ECLI:NL:RBNHO:2025:12591
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verwijzing van een civiele zaak naar een andere rechtbank vanwege betrokkenheid van een medewerker
In deze civiele zaak, behandeld door de Rechtbank Noord-Holland, is op 29 oktober 2025 een vonnis uitgesproken door kantonrechter S. Kleij. De zaak betreft een geschil tussen twee passagiers, aangeduid als eiser 1 en eiser 2, en de rechtspersoon EasyJet Airline Company Limited, gevestigd in Londen. De eisers, vertegenwoordigd door hun gemachtigde mr. L.G. de Grunt, hebben een procedure aangespannen tegen de vervoerder.
Tijdens de procedure is gebleken dat een van de eisers, die tevens de gemachtigde is, werkzaam is als gerechtsjurist bij de rechtbank Noord-Holland. Dit heeft geleid tot de overweging van de kantonrechter om de zaak te verwijzen naar een andere rechtbank, in dit geval de rechtbank Amsterdam. De kantonrechter heeft op basis van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) geoordeeld dat het wenselijk is dat een andere rechtbank de behandeling van de zaak op zich neemt, om belangenverstrengeling te voorkomen.
De beslissing van de kantonrechter houdt in dat de zaak in de huidige stand wordt verwezen naar de rechtbank Amsterdam, sector kanton. Tevens is bepaald dat de rechtbank Amsterdam zal beslissen over de proceskosten, inclusief het reeds aan de passagiers in rekening gebrachte griffierecht. De griffier van de rechtbank Noord-Holland is opgedragen om de processtukken en een afschrift van het vonnis onverwijld aan de griffier van de rechtbank Amsterdam te sturen, zodat de procedure daar kan worden voortgezet.