ECLI:NL:RBNHO:2025:12593

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
11763549 \ CV FORM 25-4056
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatieverzoek passagiers na annulering vlucht door buitengewone omstandigheden

In deze zaak hebben passagiers compensatie van de vervoerder, EasyJet Europe Airline GmbH, verzocht vanwege een geannuleerde vlucht van Praag naar Amsterdam op 23 juni 2023. De vervoerder heeft de annulering verdedigd door te stellen dat deze het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een latere opgelegde vertrektijd aan een voorgaande vlucht, waardoor de vlucht niet meer voor het ingaan van de nachtklok op Schiphol kon worden uitgevoerd. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de annulering inderdaad het gevolg was van deze buitengewone omstandigheden en dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de annulering te voorkomen. Het verzoek van de passagiers om compensatie is afgewezen, en zij zijn veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak benadrukt de noodzaak voor vervoerders om te kunnen aantonen dat annuleringen niet inherent zijn aan hun bedrijfsvoering en dat zij geen invloed hebben op de omstandigheden die tot annulering leiden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11763549 \ CV FORM 25-4056
Uitspraakdatum: 29 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1]2. [verzoeker 2]beiden wonende te [plaats 1]

3. [verzoeker 3]

4. [verzoeker 4]beiden wonende te [plaats 2]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kortDe passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een latere opgelegde vertrektijd aan een voorgaande vlucht. Hierdoor kon de vlucht in kwestie niet meer uitgevoerd worden voor het ingaan van de nachtklok op Schiphol. Het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 23 juni 2023 vervoeren van Praag, Tsjechië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7930 dan wel EJU7930 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. [2]

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kan uitoefenen. [3]
4.3.
De vervoerder stelt dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Amsterdam – Praag – Amsterdam (vluchtnummers EJU7929 en EJU7930). Vlucht EJU7929 van Amsterdam naar Praag kreeg een significant latere vertrektijd dan gepland opgelegd door de luchtverkeersleiding. Deze latere vertrektijd zou ertoe leiden dat de vlucht in kwestie de avondklok van Schiphol zou schenden. Daarop heeft de vervoerder zowel vlucht EJU7929 als de vlucht in kwestie geannuleerd. Ter onderbouwing heeft hij onder meer vluchtrapporten overgelegd.
4.4.
Het verweer van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat deze de avondklok van Schiphol dreigde te schenden, vanwege een latere opgelegde vertrektijd aan de voorgaande vlucht. Als een toestel een latere vertrektijd krijgt opgelegd door de luchtverkeersleiding, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moet immers altijd worden opgevolgd. Dit geldt ook voor de avondklok op Schiphol. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarom was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.5.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de (vertraging vanwege de) annulering te voorkomen (of te beperken). De vervoerder stelt in dit verband dat het niet mogelijk was om een reservetoestel- of -bemanning in te zetten omdat dit drie tot vier uur zou duren. Daarmee zou de vlucht alsnog niet voor het ingaan van de nachtklok kunnen worden uitgevoerd. Na de annulering heeft hij de passagiers bijstand geboden. Hij heeft passagiers sub 1 en sub 2 omgeboekt naar een alternatieve vlucht naar de eindbestemming en passagiers sub 3 en sub 4 de ticketkosten terugbetaald.
4.6.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Zonder nadere toelichting van de passagiers, die ontbreekt, valt niet in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. Dit betekent dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Het verzoek zal worden afgewezen.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
3.Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.