De burgemeester van Drechterland besloot de woning van verzoeker te sluiten voor de duur van één maand vanwege de vondst van een grote hoeveelheid lachgas (101,79 kilo) in de woning, wat werd aangemerkt als handelshoeveelheid drugs. Verzoeker betwistte de bevoegdheid van de burgemeester en stelde dat de sluiting onevenredig en niet noodzakelijk was, mede omdat de overtreding al maanden geleden zou zijn beëindigd en hij maatregelen had getroffen om herhaling te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b van de Opiumwet en het Damoclesbeleid Drechterland 2021. De aangetroffen hoeveelheid lachgas was aanzienlijk groter dan de toegestane gebruikshoeveelheid, en de woning werd vermoedelijk gebruikt binnen het drugscircuit. Ondanks het tijdsverloop achtte de rechter de sluiting nog steeds noodzakelijk en geschikt, mede vanwege het druggerelateerde geweldsincident en de voortdurende bezoeken aan de woning die duiden op drugshandel.
Verzoekers betwisting dat hij niet op de hoogte was van de lachgasvoorraad werd verworpen, aangezien hij aanwezig was bij de vondst en de cilinders zichtbaar in de woonkamer lagen. Ook het buurtonderzoek bevestigde de wetenschap van drugshandel. De rechter vond de sluiting van één maand niet onevenwichtig, ook niet gezien de mogelijke gevolgen voor de huurovereenkomst en toekomstige woonmogelijkheden.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor de burgemeester de woning 14 dagen na de uitspraak gedurende één maand mag sluiten. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.