In deze zaak hebben de passagiers, verzoekers in het geding, een vervoersovereenkomst gesloten met de vervoerder EasyJet Europe Airline GmbH voor een vlucht van Kopenhagen naar Amsterdam op 13 juli 2023. De vlucht is echter met meer dan drie uur vertraagd, waardoor de passagiers compensatie hebben verzocht. De vervoerder heeft geweigerd deze compensatie uit te betalen, wat heeft geleid tot het verzoek van de passagiers om de vervoerder te veroordelen tot betaling van € 500,00, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. De rechter heeft geoordeeld dat de vervoerder in beginsel verplicht is om te compenseren bij een vertraging van meer dan drie uur, tenzij de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft aangevoerd dat de vertraging het gevolg was van besluiten van de luchtverkeersleiding en dat deze omstandigheden niet te vermijden waren. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de vervoerder voldoende heeft aangetoond dat de vertraging niet inherent was aan de bedrijfsvoering en dat de instructies van de luchtverkeersleiding opgevolgd moesten worden.
Uiteindelijk heeft de kantonrechter het verzoek van de passagiers afgewezen, omdat de vervoerder alle redelijke maatregelen had genomen om de vertraging te voorkomen. De proceskosten zijn toegewezen aan de passagiers, die ongelijk hebben gekregen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en er staat geen hoger beroep open tegen deze beslissing.