De rechtbank Noord-Holland heeft op 7 november 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die ervan werd verdacht de verboden motorclubs Saudarah en Satudarah voort te zetten door het dragen van een Singa 19 hesje tijdens het motorrijden in een groep. De organisaties Saudarah en Satudarah zijn bij onherroepelijke uitspraak van de Hoge Raad op 13 november 2020 verboden verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het dragen van het hesje, dat qua logo, kleur en vormgeving sterk overeenkomt met de verboden clubs, een gedraging is die ten dienste staat aan het voortbestaan van deze organisaties. De verdachte droeg het hesje opzettelijk en handelde in nauwe samenwerking met medeverdachten, waarmee medeplegen werd vastgesteld.
De verdediging voerde aan dat het niet bewezen kon worden dat het hesje een voortzetting van de verboden clubs was en dat eerdere vergelijkbare zaken tot vrijspraak hadden geleid. De rechtbank verwierp deze verweren en achtte het bewijs wettig en overtuigend.
De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 40 uur op, waarbij de taakstraf werd verlaagd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het Singa 19 hesje werd verbeurd verklaard, met een dwangsom van €100 bij niet-uitlevering.
De uitspraak benadrukt het belang van een ruime interpretatie van het begrip voortzetting van de werkzaamheid van verboden organisaties en bevestigt dat het zichtbaar dragen van herkenbare symbolen in het openbaar strafbaar is.