ECLI:NL:RBNHO:2025:12680

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
11676069
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatie voor geannuleerde vlucht en hotelkosten door vervoerder

In deze zaak hebben zes passagiers een verzoek ingediend tegen de vervoerder EasyJet Europe Airline GmbH, naar aanleiding van de annulering van hun vlucht van Marco Polo Airport naar Amsterdam-Schiphol op 21 juli 2024. De passagiers vorderden compensatie op basis van de Europese Verordening (EG) nr. 261/2004, die hen recht geeft op compensatie bij annulering van een vlucht. De vervoerder heeft de annulering van de vlucht verdedigd door te stellen dat deze het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk vertragingen door luchtverkeersleiding en de Amsterdamse avondklok. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de vervoerder voldoende heeft aangetoond dat de annulering het gevolg was van deze omstandigheden, waardoor de compensatie voor de annulering werd afgewezen. Echter, de kantonrechter heeft wel de door de passagiers gemaakte hotelkosten van € 279,63 toegewezen, omdat deze niet door de vervoerder waren betwist. De wettelijke rente over deze kosten werd toegewezen vanaf 22 dagen na de datum van verzuim. Daarnaast zijn de buitengerechtelijke incassokosten tot het wettelijke tarief van € 50,75 toegewezen. De proceskosten zijn voor rekening van de passagiers, omdat zij grotendeels in het ongelijk zijn gesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11676069 \ CV FORM 25-2819
Uitspraakdatum: 22 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1], wonende te [plaats 1]

2. [verzoeker 2]wonende te [plaats 2]
3. [verzoeker 3]wonende te [plaats 3]
4. [verzoeker 4]wonende te [plaats 4]
5. [verzoeker 5]wonende te [plaats 5]
6. [verzoeker 6]wonende te [plaats 6]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen (Oostenrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 21 juli 2024 moest vervoeren van Marco Polo Airport (Italië) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU4071 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.779,63, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 266,94 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier. [1] Daarnaast verzoeken zij de vervoerder te veroordelen tot betaling van de door hen gemaakte kosten voor een hotelovernachting (€ 279,63).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Omdat vast staat dat de vlucht is geannuleerd, geldt in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [2]
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de voorgaande vluchten vertraagd werden uitgevoerd door besluiten van de luchtverkeersleiding. Daarnaast heeft hij voldoende onderbouwd dat deze (vertrek)vertraging ertoe heeft geleid dat de vlucht pas na het ingaan van de Amsterdamse avondklok zou arriveren. Bovendien zou de vertraging door het mobiliseren van een stand-by toestel alleen maar verder zijn opgelopen. Omdat instructies van de luchtverkeersleiding altijd moeten worden opgevolgd, kon het toestel niet eerder vertrekken. Ook de avondklok is een omstandigheid die niet inherent is aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. Daarom is de annulering van de vlucht het gevolg van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.4.
Bovendien oordeelt de kantonrechter dat de omboeking van de passagiers op vlucht KL1628 als redelijke maatregel kan worden aangemerkt. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. De passagiers hebben ook niets anders aangevoerd. De door de passagiers verzochte compensatie zal daarom worden afgewezen.
4.5.
Omdat de vervoerder de verzochte hotelkosten niet heeft betwist, zal dit deel van het verzoek worden toegewezen.
4.6.
De verzochte wettelijke rente over deze kosten is niet toewijsbaar vanaf 21 juli 2024 omdat – wat deze kosten betreft – voor het intreden van verzuim een ingebrekestelling is vereist. Deze rente zal derhalve worden toegewezen vanaf 22 dagen na 29 juli 2024, nu gesteld noch gebleken is dat sprake is van een eerdere datum van het intreden van het verzuim.
4.7.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of deze kosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal de verzochte buitengerechtelijke kosten daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 50,75 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen.
4.8.
De passagiers worden, gelet op het doel en het karakter van de EPGV-procedure, niet meer in de gelegenheid gesteld om op het verweer van de vervoerder te reageren.
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.
4.10.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. [3]

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 330,38, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 279,63 vanaf 20 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 204,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
3.Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.