Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
,en
[eiser 2] en 14 anderen (zoals vermeld op bijlage 11 van het beroepschrift), uit [plaats 1] / [plaats 2] , eisers
Rechtbank Noord-Holland
IAC B.V. vroeg een omgevingsvergunning aan voor tijdelijke bedrijfsruimtes voor een cannabiskwekerij in Rijsenhout. De Omgevingsdienst verleende deze vergunning, waartegen twee eisers bezwaar maakten. Het college verklaarde hun bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid.
De rechtbank behandelde het beroep van 16 eisers, waarvan 14 geen bezwaar hadden gemaakt en daarom niet-ontvankelijk werden verklaard. De twee overige eisers werden wel ontvankelijk verklaard, maar hun beroep werd ongegrond verklaard omdat zij niet aannemelijk maakten dat zij gevolgen van enige betekenis ondervinden van de vergunde activiteiten.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke bedrijfsunits geen directe, feitelijke gevolgen van betekenis hebben voor de bedrijfssituatie van de eisers, mede gelet op afstand, zicht, planologische uitstraling en milieueffecten. Geuroverlast en verkeersoverlast werden niet aannemelijk gemaakt. Het beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van 14 eisers werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van twee overige eisers ongegrond wegens gebrek aan belanghebbendheid.