Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) over een conceptnotitie noodrecht. De rechtbank had eerder op 4 juli 2025 de minister opgedragen uiterlijk 1 september 2025 een besluit te nemen, maar de minister heeft niet tijdig beslist. Eiser stelde daarom een herhaald beroep in op 2 september 2025.
De minister voerde aan dat het beroep te vroeg was ingediend omdat de dwangsomtermijn nog niet was verstreken, maar de rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk is op grond van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De minister gaf aan dat de beoordeling van de omvangrijke documentencomplexiteit veel tijd kost en verzocht af te zien van een dwangsom.
De rechtbank constateert dat de minister inschattingsfouten heeft gemaakt en hoewel hij gehouden is rechterlijke uitspraken na te leven, is hier sprake van een bijzonder geval vanwege de omvang en complexiteit van de Woo-verzoeken na de coronapandemie. Er is geen verwijtbaar stilzitten gebleken. Daarom legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn op tot 20 januari 2026 met een dwangsom van €100 per dag, maximaal €15.000. Tevens moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden.