ECLI:NL:RBNHO:2025:12596

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
11748681 \ CV FORM 25-3791
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatieverzoek passagiers na annulering vlucht door vervoerder

In deze zaak hebben drie passagiers compensatie aangevraagd van de vervoerder, EasyJet Europe Airline GmbH, vanwege een geannuleerde vlucht van Brindisi naar Amsterdam-Schiphol op 14 juli 2023. De passagiers vorderden een totaalbedrag van € 1.200,00, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, op basis van de Europese Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder heeft echter aangevoerd dat de compensatie al op 27 juli 2023 aan de gemachtigde van de passagiers is betaald, en heeft bewijsstukken overgelegd ter onderbouwing van deze claim. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de vervoerder voldoende bewijs heeft geleverd dat de compensatie is betaald, ondanks een verkeerd betalingskenmerk. Hierdoor heeft de kantonrechter het verzoek van de passagiers afgewezen en hen veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De beslissing is genomen door kantonrechter S.N. Schipper en is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11748681 \ CV FORM 25-3791
Uitspraakdatum: 29 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1]

2. [verzoeker 2]

3. [verzoeker 3]allen wonende te [plaats]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kortDe passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert echter aan dat hij de compensatie al heeft betaald. Het betoog van de vervoerder slaagt en het verzoek van de passagiers wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 14 juli 2023 vervoeren van Brindisi, Italië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7820 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat hij de compensatie al heeft betaald.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder voert aan dat hij de verzochte compensatie al op 27 juli 2023 aan de gemachtigde van de passagiers heeft betaald. Hij verwijst hierbij naar een betalingsbewijs en schermafbeeldingen uit een intern systeem. Per abuis is bij de overschrijving het verkeerde zaaksreferentienummer vermeld. Dit heeft hij ook per e-mail aan de gemachtigde van de passagiers medegedeeld. De gemachtigde van de passagiers heeft het betaalde bedrag niet terugbetaald aan de vervoerder.
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij de verzochte compensatie al voorafgaand aan het indienen van het vorderingsformulier door de passagiers heeft betaald aan de gemachtigde van de passagiers. De omstandigheid dat de overboeking voorzien was van het verkeerde betalingskenmerk maakt dit niet anders omdat hij de gemachtigde van de passagiers daar ook van op de hoogte heeft gesteld. Indien de gemachtigde van de passagiers door het verkeerde betalingskenmerk niet begrepen zou hebben dat deze betaling zag op de compensatie voor de passagiers in kwestie, had het op zijn weg gelegen om in ieder geval het bedrag terug te boeken aan de vervoerder, hetgeen niet is gebeurd. Dit betekent dat het verzoek van de passagiers zal worden afgewezen.
4.4.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 204,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart deze beschikking – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van de Verordening.