De burgemeester van de gemeente Drechterland heeft besloten de woning van verzoeker gedurende één maand te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat in de woning een grote hoeveelheid lachgas (101,79 kilo) werd aangetroffen. Verzoeker stelde dat de sluiting onevenredig en onnodig was en verzocht om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, gelet op het Damoclesbeleid en de omvang van de aangetroffen handelshoeveelheid lachgas. Ondanks het tijdsverloop sinds de constatering, acht de voorzieningenrechter de sluiting nog steeds noodzakelijk en geschikt vanwege het druggerelateerde geweldsincident en de voortdurende loop naar de woning.
Verzoekers stelling dat hij niet op de hoogte was van de drugs en dat de sluiting hem onevenredig treft, wordt verworpen. De rechter acht het aannemelijk dat verzoeker wel kennis had kunnen hebben van de situatie. Ook de mogelijke ontbinding van het huurcontract en de gevolgen voor toekomstige huisvesting wegen niet zwaarder dan het belang van handhaving van de openbare orde.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de woning 14 dagen na uitspraak voor een maand gesloten mag worden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.