Het doel van de GI is om toe te werken naar een zorgregeling waarbij de moeder eenmaal per twee weken een weekend omgang heeft met de kinderen, van vrijdag tot en
met zondag. De rechtbank acht deze (vrij reguliere) zorgregeling in het belang van de kinderen, aangezien alle drie de kinderen hebben uitgesproken dat zij behoefte hebben aan meer contact met hun moeder. Volgens de vader laten de kinderen zorgelijke signalen zien die door de GI zouden worden genegeerd, maar voor de rechtbank is niet duidelijk geworden waar hij concreet op doelt, anders dan de hoofd- en buikpijnklachten van [de minderjarige 2] . Deze klachten lijken bovendien niet meer op de voorgrond te staan en kunnen niet zonder meer gelinkt worden aan de omgang met de moeder.
Vanuit de GI zijn er geen contra-indicaties voor uitbreiding van de omgang naar voren gekomen. De vader heeft op zichzelf geen bezwaar tegen een weekendregeling, maar
maakt zich wel zorgen over de vraag of de moeder in staat is om de zorgregeling na
te komen vanwege de reiskosten. De moeder heeft in dit kader ter zitting toegezegd dat zij
er alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat zij de reiskosten kan voldoen en de zorgregeling zal nakomen. De rechtbank ziet geen reden om aan deze toezegging te twijfelen, temeer omdat zij de kinderen nu ook al haalt en brengt.
De rechtbank zal geen concrete aanvangs- en eindtijdstippen vastleggen vanwege
de verschillende sportschema’s van de kinderen. Het is belangrijk dat de kinderen kunnen blijven sporten, dit is ook hun wens. Hierop zal de weekendregeling in de praktijk dan ook moeten worden afgestemd.
Voor het halen en brengen zal de rechtbank aansluiten bij de huidige praktijk, waarbij
de moeder de kinderen haalt en brengt. Daarbij neemt de vader als hoofdverzorger al alle regelzaken op zich en daarom mag hierin van de moeder ook wat verwacht worden.