaan om weg te lopen. Wanneer [de minderjarige] wegloopt brengt zij zichzelf in gevaarlijke situaties. Zij is bekend met middelengebruik wanneer ze niet onder toezicht is. Bij [de minderjarige] is sprake van trauma’s, verstoorde emotieregulatie en dysfunctionele coping.
3.3.
De gesloten setting waar [de minderjarige] nu verblijft heeft een positieve invloed op [de minderjarige] . Zij krijgt hier de begeleiding en nabijheid die zij nodig heeft. Op basis van de incidenten die de afgelopen drie maanden hebben plaatsgevonden, zijn de professionals van [locatie] , de ouders, de tante en de gemeente van mening dat de gesloten plaatsing nog de juiste plek is voor [de minderjarige] om verder te kunnen werken naar een open setting. Daarnaast kunnen de ouders en de broer samen met [de minderjarige] gaan werken aan de doelen die gesteld zijn voor systeemtherapie en kan gestart worden met traumatherapie voor [de minderjarige] .

4.De standpunten

4.1.
[de minderjarige] heeft verteld dat weet dat het verkeerd was dat zij een begeleider fysiek heeft aangevallen en dat zij in het ziekenhuis is beland vanwege drugsgebruik. Zij weet niet precies wat er met haar gebeurde waardoor het zo mis is gegaan. [de minderjarige] heeft er spijt van en snapt dat het echt anders moet, wil zij er op de lange termijn goed uitkomen.
4.2.
De advocaat heeft namens [de minderjarige] naar voren gebracht dat [de minderjarige] achter het verzoek staat. Alle neuzen staan dezelfde kant op. [de minderjarige] wil zo snel mogelijk naar huis en wil daarvoor doen wat nodig is.
4.3.
De ouders hebben ingestemd met het verzoek. De moeder is blij dat [de minderjarige] redelijk veilig is bij [locatie] en dat er nu echt iets gebeurt. Zij hoopt dat [de minderjarige] hulp krijgt met het omgaan met haar emoties. De vader mist [de minderjarige] en wil graag dat zij naar huis komt. Hij wil alles doen wat daarvoor nodig is. De vader denkt dat een ITB-week (Intensieve Traumabehandeling) voor [de minderjarige] goed kan werken.
4.4.
De gedragswetenschapper van [locatie] heeft naar voren gebracht dat [de minderjarige] oprecht spijt heeft van wat er is gebeurd, en dat zij weet dat het anders moet. Er is systeemtherapie ingezet, dat is nog pril. De individuele traumatherapie voor [de minderjarige] kan begin november starten. Er wordt gekeken naar de mogelijkheid om deze therapie intensief in te zetten in de vorm van een ITB-week. Dat houdt in dat er een week lang heel intensief een combinatie van EMDR- en exposuretherapie wordt ingezet. Dit zal dan afgestemd moeten worden met [de minderjarige] , de ouders en de hulpverlening. Wat betreft het perspectief van [de minderjarige] , lopen er twee lijnen. De hoofdlijn is dat er wordt gewerkt aan thuisplaatsing. [de minderjarige] zal dan na drie maanden naar de open groep van [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] gaan, waar wordt toegewerkt naar de thuisplaatsing in combinatie met systemische therapie. Daarnaast [de minderjarige] wordt aangemeld voor kleinschalige gezinshuizen, mocht de thuisplaatsing niet slagen. Gelet op de gebleken risico’s, de noodzaak van het opnieuw stabiliseren en zorgen voor veiligheid van [de minderjarige] , is de verlenging van drie maanden bij [locatie] nodig.
4.5.
De gemeente heeft naar voren gebracht dat er een plan van aanpak is gemaakt voor [de minderjarige] . Recent is de systeemtherapie ingezet en de EMDR therapie is nog niet gestart. In verband met de risico’s en de veiligheid van [de minderjarige] , is het van belang dat hier vanuit de geslotenheid aan gewerkt kan worden.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.2.
De kinderrechter overweegt dat er nog steeds veel zorgen zijn over de ontwikkeling van [de minderjarige] . Zij is een erg jong meisje dat keer op keer de verkeerde keuzes lijkt te maken, waardoor zij zichzelf en anderen in onveiligheid brengt. [de minderjarige] heeft traumagerelateerde klachten waarvoor zij lijkt te willen vluchten door middel van dysfunctionele coping mechanismen zoals weglopen en middelengebruik. Ook heeft zij moeite met het accepteren van gezag en zij kan brutaal en agressief zijn wanneer zij gezag voelt van haar begeleiders. Zeer recent was [de minderjarige] betrokken bij een ingrijpend incident op [locatie] , waarbij zij een begeleider heeft geslagen. De dag daarop heeft [de minderjarige] , mogelijk vanwege de spanning die zij voelde van de dag daarvoor, XTC en ketamine genomen. Zij is toen met spoed naar het ziekenhuis gebracht waar zij een nacht moest blijven. [de minderjarige] heeft verantwoordelijkheid genomen voor haar handelen en de kinderrechter vindt het knap hoe [de minderjarige] zich ter zitting heeft opgesteld. Wel blijft het voor zowel [de minderjarige] als de hulpverlening onduidelijk waar haar gedrag op dat moment precies vandaan kwam.
5.3.
Op [locatie] is dramatherapie ingezet en [de minderjarige] heeft een goede band opgebouwd met haar begeleider. Ook is recent gestart systeemtherapie. Binnenkort zal traumatherapie starten voor [de minderjarige] , mogelijk in de vorm van een intensieve ITB-week. Zowel [de minderjarige] als de ouders hebben aangegeven gemotiveerd te zijn voor de hulpverlening en er alles aan te willen doen om te zorgen dat het goed gaat met [de minderjarige] .
5.4.
Gezien de risicofactoren, de veiligheid van [de minderjarige] en de nodige (intensieve) hulpverlening die nog moet starten is de kinderrechter van oordeel dat de gesloten machtiging noodzakelijk is. [locatie] heeft al een vervolgplek op het oog waar middels systemische therapie gewerkt kan worden aan de thuisplaatsing van [de minderjarige] . De kinderrechter machtigt de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 31 oktober 2025 tot 31 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 7 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).