ECLI:NL:RBNHO:2025:12006

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
C/15/351546 / FA RK 24-1956
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling voorlopige zorgregeling in een familiezakenprocedure met betrekking tot een minderjarige

In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 20 oktober 2025 een beschikking gegeven in een familiezakenprocedure betreffende de zorgregeling voor de minderjarige [de minderjarige]. De vader, vertegenwoordigd door advocaat mr. L.M. Wagemaker, heeft verzocht om een zorgregeling vast te stellen, waarbij [de minderjarige] tijdens de oneven weken bij hem verblijft. De moeder, vertegenwoordigd door advocaat mr. A. van Westen, heeft verweer gevoerd en aangegeven dat [de minderjarige] momenteel angstklachten ervaart en geen behoefte heeft aan fysiek contact met de vader. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sinds medio december 2023 contactmomenten zijn geweest tussen de vader en [de minderjarige], maar dat deze zijn gestagneerd. De rechtbank heeft de ouders geadviseerd om deel te nemen aan het hulpverleningstraject 'Ouderschap Blijft' om de communicatie en verstandhouding te verbeteren. In afwachting van de voortgang van dit traject heeft de rechtbank een voorlopige zorgregeling vastgesteld, waarbij [de minderjarige] iedere zaterdag van 12.00 tot 14.00 uur contact heeft met de vader in diens thuissituatie. De beslissing over de definitieve zorgregeling en andere verzoeken is aangehouden tot 31 mei 2026, in afwachting van de resultaten van het traject.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
zorgregeling, vakantie- en feestdagenregeling en informatieregeling
zaaknummer: C/15/351546 / FA RK 24-1956
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 20 oktober 2025
in de zaak van:
[de vader],
wonende te [plaats] ,
hierna: de vader,
advocaat mr. L.M. Wagemaker, kantoorhoudende te Westwoud,
tegen
[de moeder],
wonende te [plaats] ,
hierna: de moeder,
advocaat mr. A. van Westen, kantoorhoudende te Hoorn.
betreffende
de minderjarige [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] te [plaats] .

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de vader, ingekomen op 16 april 2024;
- het verweerschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 31 mei 2024;
- het bericht van de zijde van de vader van 1 juli 2025;
- het bericht van de zijde van de moeder van 16 juli 2025;
- het bericht met bijlagen van de zijde van de vader van 21 augustus 2025, ingekomen op 25 augustus 2025, met aanvullende producties 2 t/m 6 verzoekschrift.
1.2
De zaak is mondeling behandeld op de zitting van 30 september 2025. Ter zitting waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door mr. P.F.M. Deijkers (waarnemend voor mr. A. van Westen).
Verder was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).
1.3
[de minderjarige] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken.

2.Feiten

2.1
De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.2
Deze zaak heeft betrekking op het volgende minderjarige kind van de ouders: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .
2.3
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over [de minderjarige] .
2.4
Sinds medio december 2023 hebben er wekelijks op zaterdag contactmomenten plaatsgevonden tussen [de minderjarige] en de vader op een neutrale plek, te weten bij restaurant [restaurant] te [plaats] .
2.5
Het laatste contact tussen [de minderjarige] en de vader heeft plaatsgevonden op 14 december 2024 bij restaurant [restaurant] . Sindsdien is er wekelijks contact via videobellen.

3.Het verzoek

3.1
De vader verzoekt – na wijziging van zijn verzoek – een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat [de minderjarige] tijdens de oneven weken bij de vader verblijft van zaterdag 12.00 uur tot zondag 19.00 uur, waarbij de vader hem op zaterdag bij de moeder ophaalt en de moeder hem op zondag weer ophaalt bij de vader. De vader wenst de zorgregeling als volgt op te bouwen:
- [de minderjarige] verblijft eerst gedurende een periode van drie maanden tijdens de oneven weken bij de vader van zaterdag 12.00 uur tot 16.00 uur
ofzondag van 12.00 uur tot 16.00 uur;
- [de minderjarige] verblijft daarna gedurende een periode van drie maanden tijdens de oneven weken bij de vader van zaterdag 12.00 uur tot 16.00 uur
enzondag van 12.00 uur tot 16.00 uur;
- daarna starten met de reguliere zorgregeling, zoals verzocht door de vader.
Ook verzoekt de vader een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen, inhoudende dat:
Korte schoolvakanties
[de minderjarige] verblijft tijdens de herfstvakantie, meivakantie en de voorjaarsvakantie steeds twee dagen aaneengesloten bij de vader wanneer mogelijk aansluitend op het omgangsweekend. De andere dagen van deze vakanties verblijft [de minderjarige] bij de moeder. Partijen stemmen steeds één maand voorafgaand aan de vakantie af welke dagen [de minderjarige] bij de vader zal verblijven.
Kerstvakantie
[de minderjarige] verblijft tijdens de oneven jaren tijdens de eerste week drie dagen inclusief 1e
kerstdag aaneengesloten bij de vader (inclusief 1e kerstdag) en de overige dagen inclusief
Oud en nieuw en 2e kerstdag bij de moeder. Tijdens de oneven jaren verblijft Oud & Nieuw verblijft [de minderjarige] bij de moeder Tijdens de even jaren is dit andersom.
Zomervakantie
[de minderjarige] verblijft tijdens de zomervakanties (ingaande zomervakantie 2026) tijdens de oneven weken steeds drie dagen aaneengesloten bij de vader en de overige dagen alsook de even weken volledig bij de moeder. Als partijen op vakantie willen met [de minderjarige] wordt dat tijdig – doch uiterlijk één maand van tevoren – met elkaar besproken en worden eventueel gemiste omgangsmomenten gecompenseerd.
Feestdagen
[de minderjarige] verblijft navolgende feestdagen bij de vader:
Pasen: even jaren van 12:00 uur tot 19:00 uur
Koningsdag: oneven jaren 12:00 uur tot 19:00 uur
Hemelvaart: even jaren 12:00 uur tot 19:00 uur
Pinksteren: oneven jaren 12:00 uur tot 19:00 uur
Verjaardagen
Op de verjaardag van moeder en Moederdag is [de minderjarige] altijd bij de moeder.
Op de verjaardag van vader en Vaderdag is [de minderjarige] altijd bij de vader.
[de minderjarige] is op zijn verjaardag bij de ouder waar hij conform de reguliere zorgregeling verblijft.
Ook tijdens de omgangsmomenten in vakanties en feestdagen haalt de vader [de minderjarige] op bij aanvang van de omgang en haalt de moeder weer op als de omgang eindigt.
Tot slot verzoekt de vader een informatieplicht vast te stellen inhoudende dat de moeder de vader iedere vrijdag informeert over belangrijke ontwikkelingen, gebeurtenissen en beslissingen rondom [de minderjarige] , waarbij de vader eenmaal per maand een recente foto van [de minderjarige] mag ontvangen.
3.2
Als onderbouwing van zijn verzoek stelt de vader dat hij bij de mediator reeds de wens heeft uitgesproken om [de minderjarige] thuis te ontvangen en de contactmomenten uit te breiden in frequentie of duur. De moeder is hier niet toe bereid en is weggelopen tijdens het gesprek bij de mediator. Hierdoor heeft de vader geen vertrouwen meer in uitbreiding van de zorgregeling in onderling overleg met de moeder. Ter onderbouwing van zijn verzoek tot vaststelling van een vakantieregeling stelt de vader dat hij aan het kortste eind trekt als het gaat om de verdeling van de vakanties en feestdagen. Dit maakt dat de vader hier vaste afspraken over wil maken.
Ter onderbouwing van zijn (aanvullende) verzoek tot vaststelling van een informatieplicht stelt de vader dat hij al enkele maanden geen contact heeft gehad met [de minderjarige] . De vader ontvangt iedere vrijdag via WhatsApp een bericht van de moeder over hoe het gaat met [de minderjarige] . De vader is de moeder hier dankbaar voor en wil deze afspraak met het oog op de toekomst vastleggen in een beschikking.
3.3
De moeder heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling en een vakantie- en feestdagenregeling. De moeder kan niet volledig instemmen met het verzoek van de vader. [de minderjarige] heeft aangegeven dat hij geen behoefte heeft aan fysiek contact met zijn vader. Ook kampt [de minderjarige] met angstklachten waardoor hij volledig overstuur raakte wanneer hij naar de vader werd gebracht voor een contactmoment. De moeder acht contact tussen [de minderjarige] en de vader in het belang van [de minderjarige] , maar zolang [de minderjarige] last heeft van ernstige angstklachten ziet de moeder geen aanleiding om van de huidige regeling af te wijken.
De moeder kan wel instemmen met een vaststelling van een informatieregeling, zoals verzocht door de vader.

4.De beoordeling

Het wettelijk kader
4.1
Uit artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de rechter op verzoek van (één van) de gezaghebbende ouder(s) een beslissing over een zorgregeling kan nemen of een door ouders onderling getroffen zorgregeling kan wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Het advies van de raad
4.2
De raad heeft ter zitting naar voren gebracht dat het wenselijk is dat de ouders zich aanmelden voor het hulpverleningstraject ‘Ouderschap Blijft’ om te werken aan hun onderlinge communicatie en verstoorde verstandhouding. [de minderjarige] lijkt zich op dit moment in een loyaliteitsconflict te bevinden en daarom is het belangrijk dat leert om het fijn te hebben bij de vader en dat hij positieve steun krijgt vanuit de moeder om naar zijn vader toe te gaan. Hiervoor is noodzakelijk dat de moeder het verleden (tussen de ouders) zal gaan verwerken en dat beide ouders minder weerstand jegens elkaar gaan ervaren zodat de verstandhouding tussen de ouders zal verbeteren. [de minderjarige] zal hier op zijn beurt ook van gaan profiteren. In het kader van het traject ‘Ouderschap Blijft’ kan ook contactherstel tussen [de minderjarige] en de vader plaatsvinden door het contact steeds verder op te bouwen in samenwerking met de hulpverlening.
De beoordeling door de rechtbank
4.3
De rechtbank dient zich te buigen over het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling tussen hem en [de minderjarige] . Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat sinds december 2023 een langere periode wekelijks contactmomenten hebben plaatsgevonden tussen de vader en [de minderjarige] . Deze contactmomenten vonden plaats op zaterdag op een neutrale plek, te weten bij restaurant [restaurant] te [plaats] . ONS heeft deze contactmomenten tussen [de minderjarige] en de vader begeleid en heeft op basis van de observaties en bevindingen geconcludeerd dat het contact tussen [de minderjarige] en de vader onbegeleid kan plaatsvinden en dat verdere begeleiding niet nodig is. Toch is het contact eind 2024 gestagneerd. Wel vindt sindsdien wekelijks contact plaats tussen de vader en [de minderjarige] via videobellen. De vader is recent verhuisd naar een zelfstandige woonruimte en verzoekt een zorgregeling vast te stellen waarbij hij wekelijks contact heeft met [de minderjarige] bij hem thuis. De moeder kan niet instemmen met dit voorstel van de vader omdat zij merkt dat [de minderjarige] na een (videobel)contactmoment met de vader angstklachten vertoond en overstuur is. Ook [de minderjarige] geeft op dit moment zelf aan dat hij geen contact wil met de vader bij hem thuis en dat hij niet bij de vader wil blijven slapen.
4.4
Hoewel de rechtbank de wens van de vader om betrokken te zijn in het leven van [de minderjarige] begrijpt, constateert de rechtbank dat sprake is van een verstoorde verstandhouding tussen de ouders en een gebrek aan onderlinge communicatie, hetgeen ter zitting is bevestigd. Deze verstoorde verstandhouding staat in de weg aan de totstandkoming van een structurele zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] . Zoals de raad ter zitting naar voren heeft gebracht, lijkt [de minderjarige] zich op dit moment in een loyaliteitsconflict te bevinden. Het is dan ook belangrijk dat [de minderjarige] moet leren om het fijn te hebben bij de vader en dat hij positieve steun krijgt vanuit de moeder om naar zijn vader toe te gaan. Hiervoor is noodzakelijk dat de moeder het verleden (tussen de ouders) zal gaan verwerken en dat beide ouders minder weerstand jegens elkaar gaan ervaren zodat de verstandhouding tussen de ouders zal verbeteren. [de minderjarige] zal hier op zijn beurt ook van gaan profiteren. De ouders hebben zich ter zitting bereid verklaard om hieraan te werken en zijn het erover eens dat hierbij professionele hulp nodig is. Met hen is vervolgens de mogelijkheid van het traject ‘Ouderschap Blijft’ besproken, een traject geadviseerd door de raad. De ouders zijn het erover eens dat zij via dit traject hun onderlinge communicatie willen verbeteren en hebben toegezegd zich op korte termijn voor dit traject aan te melden. Tot die tijd geeft de rechtbank de moeder mee om op positieve wijze te blijven spreken over de vader in de aanwezigheid van [de minderjarige] en om [de minderjarige] te blijven motiveren contact te behouden met zijn vader.
4.5
In afwachting van de informatie van de advocaten over het verloop van het traject ‘Ouderschap Blijft’ en de daaraan te verbinden gevolgen voor de procedure, zal de rechtbank de beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling aanhouden tot de hierna te melden pro forma datum. Ook de beslissing ten aanzien van de vakantie- en feestdagenregeling en de informatieregeling zal worden aangehouden tot die datum. Wel acht het hof het in het belang van [de minderjarige] om een voorlopige zorgregeling vast te stellen tussen hem en de vader. Gelet op het feit dat [de minderjarige] en de vader al lange tijd geen contact met elkaar hebben gehad, zal de rechtbank bepalen dat gestart wordt met een contactmoment gedurende twee uren in de thuissituatie van de vader. De rechtbank gaat ervanuit dat de voorlopige zorgregeling tussen de ouders zal worden voortgezet zolang er nog geen beslissing over de definitieve zorgregeling is genomen. Ook gaat de rechtbank ervanuit dat de moeder de vader blijft informeren over [de minderjarige] , zoals zij op dit moment ook al doet.
4.6
Ter zitting hebben de ouders allebei naar voren gebracht dat zij het wenselijk vinden om zich te wenden tot een kinderpsycholoog voor [de minderjarige] . De rechtbank geeft de ouders mee dat het hen altijd vrij staat om zich tot een kinderpsycholoog te wenden.
4.7
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
stelt een voorlopige zorgregeling vast inhoudende dat [de minderjarige] iedere zaterdag van 12.00 tot 14.00 uur contact heeft met de vader, waarbij dit contactmoment plaatsvindt in de thuissituatie bij de vader;
5.2
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3
houdt de beslissing over de definitieve zorgregeling tussen [de minderjarige] en de vader en over de vakantie- en feestdagenregeling en de informatieregeling aan tot 31 mei 2026 PRO FORMA, in afwachting van het traject ‘Ouderschap Blijft’;
5.4
verzoekt de ouders zich uiterlijk twee weken vóór de genoemde pro forma datum (te weten uiterlijk op 17 mei 2026) uit te laten over het verloop van het traject ‘Ouderschap Blijft’ en de daaraan te verbinden gevolgen voor de procedure;
5.5
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Hermans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.