ECLI:NL:RBNHO:2025:12775

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 oktober 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
C/15/370442 / KG ZA 25-641
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot afgifte van huisdieren in kort geding na ontruiming woning

In een kort geding dat op 13 oktober 2025 plaatsvond bij de Rechtbank Noord-Holland, heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in de zaak tussen [eiser], verblijvende in de PI te Lelystad, en [gedaagde], verblijvende te [plaats 1]. De eiser, vertegenwoordigd door advocaat mr. R.A. Bos, vorderde de afgifte van huisdieren die door de gedaagde, vertegenwoordigd door advocaat mr. O. Saaliti, niet waren achtergelaten na de ontruiming van de woning. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de gedaagde eerder was veroordeeld om de woning te ontruimen en de huisdieren niet mee te nemen. Ondanks de ontruiming heeft de gedaagde de huisdieren meegenomen, wat aanleiding gaf tot de vordering van de eiser. De voorzieningenrechter oordeelde dat de eiser een spoedeisend belang had bij de afgifte van de huisdieren, aangezien hij binnenkort uit detentie zou komen en gehecht was aan de dieren. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van de eiser toegewezen, inclusief een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor het geval de gedaagde niet aan de uitspraak voldoet, met een maximum van € 20.000,00. Tevens is de gedaagde veroordeeld in de proceskosten van € 1.375,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/370442 / KG ZA 25-641
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 13 oktober 2025
in de zaak van
[eiser],
verblijvende in de PI te Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. R.A. Bos,
tegen
[gedaagde],
verblijvende te [plaats 1],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. O. Saaliti
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Haarlem.
De zaak wordt behandeld door mr. P.M. Wamsteker, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A. de Bert als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser], bijgestaan door mr. Bos voornoemd
- [gedaagde], bijgestaan door mr. Saaliti voornoemd
- E. Touray Sonko, tolk Spaans.
Partijen voeren het woord en reageren over en weer op elkaars standpunten. Vervolgens is de zitting korte tijd geschorst om partijen de gelegenheid te bieden in overleg te treden over een minnelijke regeling. Partijen bereiken geen overeenstemming.
Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter het volgende mondeling vonnis gewezen.

1.De beoordeling

1.1.
Bij vonnis in kort geding van 30 juni 2025 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank is [gedaagde] veroordeeld de woning aan de [adres] in [plaats 2] te ontruimen en heeft de voorzieningenrechter haar verboden om de huisdieren, zoals omschreven in randnummer 2.4 van de dagvaarding in die zaak (hond Luna en een naaktkat, hierna: de huisdieren) mee te nemen wanneer zij de woning ontruimt. Dit vonnis is onherroepelijk.
Inmiddels heeft [gedaagde] de woning ontruimd. Evenwel heeft zij de huisdieren niet in de woning achtergelaten.
1.2.
Omdat [gedaagde] de woning inmiddels heeft ontruimd heeft [eiser] het in het petitum van de dagvaarding onder 3 gevorderde ingetrokken. Daarover hoeft de voorzieningenrechter dus geen beslissing meer te nemen.
1.3.
[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot afgifte van de huisdieren binnen 24 uur, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn na dit vonnis danwel na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] niet aan dit vonnis voldoet. Ook vordert [eiser] [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
Spoedeisend belang
1.4.
Het spoedeisend belang volgt voldoende uit de in de dagvaarding geschetste en ter zitting nader toegelichte omstandigheden en uit het feit dat [gedaagde] het kortgedingvonnis van 30 juni 2025 niet nakomt.
De vorderingen
1.5.
Voorop staat dat het vonnis van 30 juni 2025 niet alleen uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, maar inmiddels ook onherroepelijk is. [gedaagde], die niet in hoger beroep is gegaan van dit vonnis en ook (nog) geen bodemprocedure is gestart, is daarom in beginsel gehouden dit vonnis na te komen. Voor een nadere toetsing van de materiële rechtsverhouding is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Uitgangspunt is dus dat de huisdieren op grond van het vonnis van 30 juni 2025 toekomen aan [eiser].
1.6.
Hetgeen [gedaagde] verzoekt komt in feite neer op schorsing van de executie van het vonnis van 30 juni 2025. Uitgangspunt is dat de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een onherroepelijk vonnis alleen dan kan schorsen, als hij van oordeel is dat de executant – mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad – geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. Deze maatstaf zal de voorzieningenrechter naar analogie toepassen op de vraag of de vorderingen van [eiser] toewijsbaar zijn.
1.7.
Dat [eiser] – afgewogen tegen de belangen van [gedaagde] – geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij afgifte van de huisdieren is niet aannemelijk geworden. Integendeel; [eiser] heeft gesteld dat hij graag de huisdieren weer bij zich heeft nu hij (vooralsnog: overdag) uit detentie komt en dat hij erg gehecht is aan de huisdieren. Dat [gedaagde] ook gehecht is aan de huisdieren en ook voor de huisdieren heeft gezorgd, maakt niet dat [eiser] geen rechtens te respecteren belang heeft bij afgifte van de huisdieren conform het vonnis van 30 juni 2025.
1.8.
Ook is niet aannemelijk geworden dat het vonnis van 30 juni 2025 klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust. [gedaagde] heeft weliswaar – in dit kort geding voor het eerst – gesteld dat zij de huisdieren van [eiser] heeft gekregen, maar dit is niet aannemelijk geworden. Onbegrijpelijk is in de eerste plaats waarom [gedaagde] dit niet in de eerdere kortgedingprocedure, waarin zij, met een advocaat, was verschenen, naar voren heeft gebracht. [gedaagde] heeft bovendien ook niet concreet onderbouwd wanneer en hoe [eiser] de huisdieren aan haar heeft geschonken. [eiser] heeft daartegenover gemotiveerd uiteengezet dat de huisdieren altijd van hem zijn geweest. Zo heeft [eiser] – onbetwist – verklaard dat hij de huisdieren heeft gekocht en dat de dierenpaspoorten op zijn naam staan. Dat [gedaagde] voor de huisdieren heeft gezorgd brengt nog niet mee dat de huisdieren haar eigendom zijn geworden of dat [eiser] ze aan haar heeft geschonken. [eiser] heeft in dit verband aangevoerd dat ook zijn moeder tijdens zijn detentie voor de huisdieren zorgde. Dit valt niet te rijmen met een eventuele schenking van de huisdieren aan [gedaagde]. Dat [eiser] de huisdieren niet eerder heeft opgeëist is, gelet op zijn detentie, ook niet onbegrijpelijk.
1.9.
Ter zitting heeft [gedaagde] verklaard dat zij nu in [plaats 1] bij een vriendin logeert en dat de huisdieren daar zijn. Gesteld noch gebleken is dus dat [gedaagde] in de onmogelijkheid verkeert om het vonnis van 30 juni 2025 na te komen.
1.10.
Gelet op dit alles zal de voorzieningenrechter de vorderingen van [eiser] toewijzen. [eiser] vordert oplegging van een dwangsom van € 1.000,00 per dag(deel). [gedaagde] betwist dat er enige grond bestaat tot het opleggen van een dwangsom. Zij betoogt primair dat de gevorderde dwangsommen op nihil moeten worden gesteld en subsidiair verzoekt zij om matiging van de dwangsommen, omdat de gevorderde hoge dwangsommen disproportioneel zijn. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding tot matiging en zal de gevorderde dwangsom van € 1.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] niet aan dit vonnis voldoet toewijzen. Een dwangsom is een prikkel om een beslissing van de rechter na te komen. Juist omdat [gedaagde] het vonnis van 30 juni 2025 op het punt van de huisdieren niet is nagekomen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de gevorderde dwangsom toe te wijzen. Als op tijd aan de veroordeling in dit vonnis wordt voldaan, dan hoeft [gedaagde] geen dwangsommen te betalen; [gedaagde] heeft het dus zelf in de hand of zij een dwangsom zal moeten betalen. De voorzieningenrechter zal wel de dwangsom maximeren op een bedrag van € 20.000,-.
1.11.
De voorzieningenrechter zal [gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:
- griffierecht € 90,00
- salaris advocaat € 1.107,00
- nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals in de beslissing vermeld)
totaal € 1.375,00

2.De beslissing

De voorzieningenrechter
2.1.
veroordeelt [gedaagde] tot afgifte van de huisdieren, zoals omschreven in rechtsoverweging 5.2. van het vonnis in kort geding van 30 juni 2025 (zaaknummer /rolnummer: C/15/365910 /KG ZA 25-342), binnen 24 uur na betekening van dit vonnis,
2.2.
bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom zal verbeuren van € 1.000,00 voor iedere dag of dagdeel dat zij niet aan de onder 2.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 20.000,00 is bereikt,
2.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.375,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
2.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Waarvan proces-verbaal,
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.