ECLI:NL:RBNHO:2025:12590

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
11763199 \ CV FORM 25-4051
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatieverzoek passagier voor vertraagde vlucht en geschil over wettelijke rente en incassokosten

In deze zaak heeft een passagier compensatie van de vervoerder, Azores Airlines, verzocht vanwege een vertraagde vlucht op 26 juli 2023. De passagier had een vervoersovereenkomst gesloten voor een vlucht van Pico Airport naar Amsterdam-Schiphol, maar de vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagier zijn aansluitende vlucht heeft gemist en met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming is aangekomen. De passagier heeft compensatie van € 400,00 aangevraagd, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De vervoerder heeft de hoofdsom erkend, maar verzet zich tegen de vergoeding van de wettelijke rente en de incassokosten.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. De wettelijke rente is toegewezen vanaf de datum waarop de passagier schade heeft geleden, namelijk de datum waarop hij op de eindbestemming had moeten aankomen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de vervoerder geen bewijs heeft geleverd dat de verschuldigde compensatie al was betaald, en heeft daarom de wettelijke rente toegewezen vanaf 26 juli 2023.

Wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten heeft de kantonrechter geoordeeld dat de passagier voldoende heeft aangetoond dat er kosten zijn gemaakt en heeft deze toegewezen, evenals de rente over deze kosten. De proceskosten zijn voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk heeft gekregen. De kantonrechter heeft de vervoerder veroordeeld tot betaling van in totaal € 472,60 aan de passagier, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11763199 \ CV FORM 25-4051
Uitspraakdatum: 29 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Azores Airlines
gevestigd te Ponta Delgada, Portugal
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: [gemachtigde] (FORO Advogados)
De zaak in het kort
De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder heeft de hoofdsom erkend maar voert verweer tegen het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Het verweer van de vervoerder slaagt niet en het verzoek van de passagier wordt toegewezen.

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het antwoordformulier (formulier C).

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 26 juli 2023 vervoeren van Pico Airport, Portugal, via Lissabon, Portugal, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie S4140 en TP672.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht S4140 van Pico Airport naar Lissabon (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten,te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,-. [1]
3.3.
De vervoerder heeft de hoofdsom erkend. Hij voert verweer tegen het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Omdat de vervoerder de verschuldigdheid van de hoofdsom heeft erkend, zal deze worden toegewezen.
4.3.
De vervoerder betwist het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente over de hoofdsom. Hij voert aan dat hij al een opdracht heeft gegeven om het bedrag te betalen. Omdat hij heeft ingestemd met onmiddellijke betaling, is hij geen wettelijke rente over de hoofdsom is verschuldigd, aldus de vervoerder.
4.4.
Het verweer van de vervoerder slaagt niet. De wettelijke rente is toewijsbaar met ingang van de datum waarop de passagier schade heeft geleden. Dat is de datum waarop de passagier op de eindbestemming had moeten aankomen. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is. [2] Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. Voor zover de vervoerder bedoelt dat hij de verschuldigde compensatie al betaald heeft en daarom slechts tot die datum wettelijke rente verschuldigd is, had het, mede gelet op de betwisting door de passagier, op zijn weg gelegen om concreet te stellen en te onderbouwen op welke datum hij dat gedaan zou hebben. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 26 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening.
4.5.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn.
Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
4.6.
De verzochte rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van het indienen van het vorderingsformulier. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat hij dit ook al vanaf een eerdere datum had.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.
4.8.
Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. [3]

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 472,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 400,00 vanaf 26 juli 2023 en over € 72,60 vanaf 23 juni 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van de Verordening.
2.Artikel 6:83 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW).
3.Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.