Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Supershortlease
1.De verdere procedure
2.De beoordeling
€ 3.877,63, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Rechtbank Noord-Holland
De kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland heeft in een tussenvonnis van 22 oktober 2025 ambtshalve getoetst of de eisende partij heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht zoals bedoeld in artikel 6:230l BW. De eisende partij stelde dat zij aan deze informatieplicht had voldaan, maar dit bleek onvoldoende onderbouwd, met name over de voorwaarden voor automatische verlenging en opzegging van de overeenkomst.
De rechtbank oordeelt dat deze tekortkoming een sanctie rechtvaardigt en vernietigt daarom 20% van de oorspronkelijk gevorderde hoofdsom. Daarnaast heeft de kantonrechter de algemene voorwaarden getoetst op oneerlijke bedingen. Het incassokostenbeding in artikel 6 van Pro de algemene voorwaarden en het incassokostenbeding in artikel 7 lid 4 van Pro de BOVAG-voorwaarden 2010 worden voorlopig als oneerlijk beoordeeld vanwege strijd met wettelijke voorschriften, met name het ontbreken van een veertiendagenbrief.
De overige bedingen in de algemene voorwaarden en BOVAG-voorwaarden zijn niet oneerlijk bevonden. De eisende partij krijgt gelegenheid zich uit te laten over het oordeel omtrent de oneerlijkheid van de incassokostenbedingen. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na deze reactie.
Uitkomst: De overeenkomst wordt gedeeltelijk vernietigd voor 20% van de hoofdsom en incassokostenbedingen worden voorlopig als oneerlijk beoordeeld met aanhouding van verdere beslissing.