Eiser heeft een hobbykas gerealiseerd waarvoor de omgevingsvergunning van rechtswege is verleend, maar het college heeft deze vergunning herroepen en geweigerd na bezwaar van een buurman. De rechtbank oordeelt dat de hobbykas vergunningplichtig is en dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vergunning is geweigerd.
De kern van het geschil betreft de vraag of de woning op het perceel het oorspronkelijk hoofdgebouw is, wat bepalend is voor de vergunningvrije bouwmogelijkheden. De rechtbank stelt vast dat het hoofdgebouw uit 1922 als oorspronkelijk hoofdgebouw moet worden beschouwd, waardoor de hobbykas niet vergunningvrij kan worden gerealiseerd.
Het college heeft geweigerd vanwege strijd met het bestemmingsplan en het belang van het behoud van groene kamers, maar heeft onvoldoende concreet gemotiveerd waarom juist deze hobbykas een verstorend beeld geeft. De rechtbank concludeert dat het college het gelijkheidsbeginsel niet heeft geschonden.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.