Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1],
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
1.[gedaagde 1],2. VERZEKERINGSADVIESCENTRUM [gemeente] B.V. H.O.D.N. [bedrijf 1],
3.
[gedaagde 3],
1.[gedaagde 1],2. VERZEKERINGSADVIESCENTRUM [gemeente] B.V. H.O.D.N. [bedrijf 1],
3.[gedaagde 3],
De rechtbank oordeelt dat geen van de gedaagden een zorgplicht heeft geschonden. Gedaagden kunnen in de hoofdzaak daarom niet aansprakelijk worden gehouden voor de schade die eisers stellen te lijden. Als gevolg hiervan hoeft [gedaagde 3] [gedaagde 1] en/of [bedrijf 1] niet te vrijwaren. Ook hoeven [gedaagde 1] en/of [bedrijf 1] [gedaagde 3] niet schadeloos te stellen.
1.De procedure
2.De feiten in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak
€ 300.000,-. De taxateur heeft in zijn rapport op de vraag of hij weet van mogelijke funderingsproblemen opgenomen: ‘nee, pand is niet onderzocht wordt wel gemonitord door gemeente [gemeente]’.
4.2 Funderingsproblemen straat
Fundering
2022 een verzakking van respectievelijk 24,0 millimeter ([nummer 3] en 19,9 millimeter ([nummer 6]). Dergelijke resultaten, in combinatie met de ongelijkmatigheid, zijn een sterke indicatie voor en aanwezig funderingsprobleem.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Dat [gedaagde 1] die handelingen heeft verricht als adviseur (‘soort van makelaar’), waarop een zekere zorgplicht rust, volgt de rechtbank niet. [eisers] hebben dat namelijk - tegenover de betwisting - onvoldoende gesteld. Vast staat dat er geen (mondelinge of schriftelijke) overeenkomst van opdracht is gesloten en partijen ook nooit afspraken hebben gemaakt over ‘werkzaamheden’ die [gedaagde 1] zou gaan verrichten en de wijze waarop hieraan uitvoering gegeven zou moeten worden. Betwist is dat [gedaagde 1] zich in die periode heeft gepresenteerd als en/of in hoedanigheid van (‘een soort van’) makelaar/adviseur heeft opgetreden. Vast staat dat [gedaagde 1] op verzoek van de moeder van [betrokkene 1] aanwezig was bij de bezichtiging, zich tijdens de bezichtiging afzijdig heeft gehouden en geen advies heeft gegeven over het al dan niet uitbrengen van een bod op de woning en/of accepteren van een eventueel tegenbod. Het (op eigen initiatief) advies om een bouwkundige keuring te laten verrichten en een notaris in te schakelen voor het opstellen van de koopovereenkomst en deze handelingen vervolgens voor [eisers] te verrichten, maken [gedaagde 1] geen adviseur op wie zorgplichten rusten. Dat [gedaagde 1] achteraf voor zijn handelingen van [eisers] een (niet eerder overeengekomen) vergoeding heeft gekregen van € 2.000,-, waarvan ook de door [gedaagde 1] namens [eisers] ingeschakelde notaris, bouwkundige en taxateur betaald moesten worden, is onvoldoende voor de conclusie dat [gedaagde 1] als adviseur moet worden aangemerkt. De rechtbank volgt [gedaagde 1] dan ook in zijn betoog dat hij onverplicht partijen bij elkaar heeft gebracht en [eisers] – gelet op de taalbarrière – op eigen initiatief geholpen heeft. Dat [eisers] ervan zijn uitgegaan dat [gedaagde 1] (ook) als makelaar optrad, wat voor hen tot een vervelende situatie heeft geleid, blijft daarom (toch) voor hun risico.
afradende woning te kopen op grond van de op hem rustende (algemene en bijzondere) zorgplicht. De rechtbank licht dat toe.
[eisers] hebben de stelling van [gedaagde 3] dat hij vooraf verzocht heeft om stukken en dat die hem niet verstrekt zijn onbetwist gelaten. [gedaagde 3] was dus niet in bezit van het meetrapport. Niet is vast te stellen of [gedaagde 3] op de toen bekende funderingsproblemen en de aanwezigheid van meetbouten is gewezen. Naar het oordeel van de rechtbank kan in dit geval in het midden blijven of dat het geval is. [gedaagde 3] heeft namelijk ter zitting verklaard dat hij ermee bekend is dat in de wijk sprake is van funderingsproblemen en dat er bijna overal meetbouten aanwezig zijn. Met die kennis heeft hij bij de visuele inspectie extra gelet op gebreken die kunnen duiden op funderingsproblemen.