Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Noord-Holland
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor een woningverbouwing waarbij een aannemer betaling vorderde van het onbetaald gebleven deel van zijn eindfactuur. De totale aanneemsom was € 87.465,00 inclusief btw, met een stelpost van € 3.025,- voor elektrawerk. De eindfactuur bedroeg € 19.825,94, waarvan € 17.000,00 was betaald.
Gedaagden stelden zich op het standpunt dat de specificatie van het elektrameerwerk onvoldoende inzichtelijk was gemaakt, mede omdat de elektricien fouten had gemaakt en onduidelijk was of herstelkosten waren inbegrepen. Zij schortten betaling van € 2.825,94 op en verwezen naar artikel 6:262 BW Pro.
De kantonrechter oordeelde dat de aannemer niet voldeed aan zijn verplichting om inzicht te geven in het meerwerk en het gefactureerde bedrag onvoldoende specificeerde. Ondanks verzoeken gaf de aannemer geen nadere specificatie, en verwees hij naar een nota van de elektricien die niet in het geding was gebracht. Hierdoor slaagde het opschortingsverweer van de gedaagden en werd de vordering afgewezen.
De overige verweren van gedaagden werden niet behandeld. De aannemer werd veroordeeld in de proceskosten van € 517,00 en tot betaling van wettelijke rente over deze kosten. Het vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en uitgesproken op 29 oktober 2025.
Uitkomst: De vordering van de aannemer wordt afgewezen wegens geslaagd opschortingsverweer van gedaagden.